Dave Eggers, U zult versteld staan

Op zoek naar echt contact

Dave Eggers

U zult versteld staan van onze beweeglijkheid

Vertaald door Dirk-Jan Arensman

Uitg. Vassallucci, 399 blz., € 22,95

De Amerikaanse schrijver David Foster Wallace voorspelde in 1990 al dat de «next literary rebels» waarschijnlijk een soort anti rebellen zouden zijn, schrijvers die het risico durfden te lopen beschuldigd te worden van sentimentaliteit en melodrama, omdat dát in het tijdperk van de ironie not done was: «plain old untrendy human emotions». Dave Eggers was precies zo’n antirebel, zijn debuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (2000) een eerlijke en oprechte, soms pijnlijke vertelling, op het pathetische af. Het autobiografisch-tragische verhaal over een jonge twintiger die zijn beide ouders verliest en opeens de verantwoordelijkheid krijgt voor de opvoeding van zijn jongere broertje, was een prachtige parabel voor deze tijd en Eggers als hoofdpersoon de personificatie van de zoekende, hyperbewuste maar van zichzelf en de ander vervreemde twintiger: «Ik heb niets gezien en ik heb alles gezien. (…) Ik heb geen wortels, ben losgerukt van mijn grondvesten, een wees die een andere wees opvoedt (…) Ik heb een gemeenschap om me heen nodig, ik heb feedback nodig, ik heb liefde nodig, echt contact, geven en nemen.» Eggers had in zijn debuut de goede vorm gevonden voor zijn verhaal, waardoor zelfs de meest ironische of cynische lezer ontroerd durfde raken.

You Shall Know Our Velocity, zijn tweede boek en eerste fictionele roman, is recentelijk in Nederland verschenen, onder de titel U zult versteld staan van onze beweeglijkheid. Op het eerste gezicht lijkt het een haastklus, door de vele slordigheden waar het oog tijdens het lezen hinderlijk aan blijft plakken. Maar de Eggers-thematiek is er wel degelijk in verwerkt, iets hysterischer nog dan in zijn debuut. U zult versteld staan barst bijna uit elkaar van de goede bedoelingen, de schrijnende noodzaak de lezer iets te verkondigen. Eggers is een bijna Messiaans schrijver (waarvan sommige lezers zullen gruwen, vooral wanneer hij zich direct tot «U, mijn Heer» richt) — de vraag is wat hij precies wil vertellen in zijn eerste echte roman.

De anekdote van U zult versteld staan is snel verteld: twee twintigers, Will en Hand, besluiten in zesenhalve dag de wereld rond te reizen om het geld dat op eigenaardige wijze in bezit van Will is gekomen en dat hij dus «niet verdient», vindt hij, uit te delen aan iedereen die het echt nodig heeft. Ze belanden in Senegal («omdat het hard waaide in Groenland»), Marokko, Estland en Litouwen, maar in zekere zin verschillen deze plekken niet veel van elkaar: PizzaHut, McDonald’s, Puma, Gap, Hertz, Pink Floyd, «elk gegeven landschap (…) bestond ergens in de VS». En zo komen deze twee Kleinduimpjes in de zogenaamde global village erachter dat de wereld elders net zo vreemd vertrouwd is als in hun eigen land. Wat vreemd of vervreemdend is zit in hun eigen hoofd, hun eigen onvermogen werkelijk de wereld te begrijpen en hun eigen rol daarin, hun «taak», waarmee vooral Will gepreoccupeerd is.

Het karakter dat de meeste ruimte krijgt, het personage dat ook letterlijk voor ruimte kiest (de reis was zijn idee), is Will. Wills hoofd is een chaos aan onverwerkte herinneringen. Vooral aan zijn vriend Jack, met wie Hand en hij in hun adolescentie een drie-eenheid vormden, degene die van de drie vrienden altijd het goede deed, en die door een vrachtwagen is overreden. Dit volstrekt zinloze ongeluk is voor Will niet te accepteren. Het is alsof het universum of het wereldbeeld van Will uit het lood is geslagen door Jacks dood, en dat hij, Will, boete moet doen, of in ieder geval een daad moet stellen om de zinloosheid te bestrijden. Het geld uitdelen is een poging het evenwicht te herstellen, de reis om de wereld een vlucht, om zich te ontdoen van de last van zijn herinneringen en schuldgevoelens — in een innerlijke dialoog met Jack: «Ik heb de laatste tijd zo vaak gedacht dat als we maar ergens heen gaan, dat we daar antwoord krijgen en dat daar een reden zal zijn (…) Ik wilde dat er iets gebeurde waardoor ik minder keuzes had, zodat er een duidelijke route op mijn kaart zou staan (…) Ik wilde beperkingen, grenzen, om de last te verlichten, Jack.»

Maar er zit geen systeem in hun handelingen, de afweging wie wel en wie niet geld krijgt bijvoorbeeld is volstrekt willekeurig — dezelfde willekeur die vooral Will probeert te bestrijden in zijn hoofd. Het lost niets op. Wills probleem is dat hij de last van de wereld op zijn schouders meetorst, in zijn eigen kop. En: «Ik wil mijn eigen gedachten niet meer», zegt Will: «Ik wil dat mijn hoofd maar een deeltje is van iets anders.» Wat hij wil is minder «zwaar» zijn, beweeglijk, als een communicerend vat dat geeft en neemt. De enige verlichting vindt plaats als er even een spoor van echt menselijk contact is. «Dan leef ik weer», zegt Will.

Dave Eggers heeft met Will een interessant karakter neergezet (dat veel overeenkomsten vertoont met de Dave uit het debuut): een white middle-class male met een overvol hoofd, die alles kan doen wat hij wil, maar «niemand die op ons stond te wachten» (hetzelfde type dat ook in de romans van bijvoorbeeld David Foster Wallace en Rick Moody rondloopt). Eggers stuurt hem de wereld in, maar U zult versteld staan is vooral een poging de «plain old untrendy human emotions» in kaart te brengen, is een boek over liefde, onmacht, schuld en boete. Een hysterisch boek, maar zo verdomd gemeend dat we Eggers de af en toe vreemde zijsporen die worden ingeslagen maar gewoon vergeven.