Backpackers. Op zoek naar eh…

Op zoek naar eh..

Na school of studie de wereld zien of jezelf leren kennen. Bij voorkeur ver van huis, bijvoorbeeld in Mongolië. Iedereen lijkt op zoek. Naar wat?

ULAAN BATAAR – «Ik wil nu wel eens iets concreters doen in mijn leven. Zien dat er meer is dan de universiteit en filosofie.» Jamie, een Schotse jongen van 22, is zojuist de coupé binnen komen stommelen van de trein van het Siberische Irkoetsk naar de Mongoolse hoofdstad Ulaan Bataar. Aan zijn rugzak hangen met rood-zwart tape versierde stokken. «Devil sticks», legt hij uit terwijl zijn handen langs zijn lichaam fladderen en zijn ogen net iets te vaak knipperen. «Ik ga naar China, naar een circus dat gespecialiseerd is in die kunst.» Mocht Jamie daarmee geen geld kunnen verdienen, dan zal hij het komende jaar Engelse les gaan geven op een Chinese school. Met die inkomsten wil hij voor het daaropvolgende jaar een reis financieren van Europa naar Latijns-Amerika. Per driemaster.

Net als hij zijn stokken te voorschijn wil halen voor een demonstratie komen twee Mongoolse studenten met een buslading koffers de coupé binnen. Na wat geharrewar blijkt Jamie toch echt plaats nummer 3 te hebben.

«De volstrekt irrationele periode van wachten op een baan en het huwelijk moet toch iets inhoudelijks voortbrengen», merkte de Duitse filosoof Walter Benjamin (1892-1940) cynisch op in Das Leben der Studenten: «En dat moet een speelse, pseudo-romantische, tijdverdrijvende inhoud zijn. Terwijl men zijn ziel verkocht heeft aan het burgerdom (…) houdt men hardnekkig vast aan de paar jaar van burgerlijke vrijheden.»

Net zoals alcoholisme en nietsnutterij ge durende een paar studiejaren min of meer maatschappelijk geaccepteerd zijn, is ook reizen op jonge leeftijd een vluchtmotief dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld drugs, kan rekenen op brede instemming. De verre reis als afsluiting van middelbare school of universiteit is in westerse landen bijna vast onderdeel van de levensloop geworden. «Geniet er nu maar van, want straks heb je een vaste baan en kun je nooit meer zoiets doen», is steevast het goedbedoelde advies voorafgaand aan een reis van drie maanden door Azië.

De vraag is waarom dat allemaal zo goed en belangrijk is. Het «echte leven» en andere culturen kun je net zo goed in de Schilderswijk zoeken. Mijn motivatie was dan ook vrij banaal. Waarom niet de economische crisis de rug toekeren, in plaats van jezelf te laten vernederen en depressief te worden op de bomvolle arbeidsmarkt? Door afstand te nemen van je dagelijkse beslommeringen kun je je leven misschien vanuit een ruimer perspectief beschouwen. Maar hoe dat dan precies in zijn werk gaat? Ik zocht het antwoord in Mongolië.

«Er is helemaal niets, het is fantastisch», omschrijft een Nederlandse toerist in Ulaan Bataar het land. De eindeloze grasvlakten zonder echte hoogtepunten die je «gezien moet hebben» zijn de uitgelezen plaats voor jonge backpackers om te zwerven, te dolen en te zoeken. Het is het ideale landschap voor een reis als queeste à la Hermans’ Nooit meer slapen of Umberto Eco’s Baudolino. Belangrijker dan een specifiek reisdoel is de zoektocht naar jezelf en naar wat het «echte leven» is.

Dat idee blijken meer mensen te hebben. In het populaire UB Guesthouse in de Mongoolse hoofdstad is de hele Eerste Wereld vertegenwoordigd. Op Israëliërs en zwarte mensen na dan, waar de eigenaar het naar verluidt niet zo op heeft. De krappe huiskamer – twee banken en een televisie – is voor veel toeristen de springplank naar de rest van Mongolië. Hier heerst de typische backpackerssfeer. De ge sprekken zijn bovenal een krachtmeting over wie het verst, het langst en vooral het primitiefst gaat. Zonder een wereldreis van ten minste een jaar tel je niet mee.

Een langharige jongen roept tegen iedereen die het wil horen dat hij via een westwaarts gelegen grensovergang naar China gaat – hoe vaak een medewerkster van de hostel hem ook vertelt dat die niet voor toeristen is geopend. Hoe goedkoper en primitiever je reist, hoe puurder en authentieker de ervaring is, luidt het klassieke backpack-idee.

Thoreau met een rugzak? Helaas, niets is minder waar. Met een dagelijks budget van een paar euro’s moeten de reizigers zo snel mogelijk over het Aziatische continent liften. Het is de tragiek van het reizen sinds populaire televisieprogramma’s als Peking Express. Het primitieve reizen is niet alleen vercommercialiseerd, het is ook de verbeelding van het feit dat je door veel te zien niets ziet. Geen spectaculaire avonturen dus, maar gewoon een rondreis van acht dagen met een oud grijs sovjetbusje over het platteland.

Op weg naar Terkhiin Tsagaan Nuur, het Witte Meer, passeren we nomaden in traditioneel kostuum op motoren of voor hun gers, de witte tenten waar de Mongolen in leven. Sommige gers hebben een schotelantenne. Voor de rest is het landschap van groene weiden met grazend vee eindeloos en monotoon. Die combinatie is op sommige momenten van een enorme schoonheid, maar meestal gewoon saai.

Voor in de bus brommen de chauffeur en gids Davaa (24) luid mee met cassettebandjes. Galmende mannen- en vrouwenstemmen be zingen beurtelings de schoonheid van Mongolië en de liefde voor de ouders. Het zijn thema’s waar volgens de gids niet alleen de traditionele volksmuziek uit put, maar zelfs een onder jongeren populair genre als de Mongoolse hip hop. Ook achterin gaat het over muziek. Oude bekende Jamie praat over bandjes met Jonas (21), een mooie Zwitserse jongen die in september de kunstacademie wil volgen. Hij heeft «minstens vijf keer» Kerouacs On the Road gelezen. Zijn vriend Manu tuurt in een boek van Oriana Fallaci. Eerder dit jaar reisde hij vier maanden door Latijns-Amerika. Hij werkte daar een maand met straatkinderen. Hij wil sociaal werker worden.

’s Avonds aan het meer speelt Jonas bij het kampvuur liedjes van Radiohead, Simon and Garfunkel en K’s Choice op zijn gitaar. Zijn stem is zacht, melancholisch, soms bijna kermend. Als Jamie zijn devil sticks te voorschijn haalt en de uiteinden in de benzine doopt, komen van alle kanten de locals op hun paar den aangegaloppeerd voor het verzetje. De vuurshow doet het goed bij de omstanders, de daarop volgende gitaarliedjes vallen minder in de smaak. Als even later iedereen weg is, kijken we naar de sterren en praten over de liefde, het leven en natuurlijk het reizen.

«Ik doe dit om mezelf als het ware ter discussie te stellen», begint Jonas. «Thuis heb je een soort veiligheid om je heen, daar kun je populair zijn. Maar hier heb je niemand. Hier moet ik het helemaal zelf doen.» Het is in die «natuurtoestand» dat Jonas zichzelf en het leven het best denkt te leren kennen. Het doel? Onderweg iets vinden wat hem voor zijn leven zal veranderen. «Een idee», verklaart Jonas.

Zijn vriend Manu knikt. Inderdaad, geeft Jonas toe, misschien jaagt hij wel het in de jaren zestig verheerlijkte vrijheidsgevoel na waarover zijn ouders en de media vaak zo mooi praten. Maar het is ook diezelfde generatie die deze ideeën als naïef heeft bestempeld en failliet heeft verklaard.

Wat overblijft, is een vaag gevoel van «an ders» willen leven en heel, heel veel twijfels. Reizen is weliswaar nog een middel om je sociaal te onderscheiden, maar met daad werkelijk verzet tegen de gevestigde orde heeft het weinig te maken. Hoe hoog sommige naar postmodernisme neigende filosofen dergelijk nomadisme ook ophemelen.

De volgende dag zit een jonge, breed glimlachende Israëliër met paardenstaart in onze ger. Een diehard backpacker. Yonathan (23) reist al meer dan een jaar door Azië, per fiets. Niet een afgesloten studie maar het einde van zijn drie jaar durende dienstplicht is de aanleiding voor zijn reis. Misschien gaat hij binnenkort terug naar Israël, misschien reist hij nog een tijdje door. Al die nieuwe prikkels, iedere dag weer: reizen is verslavend. Of is het voor Yonathan vooral een vlucht? Op zijn onderarm prijkt een groot litteken. «Terroristen die de auto van mij en m’n zusje onder vuur namen», verklaart hij.

Op de laatste avond aan het meer schuilen we in de ger voor de regen. Zes houten bedden staan in een cirkel, kleurige bloemetjestapijten fleuren de wanden van de tent op. In het midden gloeit de houtkachel. De het-is-bijna-voorbij-sfeer maakt de tongen los. Gevraagd naar zijn reisdoel begint ook Jamie te praten. «Zoals ik al zei, ik wil naar dat circus.» Na enig aandringen denkt hij opnieuw na. «Oké, het lijkt misschien naïef. Maar het gaat mij erom die lineariteit van het leven te doorbreken.»

Het geluid van de generator op de achtergrond stopt en het peertje boven in de ger dooft. Jamie praat door: «Ver van huis kun je helemaal opnieuw beginnen, kun je iemand anders zijn. Weet je, vroeger had ik het idee dat er zoveel verschillende werelden waren, zoveel verschillende levens die ik kon leven. Dat idee van oneindige mogelijkheden wil ik weer terug krijgen.»

Met dank aan Mirjam Sierat