Op zoek naar de vergeten ideologie

Het politieke debat in Nederland wordt nog vrijwel uitsluitend in economische termen gevoerd. De vraag is niet of er een Betuwelijn moet komen, een nieuw Schiphol, een volgende Maasvlakte of nieuwe sporen voor flitstreinen - de vraag is waar ze zullen komen. Of de miljarden die met dit soort investeringen gemoeid zijn, niet tenminste voor een deel anders en beter besteed kunnen worden, is geen onderwerp van discussie.

De milieueffecten van deze gigantische verbouwingen worden stelselmatig onderbelicht, de werkgelegenheidseffecten even stelselmatig opgeblazen. Sterker: het milieu is de laatste jaren vakkundig geannexeerd door de predikers van de economische vooruitgang, want dankzij technologische vooruitgang kunnen milieu en economische groei probleemloos samengaan. Er is zelfs een nieuw woord bedacht voor deze toekomstidylle: econologie.
Vlak voor de laatste hand wordt gelegd aan het verkiezingsprogramma van de PvdA, verscheen de afgelopen week een bundel kritische opstellen over de politieke koers van de sociaal-democratie. Paul Kalma en Frans Becker voorzagen het geheel van een inleiding onder de titel Zeven amendementen op het veelbezongen poldermodel. Die zeven amendementen gaan over werk, ruimtelijke ordening, cultuur, milieu, internationalisering, democratische vernieuwing en nieuwe rijkdom. Maar eigenlijk zijn het evenzovele pogingen die thema’s los te maken uit het puur economische kader waarin ze gevangen zitten. Het debat over ruimtelijke ordening moet weer over de kwaliteit van de ruimtelijke ordening gaan en het onderwijsdebat over onderwijs. ‘Het economisme voorbij’, de zesde stelling, mag dan ook gelden als het centrale amendement. 'Niet alleen de materiële, maar ook de culturele ontplooiing van mensen verdient aandacht en ondersteuning’, schrijven de auteurs. 'Dat waren we bijna vergeten.’
Wat de auteurs in feite beogen, is de PvdA weer te laten nadenken over de wortels van het sociaal-democratisch hervormingsstreven. Was dat niet altijd gericht op de beteugeling en begrenzing van het marktmechanisme? Op de beperking van onze afhankelijkheid van economie en technologie en de heerschappij van het geld over mensen en hun leefwereld? Met instemming citeren zij dan ook de oude socioloog Van Doorn: 'Daartegen geprotesteerd te hebben is de grote historische verdienste van de sociaal-democratie. Het blijft haar toekomstige roeping.’ Die ideologie moet terug in het hart van de partij. Want een PvdA die haar 'ideologische veren heeft afgeschud’ (Kok), is uiteindelijk niet veel meer dan de meest fatsoenlijke medeuitvoerder van het liberaal program.
De moeilijkheid is intussen dat het 'grote verhaal’ van de economische groei als moeder van alle vooruitgang niet simpelweg te vervangen is door een ander groot verhaal. De nieuwe ideologie die de auteurs voorstaan heeft veeleer de vorm van een veelheid van kleine verhalen die vooralsnog niet meer zijn dan, inderdaad, amendementen waaraan een gemeenschappelijke noemer ontbreekt. Wat niet betekent dat ze niet met kracht en vasthoudendheid moeten worden ingebracht.