Op zoek naar het liberale fatsoen

Twee jaar geleden knipperden heel wat liberalen nog met hun ogen toen Frits Bolkestein liet weten dat een moderne samenleving ‘een bezielend verband’ behoeft. Sterker, bij Bolkesteins suggesties dat de verwijzing naar de waarden van het christendom in de jaren zeventig ten onrechte uit het beginselprogramma van de VVD was geschrapt, sloeg menig liberaal hart een slag over. Was Bolkestein nu helemaal gek geworden? Was het niet de essentie van het liberalisme dat het een denkwijze bood die juist van God los was?

Maar Bolkestein voelde heel goed aan dat het liberalisme op sociaal-cultureel terrein weinig te bieden heeft. Zodra de discussie gaat over ‘normen en waarden’ staat de doorsnee liberaal al snel met de mond vol tanden. Vooral binnen het wetenschappelijk bureau van de VVD, de Teldersstichting, is deze intellectuele schraalheid een bron van ergernis. Politiek mag de VVD dan oprukken naar het centrum van de macht, in politieke en intellectuele discussies over gemeenschapszin, over communitarisme, over publieke moraal is voor liberale denkers weinig meer dan een bijrol weggelegd. Om daar verandering in te brengen bracht de Teldersstichting vorig jaar het rapport Tussen vrijblijvendheid en paternalisme uit. Een samenvatting van dit rapport stond dit weekend ter discussie tijdens een VVD-themadag over Individualisering en liberalisme, waarmee het startsein gegeven werd voor een langdurig debat over hoe liberalen moeten omgaan met de publieke zaak.
Duidelijk is dat een belangrijke stroming binnen de VVD af wil van het vrijheid-blijheidstempel, van het alles-moet-kunnen-imago van het liberalisme. Dat is leuk voor jongeren, maar ontoereikend voor een politieke partij die zich langdurig in het centrum van de macht wil vestigen. Nee, liberalen moeten veel nadrukkelijker kenbaar maken dat zij ergens voor staan, zij moeten - aldus de Teldersstichting - duidelijk maken dat er niets mis is met 'burgermansfatsoen’. Dat is niet nieuw, want dat hebben liberalen eigenlijk altijd al gevonden - zei Adam Smith immers al niet dat 'deugden de smeerolie van de samenleving zijn’.
Dat klinkt mooi, maar de vraag blijft gerechtvaardigd wat de liberalen hier nu precies mee willen. Waar richten ze zich op? Op de overheid? Nou nee, dat is niet de bedoeling, haasten ze zich dan te zeggen. Een beetje moraliserende overheid mag weliswaar, maar niet te veel.
Wat dan? Veel verder dan het opsommen van - overigens behartenswaardige - deugden als respect, tolerantie en het naleven van regels komt de notitie niet. Welbeschouwd willen de liberalen dat de burgers zich weer wat aan elkaar gelegen laten liggen, want 'vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid’. Hoe en wat en of dat geen consequenties heeft voor sociale, economische en politieke standpunten, daar laten de liberalen zich niet over uit.
Dus blijft de indruk hangen dat ze weinig meer voor ogen hebben dan het oude imago in te ruilen voor een nieuw, net (en wit) burgermansfatoen, voor een retoriek over zo-zijn-onze-manieren.
Dat is overigens precies wat Bolkestein voor ogen staat. Hij wil een ongeremd economisch liberalisme in de flank laten begeleiden door een standvastig cultureel conservatisme. Met dat imago wil de VVD de grootste partij van het land worden en het ziet ernaar uit dat zij zich daarvoor langzaam maar zeker warm begint te draaien.