Web only: Het algemeen belang (slot)

Op zoek naar een nieuwerwets poldermodel

De huidige bestuurselite kijkt onvoldoende om naar vraagstukken van identiteit en gezamenlijk belang. Elf denkers uit binnen- en buitenland bogen zich voor De Groene Amsterdammer over de vraag hoe nu verder. Een slotbeschouwing.

Er is iets bijzonders met het algemeen belang. Het is een ongrijpbaar begrip, en toch weet iedereen wat ermee wordt bedoeld. Of het nu gaat om het openbaar vervoer of om de vrijheid van meningsuiting, zolang het functioneren van de samenleving als geheel ermee is gebaat - en wij allen daarvan profiteren - is het publiek belang gediend.
Het algemeen belang is dus niet iets zijigs. Het is niet geofferd aan het individualisme, aan radicaliserend links of rechts of aan het vrije marktdenken, zoals sommigen menen. Elke dag wordt ernaar gehandeld: in het verzorgingstehuis, bij de rechtbank, bij de milieudienst, op school.
Maar er heerst ongemak, en dat gevoel is niet uit de lucht gegrepen. De zorg voor het algemeen belang was uitbesteed aan een bestuurselite, die nu met de handen in het haar zit omdat de samenleving verandert. Het conflict lijkt meer mensen aan te spreken dan het compromis. Hoe moet dat? Elf denkers uit binnen- en buitenland bogen zich voor De Groene Amsterdammer over deze vraag. Ziehier een poging tot samenvatting.

Dat de meeste Nederlanders met hun mond vol tanden staan als het algemeen belang ter sprake komt, is niet vreemd. Burgers hoefden er nooit over na te denken, dat deden de voorlieden van onze verzuilde samenleving voor hen. Zij polderden tot er consensus was, daarna was iedereen gebonden. Lange tijd was het algemeen belang in Nederland een kwestie van geven en nemen en van collectieve verantwoordelijkheid.
In dat stroperige model is de klad gekomen. We kregen er een ‘technocratische, marktgedreven’ politiek voor in de plaats, die, aldus politiek filosoof Michael Sandel, 'onvoldoende omkeek naar vraagstukken van identiteit en een gezamenlijk belang’. Nu zien we de nadelen. Er is geen voorhoede meer die kan spreken namens een achterban. Het oude poldermodel kraakt in zijn voegen, zie hoe de fnv verscheurd is geraakt over het pensioenvraagstuk. Dat is voor iedereen wennen, de politiek incluis. Sociologe Giselinde Kuipers zei: 'Terwijl de diversiteit is toegenomen in de samenleving, is de onderlinge afstemming enkel afgenomen.’ Het wreekt zich dat wij geen traditie hebben van openbare afweging.
Dat klemt te meer nu oude scheidslijnen plaatsmaken voor nieuwe. Zaten de zoon van de hoogleraar en de zoon van de schoenmaker vroeger samen in de kerk, de kans dat de dochter van de automonteur nog sport met de dochter van de tandarts is klein. Er ontstaan nieuwe, 'lichte’ gemeenschappen, op basis van leefstijl, leeftijd en - niet in de laatste plaats - opleiding. Het lot van menige twaalfjarige met vmbo-advies is feitelijk bezegeld, hij of zij zal straks op het werk en op de huwelijksmarkt vooral soortgenoten ontmoeten. Voor vwo'ers geldt hetzelfde. Dat vertaalt zich politiek: de pvv en de SP zijn er voor lageropgeleiden, zoals D66 en GroenLinks de kosmopolieten bedienen. Een nieuwerwets poldermodel waarin ze belangen uitruilen en samen zakendoen voor hoog en laag, ontbreekt.
Of neem de generatiekloof. Het gevecht over de verdeling van de toekomstige welvaart komt onvermijdelijk op ons af. Senioren verlangen investeringen in zorg, jongeren in onderwijs. Vijftigplussers willen hun pensioen veiligstellen, twintigers en dertigers vrezen dat er voor hen niets overblijft. 'We hebben in ons land veel ouderen die het verhoudingsgewijs erg goed voor zichzelf hebben geregeld’, zei emotie-econome Henriëtte Prast. De 50plus-partij van Jan Nagel vormt daarvan de eerste politieke vertaling, maar daar zal het vast niet bij blijven.
Overal treden winnaars en verliezers aan het licht. Het is een effect van de globalisering die de meritocratie een stevige wind in de rug gaf. Naast zelfstandigen zonder pensioen staan insiders met ontslagbescherming, naast eigenaren van een te duur gekocht huis zijn er huurders met een toeslag. Zeker in een haperende economie komt de solidariteit onder druk te staan. En waar zien mensen deze solidariteit behartigd? Niet in de oude structuren. Zegt Sadik Harchaoui, directeur van Forum: 'De middeling van belangen hapert.’
De mogelijkheden om het heil bij soortgenoten te zoeken nemen alleen maar toe. Overal clusteren mensen met dezelfde belangen samen: in seniorensteden, in suburbiawijken vol tweeverdieners, in de multiculturele Randstad en het blanke, krimpende achterland. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor het algemeen belang.
Tegelijkertijd zouden we ons niet meer kunnen schikken naar een verzuiling als vroeger, daarvoor zijn we te individualistisch geworden. De democratisering brengt nu eenmaal met zich mee dat iedereen zijn leven naar eigen inzicht kan inrichten en dat mensen minder afhankelijk van elkaar worden. Dat wordt algemeen als winst beschouwd, en terecht, maar het heeft ook tot gevolg dat we het moeilijker vinden om het samen ergens over eens te worden. Wie heeft het predicaat op het gelijk?
Er zijn vakmensen die dit probleem dagelijks aan den lijve ondervinden: leerkrachten, artsen, wetenschappers, rechters. Hun autoriteit is afgekalfd. Daarom hebben oproepen om een hersteld gezag van een bovenlaag ook zo weinig effect in de praktijk. De roep om een elite die als vanouds het voortouw neemt beperkt zich vooral tot de krantenkolommen. Bij lageropgeleiden heerst juist veel boosheid over een voorhoede die in de afgelopen jaren haar eigen belang uitstekend heeft gediend, zie de beloningsdiscussie in de publieke sector.
Historicus James Kennedy meent: 'De elite heeft het vertrouwen in eigen vermogen verloren.’ Bovendien is het idee dat voorhoedes ons kunnen leiden naar een vernieuwd publiek domein eenvoudigweg te simpel. Zegt sociaal-psycholoog Hans Boutellier: 'Veel mensen zitten gevangen in het idee dat we samen als maatschappij één grote organisatie zijn. Maar dat zijn we niet meer. Of, beter gezegd, dat zijn we ook, maar we zijn veel meer dan dat.’
Wie neemt dan het voortouw om het algemeen belang te promoten? Sommigen zeggen: dat is de taak van de politiek, die moet middelen tussen de verschillende posities. Maar het lijkt alsof het nu niet loont te zoeken naar een middenweg. Consensus en compromis leggen het af tegen ferme taal. Filosoof Sjaak Koenis verwijt premier Balkenende bijvoorbeeld dat hij steeds maar tamboereerde op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Politici moeten juist uitleggen dat we wel degelijk proberen te middelen, dat we systemen hebben die de pijn verdelen en die zwakkeren tegemoet komen, meent Koenis. Anders is het niet raar dat mensen boos worden.
Maar de politieke partijen die gedurende de verzuiling floreerden verkeren in een identiteitscrisis. Monika Sie, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, zegt: 'Het is de opdracht van progressieve partijen om thema’s te agenderen die mensen gemeen hebben.’ Toch domineert binnen de pvda het debat over hoog- versus laagopgeleid. cda en pvda staan er in de peilingen slecht voor. Dat maakt middeling door de politiek op dit moment niet zo plausibel.
Op termijn is dat gevaarlijk. Het algemeen belang raakt niet van de ene op de andere dag in verval. Maar als landschapsbeheer of de vrijheid van godsdienst te lang als vanzelfsprekend worden genomen, treedt bederf in; dat hebben we gezien in de cultuursector, bij de rechtspraak en in het wetenschappelijk bedrijf. Ervan uitgaan dat de overheid simpelweg dit allemaal blijft verzorgen zonder politiek of maatschappelijk mandaat, is een fictie.

Kan, als de politiek stilvalt, het maatschappelijk middenveld zich ontfermen over het algemeen belang? Organisaties als ziekenfondsen, vakbonden en woningcorporaties stonden per slot van rekening aan de wieg van ons sociale stelsel. Maar ook zij tobben met hun identiteit. De crisis van de politiek is hun eigen crisis geworden.
Dat is verklaarbaar. Het sociale stelsel van weleer was gebouwd op een idee van welbegrepen eigenbelang. Of het nu ging om kinderbijslag of pensioen, ze waren er zowel voor het individu als voor de samenleving als geheel. Ze boden solidariteit, maar veronderstelden ook dat mensen er enkel een beroep op deden als het werkelijk nodig was. Het waren arrangementen, een mengvorm van algemeen belang en eigen belang waarvan betrokkenen inzagen dat het ene steunde op het andere.
Dit wederzijds contract is verwaarloosd, doordat de overheid regelingen heeft overgenomen en er in veel gevallen een recht van heeft gemaakt. De burger is een klant van de overheid geworden, een funeste ontwikkeling uit oogpunt van draagvlak. Van een onderlinge afspraak is de verzorgingsstaat een voorziening geworden waarvan iedereen maximaal profiteert. De organisaties die ooit de arrangementen maakten, zijn geprofessionaliseerde uitvoerders van wetgeving geworden. Het resultaat is een bureaucratisch stelsel, waarin vooral handige mensen hun weg weten te vinden.
Dit slaat vanzelfsprekend terug op de maatschappelijke organisaties zelf. Het welzijnswerk is de weg kwijt, woningcorporaties zijn buiten hun oevers getreden, wat is nog hun mandaat? Kunnen ze zich opnieuw uitvinden, of krijgen ze concurrentie, zoals in de politiek?
Feit is dat Nederlanders zelforganisatie in het bloed zit en dat een nieuwe beweging zo is gestart. Zet drie landgenoten bij elkaar en je hebt een stichting. Technologie en de netwerksamenleving maken het gemakkelijker dan ooit om mensen met gemeenschappelijke belangen te verenigen. 'Als mensen zich associëren en taken verdelen, vergroot dat ieders vrijheid’, zegt de Britse theoloog Phillip Blond. Hij oppert dat ouders vaker op elkaars kinderen passen en elkaar zo een vrije avond bezorgen. Monika Sie beaamt het: 'Ik zie om mij heen allemaal pooling-gemeenschappen ontstaan van jonge ouders die elkaars en hun eigen kinderen van de school naar de voetbaltraining brengen. Of van ouderen, die elkaar ondersteunen met boodschappen doen of zorgverlening.’
Maar poolende ouders dienen nog niet meteen het algemeen belang. Dat doen ze pas als ze zich ook bemoeien met de publieke zaak, bijvoorbeeld door zich te associëren met andere poolende ouders, of door bij school aan te dringen op een regeling voor iedereen. Zoals James Kennedy zegt: 'Het algemeen belang begint altijd met het ontwikkelen van een deelbelang.’
Burgers moeten zelf hun belang ervaren bij voorzieningen die goed functioneren, ze moeten zogezegd hun welbegrepen eigenbelang herkennen. Dat is het punt van bestuurskundige Albert Jan Kruiter. Hij noemt dat, in navolging van Tocqueville 'de democratische ervaring’. Zonder wederkerigheid beklijft geen sociaal initiatief.
Dus mensen zullen de armen vaker uit de mouwen moeten steken om hun eigen en tegelijkertijd het algemeen belang te dienen: zelf een gezamenlijke moestuin beginnen, zelf het buurtpark opknappen, met elkaar. De persoonlijke aanspreking en de menselijke maat zijn essentieel, aldus commissaris voor de koningin Wim van de Donk. Hij geeft als voorbeeld hoe zijn vrouw alleen vrijwilligers kon vinden voor een derde wereldproject op haar school door ieder persoonlijk om hulp te vragen. Pas toen wilden veertig jongeren meedoen.
Kunnen maatschappelijke organisaties - en misschien de politiek - hier inspiratie uit putten? Kunnen ze nieuwe vormen van wederkerigheid ontwikkelen en mensen een 'democratische ervaring’ bezorgen? Kan dat op een persoonlijke manier? Talloze burgerinitiatieven zijn nodig als impuls voor de samenleving, maar als het daarbij blijft, en de instituties weten het algemeen belang geen nieuw leven in te blazen, wordt het een kale bedoening in Nederland.
Het is onvermijdelijk dat de nieuwe scheidslijnen in Nederland een vertaling krijgen. Hoe erg is het als de fnv in tweeën splijt? Zolang beide visies aanhang hebben - en zolang er structuren zijn die de opvattingen middelen - is er uit oogpunt van het algemeen belang geen vuiltje aan de lucht.
Dat klinkt misschien simpel. Maar de drang van mensen om samen te werken is altijd sterker gebleken dan de drang om hun luttele eigenbelang te dienen. Een moderne invulling daarvan vergt erkenning van nieuwe scheidslijnen, nieuwe structuren om die belangen te middelen, wederkerigheid en respect. En niet alleen praten, ook doen. Zegt Wim van de Donk: 'Het vergt een zekere oefening in het besef dat je er samen uit moet komen, anders wordt ’t lastig.’