3,1 km, Leiden: lege schappen

Ineens zijn ze verdwenen. Het is de lente-lockdown van 2020, voor meer dan drie miljoen Nederlanders is de sportschool gesloten. Zoals zovelen besluit ik dan maar mijn eigen materiaal aan te schaffen. De groene turnmat van Ikea ligt al klaar in de woonkamer. Op mijn telefoon installeer ik apps met ietwat gênante namen als ‘Sixpack in 30 dagen’ en ‘Dumbbell Workout at Home’. Helaas ontbreken die dumbbells nog. Op internet valt mijn oog op een gietijzeren set. Niet te duur en verstelbaar van minder dan vijf tot vijftien kilo. Eén nadeel: mijn halters zijn uitverkocht. Overal. Tot op het laatste exemplaar.

De zilverkleurige staven met de ruwe, gietijzeren schijven blijken onderdeel te zijn van een politiek-economische aardverschuiving. Daarover later meer, maar als ik ze in het najaar alsnog weet te bemachtigen, weggemoffeld op de vloer achter in de Perry Sport van mijn woonplaats, bekijk ik ze met andere ogen. De halters hebben hun vanzelfsprekendheid verloren. Net als de spelcomputers, fietsonderdelen, tuinstoelen en al die andere van het ene op het andere moment schaars geworden goederen die tot het decor van ons leven behoorden. Juist door er een aantal maanden níet te zijn, door het lege schap dat ze achterlieten, herinneren de dingen ons eraan dat ze een lange reis afleggen voordat ze in huis belanden. Dat ze ergens vandaan komen.

Maar waar? Ik ga op zoek naar een woordvoerder van de sportketen die me dit kan vertellen. Dat valt niet mee. Zoals zoveel bekende namen in de Nederlandse winkelstraat rijgt ook Perry Sport overname aan overname. Na een faillissement in 2016 ging het verder onder de vleugels van een nieuwe, Britse eigenaar: JD Sports. Waarna het in de coronacrisis in Spaanse handen is gekomen – al blijkt ook die onderneming weer eigendom van de Britten. Aan telefoonnummers hebben ze allemaal een hekel. Uiteindelijk vul ik het formulier in van de klantenservice. Als even later een vriendelijke medewerker terugbelt, moet ze me teleurstellen. ‘Op de doos van de dumbbells staat geen land. Dus ik neem aan dat ze gewoon hier vandaan komen.’

2182 km, Moskou: het begin van het einde

De symbolische start van de huidige, derde globaliseringsgolf is in 1990 in Moskou. Daar, in het hart van wat tot voor kort het evil empire was, opent McDonald’s zijn eerste Russische filiaal. Op de rode vlaggetjes waarmee de kinderen die dag op het Poesjkinplein zwaaien, staan geen hamers en sikkels, maar staat een goudgele M. Als een dubbele triomfboog van het kapitalisme. Met de komst van de Amerikaanse hamburgerketen is de ineenstorting van het sovjet-communisme compleet.

In maart 2022 kondigt McDonald’s aan de deuren van zijn 850 Russische restaurants te sluiten. De troepen van president Poetin zijn zojuist Oekraïne binnengevallen. Zoals zoveel westerse multinationals houdt ook de hamburgerboer het voor gezien. Tijdelijk, vooralsnog, maar er zijn berichten dat Rusland werkt aan een eigen, nationaal alternatief. Het logo zou bijna identiek zijn, behalve dat de M nu op zijn kant ligt. Op de een of andere manier is het net alsof hij op het punt staat in de afgrond weg te glijden.

‘De Russische invasie van Oekraïne heeft een einde gemaakt aan de globalisering die we de afgelopen drie decennia hebben meegemaakt’, concludeert Larry Fink van vermogensbeheerder BlackRock kort daarop in zijn traditionele brief aan de ceo’s van het bedrijfsleven. Volgens de baas van het grootste spaarvarken ter wereld, goed voor tienduizend miljard dollar aan beleggingen, zijn de westerse sancties tegen Poetin de druppel die de emmer doet overlopen. ‘Ruslands agressie in Oekraïne en de daaropvolgende ontkoppeling van de wereldeconomie zal bedrijven en overheden hun afhankelijkheden doen heroverwegen’, schrijft hij, ‘iets waar corona velen al toe had aangezet.’

Als dat klopt, is de wereld precies dertig jaar lang een dorp geweest. Wellicht is de vergelijking met de ‘transporter’ uit het sciencefiction-universum van Star Trek nog wel raker. Dat apparaat kan materie in energie veranderen, en weer terug. Zo worden spullen – of mensen – binnen luttele seconden over duizenden kilometers verplaatst.

Op soortgelijke wijze schijnen onze consumptiegoederen sinds de jaren negentig in de winkel te belanden. Ze zíjn er gewoon. Het enige wat we moeten doen is ervoor betalen en het meenemen naar huis. Om ons onuitroeibare verlangen naar het onbekende te stillen, creëren merken zelfs ‘surrogaat-afstand’. Servies bij de Xenos (let op de naam) in de sfeer van duizend-en-een-nacht; modehuizen die kleding of tassen verkopen ‘van dikke handgeweven katoen met traditioneel Nepalees patroon’.

Wat geldt voor het transport van goederen, gaat net zo goed op voor diensten en communicatie. The Death of Distance luidt de titel van het boek dat Frances Cairncross in 1997 publiceert over het dan nog relatief onbekende internet. De Economist-journalist schetst een toekomst ‘waarin het versturen van data vrijwel niets kost, waarin afstand er niet toe doet en waarin elke hoeveelheid informatie direct toegankelijk is’.

In 1990 kan een brief naar de Filippijnen inderdaad nog weken onderweg zijn. Een grensoverschrijdend telefoongesprek kost een klein fortuin. In 2022 doet een e-mail er niet langer dan enkele seconden over. Dankzij apps als WhatsApp, Skype en Signal kunnen vrienden en familieleden aan de andere kant van de wereld de hele dag door bellen, gratis en voor niets.

De cheerleaders van de globalisering zien in die prille beginjaren nog vele andere voordelen. Zij wijzen op de afname van extreme armoede. In 1981 ging 42 procent van de mensheid gebukt onder dat lot. In 2015 minder dan één op de tien. Al verdienen die cijfers wel nuancering. Zo speelt dit sprookje zich voornamelijk af in China. Dat land staat met de liberalisering van zijn planeconomie weliswaar aan de wieg van de globalisering, maar het is bepaald geen schoolvoorbeeld van neoliberaal marktdenken.

Nog een ongemakkelijke waarheid: sommige economische studies suggereren dat het belang van geografische afstand helemaal niet verdwenen is. Voor elke tien procent aan extra kilometers die partijen van elkaar scheiden, neemt de handel met tien procent af, schrijft econoom Dani Rodrik in zijn boek Straight Talk on Trade. Dat komt niet alleen doordat transportkosten niet tot nul zijn teruggebracht. Ook culturele verschillen blijven ertoe doen. Sterker nog, sinds 1960 lijkt dit ‘afstandseffect’ alleen maar te zijn toegenomen. Het geldt zelfs voor het ogenschijnlijk grenzeloze internet. Of het nou om online spelletjes of porno gaat: hoe verder weg de landen waar deze websites vandaan komen, hoe kleiner de kans dat een Amerikaan ze zal bezoeken.

6173 km, Washington: ‘Wij zijn Amerika, bitch’

Het klinkt vreemd, gebombardeerd als we worden door reclame, maar op zoek naar de afkomst van mijn halters blijft zelfs het merk in eerste instantie anoniem. Op de site van Perry Sport valt over dit ‘inq’ niet veel meer te vinden dan dat het een ‘echt allround merk’ is ‘van topkwaliteit zonder af te doen aan stijlgevoel’.

Een contactpersoon bij de Britse eigenaar belooft op zoek te gaan naar iemand die er meer van weet. Daarna blijft het stil. Van de klantenservice hoor ik ondertussen dat het om een huismerk gaat. ‘inq focust zich op de atleet die het beste uit zichzelf wil halen’, luidt de weinig informatieve reactie. Wel ontvang ik enkele uren later het verzoek om mee te doen aan een enquête. ‘Het zijn slechts 8 vragen, die gaan over de manier waarop we jou geholpen hebben.

Gelukkig blijkt de vrouw van de klantenservice die me eerst meedeelde dat de dumbbells uit Nederland kwamen vasthoudender. Ze gaat er voor mij achteraan. Na een week mailen levert haar zoektocht binnen het bedrijf het volgende antwoord op: mijn dumbbells ‘kunnen in verschillende landen in Azië geproduceerd worden. We kunnen dus onmogelijk de exacte locatie aangeven.’

Je zou het niet zeggen gezien zulke verre herkomsten, maar volgens deskundigen is de globalisering al zeker een decennium over het hoogtepunt heen. ‘Vanaf de grote crisis van 2008 is er elk jaar opnieuw wel iemand die roept: dit is het einde’, zegt Marcel Timmer, hoogleraar economische groei en ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Daar zijn ook steeds goede redenen voor. Elk jaar is het wel een tandje minder.’

Timmer publiceerde in 2016 met collega’s een onderzoek naar internationale productieketens. Hoe gefragmenteerder die zijn, bijvoorbeeld een auto waarvan de onderdelen in tientallen landen gefabriceerd worden, hoe meer globalisering. ‘Die fragmentatie stabiliseerde al rond 2011’, zegt hij. ‘Dat kwam vooral doordat China zich begon te onttrekken aan de wereldeconomie. Het land produceerde steeds meer benodigde input zelf.’

Ongemak over de globalisering is er vanaf het prille begin. In 2001 blokkeren tienduizenden activisten met succes de top van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle. De wereldeconomie mag dan groeien, de aanwezige vakbonden wijzen op de achterblijvende lonen van westerse werknemers. Boze ontwikkelingsorganisaties stellen de vaak erbarmelijke arbeidsomstandigheden in de fabrieken in Azië aan de kaak. Als schildpadden verklede milieuactivisten wijzen erop dat, ook al noemen we de wereld een dorp, onze spullen heus niet met de fiets worden afgeleverd. Ze bereiken de consument per CO2-uitstotend schip, vrachtwagen of vliegtuig – waardoor de wereld nu kampt met klimaatverandering.

Echt hard gaat het pas vanaf het moment dat de machtigen op aarde besluiten dat de globalisering niet langer in hun belang is. In 1990 geeft een Amerikaanse projectontwikkelaar een interview aan Playboy. Op de vraag wat, in het onwaarschijnlijke geval dat hij ooit president zou worden, zijn eerste maatregel is, antwoordt hij resoluut: ‘Een belasting gooien op elke Mercedes-Benz die dit land inrolt en op alle Japanse producten.’ In 2017 komt Donald Trump daadwerkelijk aan het roer te staan van de Verenigde Staten. Hij ontketent direct een handelsoorlog met China. Een anonieme functionaris vat de nieuwe doctrine van het Witte Huis bondig samen: ‘We’re America, bitch.

De twee grootmachten torpederen elkaar met importtarieven van tientallen procenten. Ook andere landen komen met maatregelen om de eigen economie te bevoordelen, of de vrijhandel te beperken. De liberale website globaltradealert.org houdt er een handige database van bij. De bijbehorende rode grafiek loopt steil op: van 127 protectionistische maatregelen in 2010 tot 626 afgelopen jaar.

Wanneer de economie na een reeks lockdowns opkrabbelt, blijken veel containers zich aan de verkeerde kant van de wereld te bevinden

‘Van het dek van een vliegdekschip tot het staal van de vangrail langs de snelweg – alles zal made in America zijn, van het begin tot het einde’, belooft ook Trumps opvolger Joe Biden. Niet voor niets waarschuwt het Internationaal Monetair Fonds (imf) in zijn nieuwste rapport voor ‘het risico van een meer permanente versplintering van de wereldeconomie in geopolitieke blokken’. De toonaangevende economische spelers zijn ieder voor zich druk bezig hun eigen technologische standaarden, betalingssysteem en reservemunt te creëren.

‘Je ziet steeds vaker industriebeleid dat gericht is op het versterken van regionale netwerken’, bevestigt Angela Wigger, als politiek econoom verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Denk aan reshoring, het terughalen van de productie van strategische goederen als chips, zonnepanelen en batterijen voor elektrische auto’s. Niet alleen China voert zo’n industriebeleid, ook een land als India doet dit. In de VS heet het America First. De Europese Unie heeft het over “open strategische autonomie”. Dat klinkt beschaafder, maar het maakt deel uit van één en dezelfde trend.’

Het McDonald’s vlaggenschip restaurant op het Pushkinskaya Plein in Moskou - het eerste van de keten geopend in de USSR op 31 januari 1990. Het is McDonald’s laatste dag in Rusland,13 maart 2022 © AFP / ANP

Waarom dat uitgerekend nu gebeurt? ‘We leven in een soort rentenierskapitalisme’, zegt Wigger. ‘Daarin draait alles om geld verdienen met geld, dus zonder te investeren in de eigenlijke productie. Transnationale bedrijven staan aan het hoofd van lange, complexe productieketens. Maar zelf zijn ze vooral gericht op financiële activiteiten: met goedkope leningen, schuld dus, overnames doen om zo bijvoorbeeld toegang tot patenten te krijgen. Of ze kopen eigen aandelen terug.’

Dit op schulden gebaseerde systeem begint volgens haar op zijn grenzen te stuiten. ‘De globalisering bood bedrijven toegang tot nieuwe afzetmarkten en goedkope arbeidskrachten. Inmiddels krijgen Europese en Amerikaanse transnationale concerns te maken met steeds fellere concurrentie, vooral uit China. Vandaar hun roep om meer staatssteun. Of, omgekeerd, om protectionistische maatregelen. Denk aan hoe de Amerikaanse regering Huawei, het Chinese bedrijf dat vooral bekend is van de 5G-technologie, het leven zuur maakt.’

3365 km, Suezkanaal: niks loopt meer op rolletjes

In de vroege ochtend van dinsdag 23 maart 2021 loopt de globalisering vast. Letterlijk. De Ever Given, op weg van China naar de haven van Rotterdam, krijgt in het Suezkanaal te maken met een zandstorm. Het gigantische containerschip komt bijna dwars in de belangrijkste transportroute op aarde te liggen, als een prop haar in het doucheputje. Het gevolg is een economisch infarct. Normaal loopt twaalf procent van de mondiale handel via deze route. De economische schade van de snelgroeiende waterfile loopt op tot vele miljarden euro’s per dag.

In een van die duizenden containers liggen misschien wel mijn dumbbells te wachten. Ik ben inmiddels een artikel tegengekomen op de Amerikaanse nieuwssite Vox dat de zomer daarvoor verscheen: ‘waarom het zo moeilijk is om dumbbells te vinden in de Verenigde Staten’. De auteur vergelijkt het krijgen van dumbbells in de lockdown met ‘kaartjes regelen voor een concert van een poplegende zonder ooit te weten wanneer die in de verkoop gaan’. Iedereen wil ze. In Nederland verkoopt webwinkel Bol.com er die eerste coronaweken dertig keer zoveel als normaal.

Terwijl de vraag explodeert, ligt de aanvoer stil. Ik lees dat 95 procent van alle dumbbells wereldwijd uit China komt. Dat verklaart het nodige. Doorgaans duurt het een maand om de gewichten te produceren en naar de dichtstbijzijnde haven te vervoeren. Maar door een reeks lockdowns moeten veel Chinese fabrieken tijdelijk de deuren sluiten. Schepen blijven werkeloos in de havens liggen. Wanneer de economie vervolgens opkrabbelt, blijken veel containers zich aan de verkeerde kant van de wereld te bevinden.

De blokkade van het Suezkanaal een jaar later maakt het fiasco compleet. Nu is het voor iedereen duidelijk hoe kwetsbaar de geglobaliseerde economie is. ‘Weerbaarheid’ luidt het nieuwe toverwoord onder experts. Bijvoorbeeld als het gaat om de zogenoemde just in time-productie. Alleen al tussen 1981 en 2000 bouwden Amerikaanse maakbedrijven elk jaar opnieuw hun voorraden met gemiddeld twee procent af. Tegelijkertijd knipten westerse ondernemingen hun productieproces op in kleine stukjes. Die strooiden ze als confetti uit over de wereld, om het vervolgens zo te plannen dat elk benodigd onderdeel op het juiste moment op de goede plek aankomt. Dat is extreem efficiënt – zolang alles meezit.

Het probleem is dat er de laatste jaren weinig meer op rolletjes loopt in de economie. Om de omikronvariant in te dammen, zijn anno 2022 opnieuw tientallen Chinese steden in quarantaine gegaan. Daaronder Shanghai met zijn grootste haven ter wereld. Dichter bij huis doet de Russische aanval op Oekraïne de vrees voor tekorten toenemen, van graan tot gas. Een Reuters-analist spreekt van ‘een experiment van wat er gebeurt als een land de globalisering op warp-snelheid probeert terug te draaien’.

Deze fase wordt ook wel slowbalization genoemd. Verwar dat niet met een terugkeer naar vroeger. Zo heeft de Wereldhandelsorganisatie haar prognose voor de groei van de mondiale goederenhandel verlaagd, van vierenhalf naar drie procent. Maar: dat is nog altijd groei. Zelfs als het helemaal zou stagneren – het handelscijfer kan tot 0,5 procent dalen als er een totale boycot van Russische energie komt – is dat op een historisch hoog niveau.

Hoogleraar Marcel Timmer plaatst nog een extra kanttekening. Bij globalisering denken we meestal aan schepen vol containers. In werkelijkheid is de goederenhandel slechts een van de gezichten van de globalisering. Er zijn ook nog de wereldwijde kapitaalstromen, arbeidsmigratie en de handel in diensten. Timmer: ‘Dat laatste is tijdens de coronacrisis juist verder geglobaliseerd. Bedrijven beseften dat ze sommige diensten, zoals marketing of onderzoek, prima kunnen uitbesteden. Neem een machinebouwer. Die kan zijn installaties nu op afstand, met een camera op het hoofd van een monteur plus videoverbinding, laten repareren. Daar hoeft dus geen eigen personeel meer naartoe gevlogen te worden.’

Hoe de huidige stormachtige ontwikkelingen dan wel te duiden? Aan het begin van deze eeuw werd de protestgolf tegen ‘neoliberale’ organisaties als de Wereldhandelsorganisatie en het imf al snel ‘antiglobalisering’ gedoopt. Onder de linkse activisten was die naam omstreden. Ze waren niet tegen mondiale klimaatakkoorden of andere vormen van internationale samenwerking. Om afstand te nemen van een eng nationalisme spraken velen liever van ‘andersglobalisering’.

Dat denken maakt een comeback. Zo merkte de Franse econoom Jean Pisani-Ferry onlangs op dat ‘progressieve globalisering’ niet langer een luchtkasteel is. Hij ziet meer ruimte voor mondiale afspraken tegen belastingontwijking, sociale uitbuiting en milieuvervuiling. ‘De oude globalisering is stervende. De nieuwe moet nog geboren worden.’

Anderen zijn minder optimistisch. ‘Lees de plannen van de Europese Commissie’, zegt politiek econoom Angela Wigger. ‘De huidige Europese industriepolitiek komt erop neer dat de publieke sector garant mag staan voor zo’n beetje alle investeringsrisico’s van de financiële sector. Een soort tweede bailout van de banken dus. Dat gaat gepaard met aanhoudende pogingen om arbeid binnen Europa goedkoper te maken. Ondertussen blijven de winsten geprivatiseerd.’

8804 km, Nantong: ‘You need purchase dumbbell?’

In zijn klassieker The Condition of Postmodernity (1990) vat de Britse geograaf David Harvey de economische geschiedenis samen in vier wereldbollen. Het bovenste plaatje is het grootst. Dat is de tijd van de paardenkoetsen en zeilschepen. Daarna doen stoomtreinen en -schepen de aarde krimpen. Niet fysiek natuurlijk, maar wel in de zin dat zij voor reizigers kleiner wordt. Propellervliegtuigen luiden een derde fase in. Waarna een planeetje met de omvang van een knikker volgt: onze tijd van internet, massatoerisme en containerschepen.

Sinds de coronacrisis weten we dat deze krimp niet vanzelfsprekend is. Afstand is niet dood. Jawel, technologie maakt de wereld kleiner. Zij perst als het ware tijd en ruimte samen, zoals Harvey liet zien. Maar het omgekeerde gebeurt soms ook. Strengere grenscontroles, sancties, protectionisme en lockdowns kunnen ervoor zorgen dat mensen en goederen langer onderweg zijn naar hun bestemming.

Door dat hernieuwde besef van afstand krijgen de dingen die ons omringen weer een duidelijke herkomst. Een geur en een kleur. Op de website made-in-china.com vind ik een overzicht van fabrikanten en leveranciers, verspreid over heel China, die dumbbells aanbieden aan westerse importeurs. Het zijn er duizenden. Na urenlang klikken en scrollen herken ik plotseling de set die ik thuis heb liggen.

De reis van mijn dumbbells blijkt niet ver van de plek te zijn begonnen waar de machtige Yangtze, die ik vijftien jaar geleden met een riviercruise bevoer, in zee stroomt. ‘De geboorteplaats van de moderne Chinese industrie’, lees ik over Nantong. Deze drie miljoen inwoners tellende stad telt twee fabrieken die mijn soort halters maken. Voor de ene werken meer dan duizend arbeiders. De ‘virtuele rondleiding’ op de website van het concern toont een modern ogende hal. In lange rijen ovens met afzuiginstallaties wordt het metaal voor ons aller sportmateriaal bewerkt.

De andere fabriek oogt kleiner. Ouder ook. Op een foto van de ingang van het fabrieksterrein wappert een Chinese vlag. Binnen staat een arbeider in rood shirt aan een werkbank, zijn hoofd omhuld door stoom. Voor twintig tot 25 dollar per set maakt hij mijn dumbbells. Alleen de contactpersoon van deze tweede fabriek, ene ‘Mr. Lory’, reageert op mijn vraag of zij in het verleden ook aan Perry Sport in Nederland hebben geleverd. Helaas helpt zijn summiere antwoord me weinig: ‘Hello, you need purchase dumbbell?’

Voor de aardigheid kijk ik of er al regionale, Europese alternatieven ontstaan. Ik kom een producent tegen in Nordhorn, net over de Duitse grens bij Twente. Hun dumbbells zien er indrukwekkend uit. Handgemaakt en ‘vervaardigd van hout uit hernieuwbare bossen in Duitsland’. Vanaf 6500 euro kun je een verzameling met uiteenlopende gewichten bestellen. Het einde van de globalisering gaat me geld kosten.