Scoren bij het Haagse kluitjesvoetbal

Op zoek naar ruzie

Op het Binnenhof klagen politici over de Haagse perskluit die hen zo vaak belaagt. Al die journalisten willen scoren. Maar hoe doen ze dat eigenlijk?

Om klokslag twee uur op de dinsdagmiddagen van de weken dat de Tweede Kamer vergadert, begint het kluitjesvoetbal voor de balie bij de grote vergaderzaal. Journalisten verdringen zich rond de politicus die op die bewuste dinsdag nieuwswaardig is. Hoe pregnanter het nieuws, hoe groter de kluit. Soms is die zo groot dat de ‘bal’ niet meer zichtbaar is. Wie als collega-journalist niet weet wat de buzz van de dag is, heeft geen idee wie daar zo wordt belaagd.

Tot een paar maanden geleden was het vaak pvv-leider Geert Wilders die door de Haagse journalistenkluit op de wandelgang werd opgevangen. Toen had Wilders door de gedoog­constructie van het eerste kabinet-Rutte nog macht. En macht erotiseert. Nu hij zijn invloed op het regeringsbeleid kwijt is, kan hij veelal onbelemmerd zijn Kamerzetel bereiken.

In Den Haag spelen journalisten kluitjesvoetbal. Geen voetbaltrainer zou het zijn team aanraden, maar in de politieke verslaggeving is het al decennialang de speltactiek. Want denk niet dat het iets is van de laatste tijd. Toen ik in 1985 voor de eerste keer politiek verslaggever werd, was het kluitje er ook al. Ook toen hingen we al met z’n allen voor deuren waarachter spannende vergaderingen werden gehouden. Vergeleken bij nu was het wel een kluitje, met de nadruk op het achtervoegsel. De kluit is sindsdien groter geworden.

Van samenstelling veranderd is de kluit ook. Bij de kabinetsformatie van 1986 was er maar één televisiecamera in het kluitje dat op het Binnenhof de onderhandelaars stond op te vangen. Nu zijn de televisiecamera’s vaak niet te tellen en moet je als schrijvend journalist oppassen zo’n gevaarte niet tegen je hoofd te krijgen. De schrijvende pers gaat vaak al bij voorbaat opzij. Zie daar de machtige invloed van het beeld. Die invloed is er al nog voordat het is verschenen.

Door de komst van onder meer rtl4 en het via internet te volgen Politiek 24 is ook het aantal uren dat naar ‘politiek’ kan worden gekeken veel groter dan destijds. Toen de pers in 1986 voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat hing, waar de vvd vergaderde over wie de opvolger van de populaire fractievoorzitter Ed Nijpels moest worden, werd daardoor niet urenlang ingezoomd op de lichten van de zaal waar de vvd’ers aan het strijden waren om de interne macht. Twee jaar geleden, toen de cda-fractie heftig discussieerde over het wel of niet gaan regeren met gedoogsteun van de pvv, waren die vele camera’s en al die extra zendtijd er inmiddels wel. Menige Nederlander kon zo met ons naar de gesloten deur van de cda-fractiekamer staren. Spannende televisie was dat, ook al was er eigenlijk niks te zien. Dat de beslissing die achter die deuren werd genomen ertoe deed, heeft heel Nederland én het cda inmiddels ondervonden.

Ook het type journalisten met een televisiecamera dat mee staat te dringen, is veranderd. Of moet ik eigenlijk zeggen het type televisieprogramma waarvoor een deel van de journalisten naar Den Haag komt? De collega’s van PowNews en De jakhalzen van De wereld draait door hebben vaak een andere insteek, zoals dat in het journalistieke jargon heet. Soms is die insteek grappig, soms minder. Respectloos zijn die journalisten, is de klacht van met name de oudere politicus of collega, maar daar denken jonge politici, hun jonge perswoordvoerders en een nieuwe generatie journalisten toch echt anders over. Zij zien het als een manier om jongere kiezers en kijkers te bereiken. Wel opvallend: anders, grappig of respectloos of niet, ook de collega’s van PowNews en De jakhalzen dringen gewoon mee in de kluit.

Je zou zeggen dat wij, journalisten, geen van allen kunnen scoren als we zo als kluit opereren. Dat zou zo zijn als journalistiek en voetbal dezelfde regels kenden. Maar één rake, uit het voetbal overgenomen term, maakt nog niet dat politieke journalistiek op die sport lijkt. Wat is scoren eigenlijk in de journalistiek? En wie scoort er dan?

In Den Haag zijn alle journalisten op zoek naar de inhoud van het nieuwe regeerakkoord, de samenstelling van het nieuwe kabinet of de onvrede bij de achterban van de nieuwe coalitiepartners over dat akkoord. Heb je dat als eerste, dan scoor je als politiek journalist. Maar wanneer RTL Nieuws de primeur over een van deze onderwerpen heeft, is er geen hoofd­redacteur die zegt: laten wij het, om niet zo op de rest te lijken, maar ergens anders over hebben, dat verkoopt beter. Nee, dat verkoopt helemaal niet beter. Wel kan de stijl of de mate van achtergrondinformatie de keuze voor het ene of het andere medium bepalen. Maar het maakt de lezer of kijker niet veel uit welk medium als eerste met het nieuws komt, dat is meer een onderlinge sport voor journalisten.

Niet altijd is wat nieuws is zo evident. Eigenlijk geldt in veel andere gevallen dat gezongen zinnetje uit de reclame voor een zoet snoepje waar je lang op kunt zuigen: nieuws is alleen nieuws als er nieuws op staat. Toen in de lentemaanden van dit jaar bij politieke tegenstanders zich al het beeld had vastgezet dat SP-leider Emile Roemer op inhoudelijke kennis kon worden afgetroefd, was daar in de journalistiek nog weinig tot geen aandacht voor. Waarom niet? Omdat Roemer nog niet interessant genoeg was. Hij was gewoon een van de vele oppositieleiders. Als toen iemand had geschreven dat de SP-fractievoorzitter misschien de capaciteiten niet heeft om het land te leiden was het waarschijnlijk geen ‘nieuws’ geworden. Je kunt ook te vroeg zijn met je ‘nieuws’.

Het verhaal, het frame waardoor naar Roemer gekeken zou kunnen worden, zong dus al rond in de wandelgangen, en werd tijdens de zomer ook steeds luider. Eigenlijk ging in de aanloop naar de verkiezingen de geluidssterkte omhoog met de peilingen voor de SP. Toen de partij zo hoog was gestegen dat Roemer wel eens premier zou kunnen worden, een functie waarin je van veel dossiers van hoed en rand moet weten, dook de pers als een hyena op de SP-leider op het moment dat hij zich direct in het eerste verkiezingsdebat liet aftroeven door vvd-leider Mark Rutte. Was Roemer geen premierskandidaat geworden, dan waren wij vast milder, of dus eigenlijk ongeïnteresseerder gebleven. De erotiserende werking van (potentiële) macht heeft ook zijn negatieve kanten.

Iedereen heeft het tegenwoordig over framing. Journalisten zouden er het perspectief mee bepalen waarmee in de samenleving naar een onderwerp of naar een politicus wordt gekeken. Ook dat zou je scoren kunnen noemen. Ook toen de term framing nog geen opgang had gemaakt, was er overigens al sprake van. Toen minister-president Ruud Lubbers ruim dertig jaar geleden zei dat Nederland ziek was, had hij in één keer het probleem van de grote aantallen wao’ers hoog op de maatschappelijke agenda gezet. De journalistiek nam Lubbers’ woorden massaal over: het was kort en krachtig, en gaf tevens aan dat er ingegrepen moest worden, want een zieke laat je niet lijden. Dat was ook Lubbers’ bedoeling: de uitkering voor arbeidsongeschikten ging op de schop.

Van recentere datum is het frame ‘langstudeerboete’. Dat werd geïntroduceerd door tegenstanders van het hogere collegegeld voor studenten die meer dan een jaar extra doen over hun bachelor en master. Ook deze goedgekozen term werd massaal overgenomen door de pers en bereikte mede daardoor zijn doel. Wel trekken studenten inmiddels de haren uit hun hoofd nu ze weten dat voor die boete een leenstelsel in de plaats komt waardoor alle studenten, ook de snelle, in hun portemonnee worden getroffen.

Met framen kan dus inderdaad gescoord worden in Den Haag. Maar het zijn meestal niet de journalisten die het frame neerzetten. Dat doen de politici, hun woordvoerders of hun tegenstanders. Wel neemt de hele kluit journalisten een frame veelal over. Eraan ontsnappen is moeilijk. Verzin maar eens een korter en krachtiger manier dan ‘Nederland is ziek’ om uit te drukken dat… – en dan zou nu de lange zin moeten komen voor het wao-probleem waar destijds op werd gedoeld.

Zo zijn het ook meestal niet de journalisten die het nieuws bepalen. Wij verzinnen de ruzies binnen GroenLinks niet, bepalen de inhoud van een regeerakkoord niet en zijn niet degenen die weglopen uit een coalitie. De media wordt veel macht toegedicht, maar zo ver gaat onze invloed niet. Het zijn, ook met die grotere en anders samengestelde kluit op het Haagse Binnenhof, nog steeds vooral de politici zelf die bepalen waarover het in de media gaat.

Hebben media dan geen invloed? Natuurlijk wel, daarom maken politici er ook zo graag gebruik van, als intermediair tussen hen en hun kiezers. Steek bij een medium een nog geheim voorstel in dat je als politicus van een regeringspartij wilt tegenhouden, uiteraard inclusief alle slechte gevolgen van dat voorstel, en je maakt grote kans dat het je lukt de scherpe kantjes eraf gevijld te krijgen. Maar ook dan is het vooral de politicus die scoort, ook al heeft de journalist dan een primeur gehad. Ook dit is nu niet anders dan een kleine dertig jaar geleden. Wel is de snelheid waarmee zo’n onderwerp wordt opgepikt en de impact als gevolg van de vele politieke ‘zendtijd’ inmiddels vele malen groter.

Vooral in verkiezingstijd is die invloed van de media aanzienlijk, met name die van de televisie. Dat komt mede door de toename van het aantal zwevende kiezers dat pas in de laatste weken zijn keus bepaalt. En hoe maken die kiezers een keus? Juist.

Toen tijdens het eerste verkiezingsdebat bij rtl4 Rutte zijn opponent Roemer aftroefde, begon daarmee diens afbladdering. Het was weliswaar Roemer zelf die niet sterk opereerde, maar doordat nog diezelfde avond bij rtl en later ook door andere media de conclusie werd getrokken dat de SP-leider het debat had verloren, kreeg dat een eigen dynamiek. Met een grote Haagse kluit als motor ging de neerwaartse beweging voor Roemer toen in korte tijd heel hard. Alle virtuele winst voor de SP in de peilingen ging in een paar weken tijd verloren.

Voor pvda-leider Diederik Samsom werkte het juist andersom. Nadat hij de maandag na dat eerste verkiezingsdebat ook door de ochtendkranten als winnaar werd uitgeroepen, die zich daarbij weer baseerden op de conclusie van de tv-duiders en -kijkers, begon bij hem de vaart erin te komen. Weliswaar had ook Samsom in eerste aanleg aan zichzelf te danken dat hij zo positief werd beoordeeld, maar de media hebben hem een aardig handje geholpen bij de grote winst op 12 september.

De pvda-leider hoorde je toen dan ook niet klagen over de media. Nadat na de presentatie van het regeerakkoord het rumoer over de koopkrachtplaatjes uitbrak, mopperde hij echter wel over de Haagse kluit. Maar toen hoorde je juist de oppositie weer even niet over een gebrek aan aandacht.