De berg Ararat

Op zoek naar de ark

Vijfduizend jaar na dato is het nog altijd zoeken naar de ark van Noach, het bewijs voor een van de gruwelijkste misdrijven die God in zijn lange carrière als despoot heeft begaan. De boot moet op de berg Ararat liggen.

De berg Ararat, gelegen in het uiterste noordoosten van Turkije, op de grens met Armenië en Iran, zou een perfecte schuilplaats zijn voor Bin Laden. De berg (of eigenlijk is hier sprake van twee bergen, waarvan de Agri Dagh, de Pijnberg, de grootste is) verheft zich majestueus uit het vrij vlakke landschap, waar behalve wegversperringen van het Turkse leger nauwelijks sporen van bewoning zijn. De enige bewoners van de uitlopers van de berg zijn de Pamirs, een destijds door de Russen uit Afghanistan verdreven stam, die zich na jarenlange omzwervingen door Pakistan en Turkije aan de voet van de Ararat vestigden in een verlaten kazerne, die sindsdien Pamirköy (dorp van de Pamirs) wordt genoemd. De mannen dragen bijna zonder uitzondering camouflagepakken die door het Turkse leger zijn achtergelaten toen ze het complex verlieten. Iets verderop begint de helling van de eenzaam boven het landschap uittorenende Ararat, tussen wier onherbergzame toppen zich volgens de overlevering nog altijd de Ark van Noach bevindt, bedekt door duizenden jaren van modder, sneeuw en ijs.

De ark is het corpus delicti van de grootste misdaad die God de mensheid ooit heeft aangedaan: de Zondvloed, toen de Heer der Schepping uit afschuw over de in zijn ogen liederlijke uitspattingen van de nakomelingen van Adam en Eva besloot dat het tijd was om «al het vlees» en «alles in wier neus de adem van leven is» uit te roeien. «Ik ga de mens die Ik geschapen heb van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Me dat ik ze gemaakt heb», zo sprak God volgens Genesis. De mensheid had het in Zijn ogen erg bont gemaakt. Nota bene geschapen naar Zijn evenbeeld liep men zonder schaamte rond, schroomde er niet voor het dierenvel te laten zakken om zich over te geven aan seksuele genoegens zonder elkaar eeuwige trouw te hebben beloofd. Mannen deden het met mannen, vrouwen met vrouwen. Zelfs de dieren werden niet met rust gelaten bij de bevrediging van verboden lusten.

De straf was de verdrinkingsdood, met uitzondering van Noach, een «rechtschapen en perfecte» man, die «met God wandelde» en dan ook «genade vond in de ogen van de Almachtige».

Het verhaal van Noach staat niet op zich en komt voor in verschillende tradities van tal van volkeren. Het betreft altijd een grote, allesvernietigende overstroming waaraan slechts een paar stervelingen weten te ontsnappen. Lange tijd zijn slechts afzonderlijke vloedverhalen bekend geweest uit de hoogstaande culturen van het Nabije Oosten, met de XIde tafel van het Gilgamesj-epos als bekendste. De Zondvloed maakt deel uit van de Phoenicische mythologie. Er is een medaille uit Apamea in Phrygia, geslagen in de tijd van Septimius Severus, waarmee deze Phrygische zondvloed wordt herdacht. Deze medaille laat de ark op het water zien, met in de opening een man en een vrouw. Op de top van de ark zit een vogel. Een andere vogel vliegt rond met een takje tussen zijn poten. Voor de ark dezelfde twee vogels op het eerste droge land. Er is een grote hoeveelheid vloedtradities uit de oudste culturen ontdekt die in hoofdtrekken met elkaar overeenstemmen: de vernietiging van de mensheid en redding van de enkeling.

In de bijbel horen we voor het eerst over Noach als hij al vijfhonderd jaar oud is. Hij was de zoon van Lamech en kleinkind van Methusalem. Noachs opa zou van 2948 tot 1998 voor het begin van de Gregoriaanse jaartelling hebben geleefd en de gezegende leeftijd van 950 jaar hebben bereikt. Genesis 6:7 vertelt dat Noach drie getrouwde zonen had, Sem, Cham en Jafeth.

God geeft Noach precieze aanwijzingen om een enorme «kist van gopher» te bouwen. Hetzelfde cipressenhout gebruikten de Phoeniciërs om hun schepen te bouwen. De afmetingen en het bouwmateriaal zijn op de centimeter nauwkeurig in de bijbel bewaard gebleven. Voor die dagen moet de «kist» op de bevolking de indruk hebben gemaakt van een enorme cruiser, want Noachs boot telde niet minder dan drie verdiepingen, ingedeeld in kamers. De ark had bovendien een dak en een deur en was van buiten en binnen geteerd. De bouw moet zo’n honderd jaar geduurd hebben, want Noach is volgens de bijbel al zeshonderd jaar oud als de ark klaar is en de levende have aan boord wordt gebracht.

De beesten waren reeds ingedeeld in «rein» en «onrein». De intocht lijkt op een processie. Voorafgaand aan de familie Noach betreden «telkens zeven» reine en «telkens twee» onreine dieren het mammoetschip. Zeven dagen wachtten Noach, zijn vrouw en hun drie zonen met hun echtgenotes tevergeefs, «en toen zwollen de wateren» in een hevigheid die nooit eerder was vertoond. Na 190 dagen «herinnert God zich aan Noach» en laat winden over de aarde waaien, waardoor de wateren werden weggeblazen en de ark op de zeventiende dag van de zevende maand landde op de «bergen van Ararat». Dat zou ongeveer 4300 jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Vooralsnog wachtte de familie «een jaar, een maand en twintig dagen» voor ze de boot verliet. Het eerste wat Noach deed, was een altaar bouwen om God een brandoffer te brengen. Noach was het hoofd van een nieuwe mensenfamilie. De rest van zijn leven brengt de redder der mensheid door als boer. Er staat dat hij een wijngaard plantte. Op een nacht dronk Noach iets te veel van zijn wijn, werd dronken en toonde zijn naaktheid in zijn eigen tent. Met name zoon Cham was not amused over zijn vaders naaktloperij. Toen Noach zijn zoons hoorde klagen, sprak hij een vloek uit over zijn zonen Kusch, Mizraïm, Put en Kanaän (Genesis 10:6). Gelijktijdig zegende hij zijn twee niet zo preutse zonen. Verder horen we niets over Noach, behalve dat hij net zo oud als Methusalem werd.

De eerste westerling die over de ark van Ararat begon was Marco Polo, die in 1271 tijdens zijn reis naar China over het schip van Noach hoorde en er in de gevangenis in Genua over schreef in zijn beroemde reisboek. «In het hart van Groot Armenië bevindt zich een zeer hoge berg, geschapen als een kubus, waar naar verluidt de Ark van Noach zou liggen, zodat men spreekt van de Berg van Noachs ark. De berg is zo groot en zo lang dat het meer dan twee dagen duurt om er omheen te trekken. Op de top ligt sneeuw, zoveel dat niemand hem kan beklimmen; deze sneeuw smelt nooit helemaal, maar ieder jaar valt er weer nieuwe sneeuw, zodat het niveau telkens weer stijgt.»

Van expedities om de ark te vinden kwam het pas aan het begin van de twintigste eeuw. In de zomer van 1916 voerde de Russische luitenant Roskovitski een expeditie uit in het gebied om de Osmaans-Turkse troepenbewegingen te observeren. Halverwege de massieve berg Ararat ontdekte hij het half vergane geraamte van een gigantisch schip met twee stompe masten en een smalle loopplank. De Russen dachten in eerste instantie met een geheim Osmaans wapen te maken te hebben. Nader onderzoek wees uit dat het moest gaan om een eeuwenoud schip, dat op miraculeuze wijze op deze berg was gestrand. Een priester in het gezelschap concludeerde dat het niets anders kon zijn dan de ark van aartsvader Noach zelf.

De Russische officieren maakten foto’s en stuurden die per koerier naar de tsaar. De vrome Nicolaas II zou zich zeker verheugen over het nieuws van deze belangrijke relikwieënvondst. De complete ark, dat was wel even wat anders dan splinters van het Ware Kruis. Helaas heeft Nicolaas zich er niet mee mogen verblijden. De resultaten van het onderzoek en de foto’s van de ark kwamen, aldus nog steeds de legende van de ark, in handen van Leon Trotski, die het bericht over de vondst van Noachs ark wijselijk zou hebben vernietigd ter preventie van epidemische godsdienstwaan onder de net voor het marxisme warmlopende Russen.

Maar daarmee was de geest van de ark nog lang niet in de fles. In 1959 fotografeerde een piloot van de Turkse luchtmacht tijdens een Navo-missie in Oost-Turkije een ongebruikelijk object op de helling van de Ararat. De foto’s van deze vreemde formatie verschenen in de wereldpers. Ook Life Magazine maakte in zijn uitgave van 5 september 1960 melding van de vondst van Noachs ark. Vanuit het huidige Pamirköy vertrok een expeditie van het Turkse leger. Om toegang tot het binnenste van de ark te forceren, plaatste men dynamiet. Tussen de restanten werd wat vergaan hout ontdekt. De Archaeological Research Foundation (ARF) onderzocht met volle medewerking van de Turkse regering in de zomer van 1960 het terrein en concludeerde dat het hier slechts om een speling van de natuur ging, een klei afzetting in een veld van lava. Voorwerpen of versteend hout werden niet gevonden.

Een kwart eeuw lang wordt er niets meer vernomen van de ark. Totdat de Amerikaan Ron Wyatt uit Memphis, Tennessee, in 1984 een zak met zand en stenen van de ark naar New York smokkelt om daar op grootse wijze ten toon te stellen. Wyatt was ervan overtuigd dat de conclusies van het onderzoek in 1960 te haastig waren getrokken. Zelf reisde hij in 1977 voor het eerst af naar de Ararat. Hoewel hij er op zijn eerste reis nog niet in slaagde de plek van de ark zelf te vinden, ontdekte hij wel tal van zwervende onderdelen van de ark: een ankersteen, versteende houten planken, het huis dat Noach zou hebben gebouwd, en zijn graf.

Wyatt verklaart zijn vondst als een resultaat van goddelijke interventie. Toen hij in 1979 voor de tweede keer naar de Ararat kwam, had hij om een aardbeving gebeden, zodat de ark in tweeën zou splijten en hij het interieur beter kon onderzoeken. Vlak voor zijn vertrek bleken zijn gebeden te zijn verhoord met een aardbeving in Oost-Turkije. Bij aankomst bleek de ark van boeg tot achterdek te zijn gespleten.

De Turkse regering was woedend, verbood andere ark-expedities en eiste op hoge toon de door Wyatt opgegraven kluiten en stenen terug, als ware het een geroofde kunstschat. Wyatt werd persona non grata in Turkije, zodat hij zich moest behelpen met de vondst van de Ark des Verbonds in Jeruzalem, alwaar hij en passant ook de stenen sokkel van het kruis van Christus opduikelde. Daarna baarde hij nog opzien door de vondst van Sodom en Gomorra in Palestina, de plek waar Mozes de Rode Zee doorkruiste tijdens de Exodus, alsmede diens originele Stenen Tafel met de tien geboden op de berg Jabal el-Lawz in Saoedi-Arabië.

Maar van de ark ontbreekt vooralsnog ieder spoor. Nog steeds is geen expeditie bekroond met de vondst aller vondsten. Een met veel tamtam omgeven tv-documentaire van het Amerikaanse CBS in 1994 over een vermeende vondst bleek ook al apocrief. Verontwaardigde christenen klaagden zelfs over een complot van seculiere kringen om het pronkstuk van hun heilsleer in diskrediet te brengen. De ark-verhalen beginnen dan ook een hoog Monty Python-gehalte te krijgen. Een van de laatste nieuwsmeldingen over het wel en wee van de ark behelste het bericht dat Koerdische onafhankelijkheidsstrijders zich er in zouden hebben gevestigd. Zo blijft er weer een schuld van God in de nevelen van een mysterie gehuld.