Op zoek naar nieuwe helden

De Russen geloven niet meer in hun oude helden, maar zien nog geen nieuwe. Of kijken ze niet goed? Een gewezen lerares kijkt terug naar haar leerlingen en studenten. Jegor Gajdar wordt massaal over het hoofd gezien, want Rusland is gewend aan IJzeren Feliks Dzjerzjinski.
IN 1991 HEEFT een woedende menigte het standbeeld van Feliks Dzjerzjinski op het Dzjerzjinskiplein, thans Ljoebjankaplein, van zijn sokkel gehaald. Sedertdien heeft de legendarische ‘Tsjekist’ plat op zijn buik gelegen, bezijden de Krimski-muur, vlak naast het Huis der Kunstenaars. In deze positie had hij niets imponerends meer, evenmin als al die andere in het ongerede geraakte sovjetsymbolen. Of hij daar nog steeds ligt, weet ik niet, want het is alweer lang geleden dat ik het Huis der Kunstenaars bezocht. De eerste voorzitter van de Tsjeka (de latere KGB) gold als een Held van de Revolutie. Vanwege zijn onwrikbare trouw aan de revolutionaire zaak, gecombineerd met een hoogst rechtlijnig karakter, werd hij IJzeren Feliks genoemd.

Tegenwoordig hoort men over Rusland alleen maar verhalen over de prostituees in de Tverskajastraat, over gestolen auto’s, over kidnappraktijken, over de maffia en over het dolce vita van de ‘nieuwe Russen’. Ik wil hier echter het alledaagse leven vanuit een ander perspectief belichten. Daarvoor moet ik een stukje terug in de tijd. Het was 1973. Ik gaf toen les aan mijn laatste eindexamenklas van de basisschool. Waarom dat de laatste was, is een heel verhaal. Mijn man beschreef in zijn romans het toenmalige leven van alledag wat te realistisch, lees satirisch, en was daarom uit de Schrijversbond gezet. En hoewel naar de Russische wet een vrouw niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de misstappen van haar echtgenoot, was het duidelijk dat men de opvoeding van de nieuwe generaties niet aan allerlei louche sujetten kon toevertrouwen. Laat ik benadrukken dat deze laatste klas tevens mijn favoriete klas was. Van de eerste tot de laatste leerling bestond zij uit uitnemende persoonlijkheden, die niet zelden tot beroemdheden zijn uitgegroeid. Jegor Gajdar bijvoorbeeld, een naam die geen nadere toelichting behoeft, Vitja Vasiljev, thans hoogleraar in de wiskunde met internationale faam, Joera Sapol, een vrolijke jongeman die de reclame-afdeling van de Russische televisie op poten heeft gezet. En ook andere leerlingen excelleerden, al werd niet iedereen zo beroemd.
In die tijd, vijftien jaar voor de perestroika, was het leerplan voor literatuur, geschiedenis en andere ideologisch gekleurde vakken ongehoord streng. Op scholen en universiteiten onderwees men Gorki, Majakovski, Sjokolov en consorten, terwijl Boelgakov, Zosjtsjenko, Pasternak, Achmatova en andere als anti-sovjetauteurs beschouwde schrijvers niet eens op het leerplan stonden. Het leerplan omschreef millimetergewijs wat er onderwezen mocht worden en er werd geen enkele afwijking geduld. Vladimir Majakovski, door Stalin uitgeroepen tot de meest getalenteerde dichter van onze tijd, nam een bijzondere positie in. Omdat hij ook Lenin en de revolutie had bezongen, besloot men hem zijn zelfmoord, zijn originaliteit, ja, zelfs zijn talent te vergeven. Zijn metershoge standbeeld staat nog steeds op het Majakovskiplein, tegenover metrostation Majakovskaja. Vrijwel alle burgers van de voormalige Sovjetunie kennen zijn gedichten uit het hoofd. Be gint een Moskoviet te citeren: 'Lenin en de partij zijn tweelingen. Welke van de twee is belangrijker voor Moeder Geschiedenis? Zeggen wij Lenin, bedoelen wij de partij. Zeggen wij de partij, bedoelen wij Lenin’, dan is elke Siberier, Kazachstaan of Tataar moeiteloos in staat het vers aan te vullen. Nog een voorbeeld: 'Jongeman, die over het leven nadenkt, bijvoorbeeld wie hij zich tot voorbeeld stellen zal, ik adviseer u zonder aarzelen: Kiest kameraad Dzjerzjinksi.’
Er was geen Sovjetburger die niet wist wie hij zich ten voorbeeld moest stellen. Toonde hij zich daarin onwillig, dan had dat altijd een negatief effect op zijn carrie`re en levensloop. Het is goed mogelijk dat de val van Dzjerzjinksi’s standbeeld, op die dag in 1991, mede bewees hoe de voorbeeldige kameraad Dzjerzjinksi de Russen in de loop der jaren op de zenuwen is gaan werken.
Ik moet toegeven dat mijn laatste examenklas al niet meer naar het voorgeschreven sovjetpatroon was gemodelleerd. 'Het waaide, het waaide dag en nacht,/ alom in den lande. De kaars brandde op tafel,/ De kaars brandde…’ Natuurlijk kenden mijn leerlingen dit gedicht van Pasternak. En daarnaast nog menig gedicht van Achmatova, Jesenin, Tsvetajeva en Mandelstam. Achteraf begrijp ik niet hoe we dat allemaal voor elkaar hebben gekregen, want de officieel voorgeschreven literatuur lazen wij vanzelfsprekend ook. Vrijwel elke leerling had zich voorgenomen naar de universiteit te gaan en daar was dit nu eenmaal verplichte leerstof. Maar niemand die het gedicht over kameraad Dzjerzjinksi, het excellente voorbeeld, serieus nam. Het zal niemand verrassen als ik vertel dat het declameren van het betreffende vers steevast door bulderend gelach werd begeleid. Soms denk ik dat de perestroika in onze klas eenvoudigweg eerder dan elders is uitgebroken. Waarom zou dat niet gekund hebben? Als het sovjetvolk al zo lang geloofde in Stalins theorie dat het socialisme in een enkel afgezonderd land ontwikkeld kon worden, waarom zou dan niet in een klas de perestroika voortijdig kunnen ingaan, zeker zo'n getalenteerde klas als de mijne?
Perestroika of geen perestroika, zonder veel woorden begrepen wij elkaar. Noch de scholieren, noch hun ouders hebben ons afwijkend gedrag ooit vreemd gevonden, laat staan dat iemand erover klaagde. Helemaal ongevaarlijk was onze opstelling overigens niet. En toen mijn man en ik in 1980, zeven jaar later, gedwongen werden te emigreren, verzamelden zich op die donkere decembermorgen vrienden, buren en een handvol buitenlandse correspondenten voor onze woning tegenover het metrostation Aeroport om van onze laatste gang getuige te zijn, want het gebeuren kon slechts met een teraardebestelling vergeleken worden. Onder al die vertrouwde gezichten zag ik ook vele van mijn leerlingen.
DE VRAAG WIE het verdient nageleefd te worden, vind ik ondanks alles nuttig en belangrijk, vooral voor de jeugd. 'Hebt u in uw leven een voorbeeld nodig?’ vroeg ik later een student aan de universiteit van Munchen. Dit gesprek werd gevoerd naar aanleiding van een werkcollege 'Rusland Vandaag’, waarin alle mogelijke problemen aan de orde kwamen, zowel Russische als internationale, eigentijdse vraagstukken, maar ook vraagstukken met eeuwigheidswaarde. 'Ja, die hebben wij nodig’, luidde het antwoord, zij het dat het niet erg geestdriftig klonk. Een paar dagen daarvoor nog hadden we over de moord op de Israelische premier Rabin gesproken, de man die volgens vele duizenden, vaak jonge mensen een lichtend voorbeeld voor hen was geweest. 'Lichtende voorbeelden zijn nodig als naties zich in een noodsituatie bevinden’, zei een student. 'De situatie van Israel en van Duitsland gedurende het Derde Rijk, die vragen om heldhaftige figuren. In onze tijd hebben wij daar niet zo'n behoefte aan.’ Weer een ander opperde: 'Maar een held is iets heel anders dan een lichtend voorbeeld. Lichtende voorbeelden, die iets voor ons kunnen betekenen, neem Von Weizsacker, die hebben ook wij nodig.’ 'Von Weizsacker wel’, was het antwoord, 'Kohl niet.’ 'Waarom niet? Je zal zien, op het moment dat Kohl wordt vermoord, is hij een held als alle andere.’
Logisch eigenlijk.
IK WAS ER vijftien jaar geleden van doordrongen dat ik mijn laatste dag als lerares had meegemaakt. Tot op de dag van vandaag kan ik mij tot in de details herinneren hoe ik gedurende onze eerste maanden in Munchen mijn zevenjarige Olga van school heb afgehaald. Ik opende de deur van haar klaslokaal en zag daar de lerares, mevrouw Gerber, achter een tafel staan. Het gekras van krijt op het schoolbord, de wijd geopende kinderogen, de lerares voor de klas - ik stond op de drempel en realiseerde mij weer eens: dit is mij niet meer gegeven. De tijd verstrijkt, het auditorium van de universiteit is een hele troost. Hier kan ik ook op een bord schrijven. Studenten noteren ijverig wat ik hen dicteer. 'De vrouw las de brief en begon te huilen.’ Een van mijn studentes wond zich daarover op: 'Waarom uitgerekend een vrouw? Waarom is het per definitie een vrouw, als er gehuild moet worden?’ Dus veranderde ik de formulering: 'De man las de brief en begon te huilen.’ Maar nu reageerde een mannelijke student: 'Mannen huilen niet als zij brieven lezen.’ Het werd een geemotioneerde discussie over de gelijkheid der seksen. Waarom? Is dit soort gelijkheid eigenlijk nodig? Trouwens, hoe staat het daar eigenlijk mee in Rusland? Ik werd uitgedaagd antwoord op de vraag te geven en aan het einde van het college hadden wij niet alleen dit probleem opgelost, maar tevens het thema feminisme behandeld, als ook Moskou, Boelgakov en Pasternak. Dit kon natuurlijk alleen doordat de studenten zo ongelooflijk slim en getalenteerd waren.
Wij kwamen ook op de kwestie hoe het in het huidige Rusland stond met de vraag naar lichtende voorbeelden. Wie richt zich in de alledaagse praktijk op wie? Maar dat is precies het probleem, zei ik. Er is niemand die een ander tot voorbeeld neemt. Daarbij moet men bedenken dat wij Russen geweldige maximalisten zijn. Of wij orienteren ons op een of andere heilige of martelaar, bijvoorbeeld de protopope Avvakoem, de zeventiende-eeuwse geestelijke die zijn leven lang tegen de officiele kerk heeft gestreden, zijn halve leven achter de tralies heeft gezeten en uiteindelijk op bevel van de tsaar is verbrand. In noodgevallen behelpen wij ons met een academicus als Andrej Sacharov. En als we voor geen van beiden kunnen kiezen, nemen we IJzeren Feliks. Maar Avvakoem en Sacharov zijn niet meer voorhanden en IJzeren Feliks is van zijn voetstuk gestoten en een gewoon, eerlijk mens die zonder veel baatzucht zijn werk doet in plaats van naar de dood op de brandstapel streven, is ons, eerlijk gezegd, niet spectaculair genoeg.
Maar mijn voormalige leerling Jegor Gajdar dan, de huidige partijleider van de groep Rusland Democratische Keuze - waarom kan hij geen voorbeeld voor de Russen zijn? Een paar maanden geleden trof ik hem in Bonn bij de presentatie van zijn boek Beslissingen voor Rusland. De toehoorders waren vanaf het eerste moment getroffen door zijn excellente kennis van de Russische geschiedenis, zijn navenante analyse van de economische en culturele ontwikkelingen, zijn vakmanschap, zijn openheid, zijn eerlijkheid, zijn sensibele engagement met het Russische noodlot en het ontbreken van elke vorm van eigenbaat. Wij realiseerden ons via hem dat de aanstaande verkiezingen in Rusland een historisch karakter dragen en dit besef vervulde de zaal met een gevoel van symphatie - ja, er was zelfs sprake van een zeker vertoon van feestelijkheid.
Ik luisterde, bekeek de aanwezigen en overdacht dat het toch een mirakel is dat een dergelijke voortreffelijke man in de huidige Russische politiek een vooraanstaande rol kan spelen. Maar hoe is het dan mogelijk dat Gajdars Ruslands Democratische Keuze bij de laatste verkiezingen slechts viereneenhalf procent van de stemmen wist te halen? Waarschijnlijk om precies dezelfde redenen als die ik hierboven trachtte aan te geven. Omdat het democratisch besef een natie niet van het ene moment op het andere kan worden ingeplant. Omdat de metamorfose van een 'socialistische’ maatschappij naar een democratische maatschappij zowel een langdurig als een ingewikkeld proces is. Omdat de meerderheid van de huidige Russische samenleving niet bereid is te vechten, niet voor een democratisch ideaal en niet voor de eigen vrijheid.
EEN PAAR JAAR geleden reisden mijn man en ik naar de Russische stad Voronesj, waar een toneelstuk van zijn hand zou worden opgevoerd. Het geschiedde in een oud en goed geoutilleerd theater. De opvoering was voortreffelijk. Na afloop discussieerden wij met een geinteresseerde groep universitaire studenten. Zij stelden hun vragen: 'Is het inderdaad waar dat zestig procent van de studenten in Moskou naar het buitenland emigreert? Is het waar dat de helft van alle Duitse studenten in werkelijkheid geemigreerde Russen zijn?’ Er ging zoveel opwinding uit van de vragenstellers dat ik zin kreeg om ze een voor een door elkaar te rammelen om ze weer op aarde terug te laten keren en realiteitszin te geven. Het moest hen luid en duidelijk gezegd worden dat als zestig procent van de Moskouse studenten naar het buitenland zou vertrekken, gevolgd door zestig procent van de studenten van Voronesj, onmiddellijk gevraagd moest worden wat voor samenleving zij dan eigenlijk achterlaten? Wat is het sowieso voor een maatschappelijke oplossing als een volk besluit zijn heil elders te zoeken?
KORT VOOR DE verkiezingen, in december vorig jaar, zond de ARD een documentaire uit onder de titel De reis van Petersburg naar Moskou. Het was een indrukwekkend programma. De moderator was Gerd Ruge, voormalig correspondent in Moskou. Hij bezocht steden en dorpen, winkels en cafes, kerken en automobilisten in de file. Hij stelde iedereen dezelfde vraag: 'Gaat u straks naar de stembus?’ 'Nee, dat doen we niet’, antwoordde de meerderheid. 'En waarom niet?’ 'Omdat de communisten ons eerst hebben voorgelogen en nu ook nog bezig zijn ons te bestelen.’ 'Vroeger kostte de worst twee roebel. En nu? De democratie werkt ons op de zenuwen’, zei een ander. 'Wanneer was de situatie beter, vroeger of nu?’ vroeg de verslaggever een verkoopster in Novgorod. 'Nu’, zei de vrouw, 'want je kunt nu in principe alles kopen wat je wilt, terwijl je vroeger alleen kon kopen wat er in de winkel lag.’ 'Dus u gaat straks stemmen?’ 'Welnee!’ 'Waarom niet?’ 'Ach, omdat ik niet in de communisten geloof. Mijn ouders wel, die gaan dan ook braaf stemmen. Maar ik wil geen stem op communisten uitbrengen; dus blijf ik thuis.’ Ziehier een voorbeeld van de vigerende opvatting over leven en democratie.
Er zal nog veel water over Gods akker lopen voordat de mensen doordrongen zijn van het besef dat men ook aan de verkiezingen kan deelnemen door tegen de communisten te stemmen. Kortom, er is weinig reden tot optimisme. De democratische krachten hebben nog altijd geen manier gevonden om gezamenlijk op te trekken, laat staan dat zij in staat zijn een gemeenschappelijke kandidaat naar voren te schuiven. De kiezers zijn in verwarring en weten zelden op wie zij in juni hun stem zullen uitbrengen.
Verkiezingsprognoses zijn er nog nauwelijks. De communisten beloven vanzelfsprekend een stralende toekomst, een stabiele economie, herovering van Ruslands gezag in de wereld en worst voor twee roebel twintig. En als zich het een en ander verder in deze richting ontwikkelt, is het heel goed mogelijk dat het volk deze zomer inderdaad - dus vrijwillig - stemt voor de mogelijkheid dat zij in de toekomst niet meer kunnen stemmen. Als vanouds mogen zij dan kameraad Feliks Dzjerzjinski als lichtend voorbeeld zien en op school mogen zij weer voornamlijk kameraad Majakovski lezen, dezelfde Majakovski die de lofdichten op kameraad Lenin heeft geschreven.
En IJzeren Feliks zal, na vijf jaar op zijn buik bezijden het Huis der Kunstenaars te hebben gelegen, weer terugkeren op zijn sokkel op het Dzjerzjinskiplein. Dat kan toch allemaal niet waar zijn?
Overgenomen uit de Suddeutsche Zeitung. Vertaling: Martin van Amerongen