Het nieuwe engagement

Op zoek naar verbondenheid

De hedendaagse theatermaker staat midden in de maatschappij en laat ons de wereld zien in al zijn diversiteit. Anders dan voorheen weet hij het niet beter, maar twijfelt hij, en zoekt. Vol bezieling.

Er is sprake van een radicale omslag in het theater. Het abstracte en experimentele theater dat in de jaren negentig en nul het veld domineerde heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe generatie theatermakers die zich weer druk maken om actuele maatschappelijke kwesties. Zo zocht Mimetheatergroep Blont naar een oplossing voor het groeiende probleem van overbevolking, De Warme Winkel analyseerde de economische crisis en kweekte in samenwerking met Dood Paard zijn eigen groente en onderzocht de mogelijkheden van urban farming. Benjamin Verdonck schreef een handvest voor duurzaam theater, Johan Fretz beweerde in zijn pas verschenen boek en voorstelling dat hij in 2025 premier van Nederland wil worden, en als klap op de vuurpijl is Wunderbaum dit jaar van start gegaan met The New Forest, een vier jaar durend project waar tachtig mensen worden uitgenodigd om aan een nieuwe samen­leving te bouwen.

Cultuurfilosoof René Boomkens schreef in 2003 over de opkomst van een ‘nieuwe serieus­heid’ binnen de kunst in het algemeen. Die ‘nieuwe serieusheid’ zou een reactie zijn op het postmodernisme, waar een ‘principiële onserieusheid’ gold. Kunstenaars zouden zich weer bezig mogen houden met grote onderwerpen. Een jaar na de uitspraken van Boomkens verscheen in Vrij Nederland een artikel van de huidige directeur van het Nederlands Theaterfestival Jeffrey Meulman die de ‘nieuwe serieusheid’ nu ook binnen het theater detecteerde. Volgens Meulman kon je deze groep jonge theater­makers herkennen aan hun vriendelijke, open houding en hun sterke gemeenschapsgevoel.

Na de publicatie van Meulman volgden meer publicaties en er werd zelfs een volledig boek gewijd aan de opkomst van het nieuwe engagement. Gerenommeerde theaterrecensenten als Simon van den Berg en Loek Zonneveld merkten steeds vaker de maatschappelijk betrokken toon van jonge theatermakers op. Nu, anno 2013, kun je niet langer van een opkomende stroming spreken, maar is het nieuwe engagement een van de vaste kenmerken van het theaterlandschap geworden.

Dat het theater reageert op de wereld om zich heen is niet nieuw. Sterker nog, het is een van de fundamentele eigenschappen van theater. Het is inherent aan theater om niet op de tijd vooruit te lopen, zoals dat bij beeldende kunst of muziek wel het geval kan zijn. Theater heeft hier en nu toeschouwers nodig, anders bestaat het niet. Door die afhankelijkheid bevindt het zich dicht bij de mensen en reageert het op wat er speelt onder de mensen. Wat zegt deze opkomst van het nieuwe engagement over de huidige maatschappij? Dat we weer willen geloven in grote verhalen en idealen? Dat we ons weer druk willen maken over de wereld om ons heen?

Uit de omschrijving kunnen we in ieder geval afleiden dat het ‘nieuwe’ engagement zich afzet tegen een andere ‘oude’ vorm van engagement, het theater uit de jaren zeventig. In die tijd maakte een groot aantal Nederlandse en Vlaamse toneelgezelschappen theater met als algemeen doel het publiek meer politiek en sociaal bewust te maken. Dramaturge Marianne Van Kerkhoven, een van de oprichters van het Vlaamse collectief Het Trojaanse Paard, schrijft in The Ongoing Moment over mei 1968: ‘Het was een tijd – voor mij, voor ons – van ontdekking en enthousiasme. Wij geloofden dat de wereld veranderbaar was en dat, als we onze krachten samenbrachten, als we solidair waren, we een andere maatschappij konden maken: rechtvaardiger, zonder armoede, zonder discriminatie, zonder autoritarisme, met een gelijkwaardigheid en een mondigheid voor iedereen.’

Ideeën over die maakbare wereld konden vrij radicaal van aard zijn. De uit Eindhoven afkomstige toneelgroep Proloog wilde met haar voorstellingen een zogenaamd ‘antikapitalistisch bewustzijn’ creëren in de strijd voor een socialistische maatschappij. Je kunt je voorstellen dat dat in de uitwerking op het podium een eenduidige visie tot gevolg had. Het podium werd veelal gezien als een afspiegeling van hoe de theatermaker vond dat de maatschappij zou moeten functioneren, ook al stond deze visie haaks op de maatschappij zelf. Zo plaatste de theatermaker zichzelf buiten de maatschappij: zijn visie telde, alles wat daarmee niet verenigbaar was moest omgebogen worden.

De ‘nieuw’ geëngageerde theatermaker plaatst zichzelf niet buiten de maatschappij, maar juist er midden in. Dat uit zich vooral in vormveranderingen. Veel theatermakers van nu benaderen het podium niet meer als een afspiegeling van de maatschappij en zichzelf als een buitenstaander met een alziend oog, maar kiezen voor vormen waarbinnen de toeschouwer wordt verleid mee te denken en zich zo betrokken mogelijk te voelen bij wat er gaande is. Merel de Groot wandelde in Eerste beweging met haar toeschouwers door de stad terwijl er gesproken werd over de toekomst; de toeschouwers van Joachim Robbrechts Health and Happiness moesten gedurende de voorstelling in kleine formaties allerlei maatschappelijke rollen aannemen en over maatschappelijke kwesties beslissen; in Sketch bracht Lucas de Man burgers en bestuurders bij elkaar om te praten over de toekomst van hun stad. Je wordt als toeschouwer dus niet meer buiten de samenleving of voorstelling geplaatst terwijl je ernaar kijkt, maar je zit of staat er tegenwoordig midden in.

Wunderbaum gaat nog een stapje verder. Zij nodigen tachtig mensen uit om gedurende vier jaar met hen aan een nieuwe samenleving te bouwen. Het idee voor het inrichten van een samenleving ontstond vanuit een behoefte om zich als collectief langer te committeren aan een vaste groep mensen, vertelt Wine Dierickx: ‘We werken vaker met mensen van buiten ons gezelschap, maar het contact is altijd vluchtig, voor zo lang het project duurt. We hadden nu zin om een jarenlange band met een groep op te bouwen.’ Zelf nodigde Wunderbaum socioloog Willem Schinkel en architectenbureau zus uit om mee te doen. Uit de aanmeldingen is een diverse groep mensen ontstaan uit alle lagen van de samenleving. Een arts, een bankier, maar ook een groepje Chinese meisjes en een alleenstaande moeder van twee zoons. Deze mensen vormen samen voor de komende vier jaar een minimaatschappij en zullen mee denken, mee ontwerpen en mee bouwen aan de nieuwe samenleving.

Het eerste deel, getiteld Het begin, ging afgelopen seizoen in première. In Het begin rekenden ze af met de oude samenleving, wat veel verwachting schiep voor het tweede deel, De komst van Xia. Voor De komst van Xia bestuderen ze alle mogelijke vormen van samenleven. Ze hanteren geen selectiecriteria, maar lezen alles wat ze tegenkomen. Ze bestuderen de oude Grieken en hun ideeën over samenleven, raadplegen de werken van filosofen als Hannah Arendt, Jean-Jacques Rousseau en Slavoj Žižek, maar lezen ook het boekje van A.H.J. Dautzenberg over pedofilie. Naar aanleiding van laatstgenoemde vragen de theatermakers zich bijvoorbeeld af of een pedofiel tot hun samenleving toegelaten mag worden of niet. Die vraag zal ongetwijfeld tot veel discussie in de gemeenschap leiden, maar daar lijkt Wunderbaum juist op uit te zijn. Bewoners van de nieuwe samenleving worden zelf ook uitgenodigd om op georganiseerde avonden hun ideeën te presenteren aan Wunderbaum en medebewoners.

Van een eenduidig wereldbeeld is dus geen sprake. Het zwart-witdenken uit de jaren zeventig heeft plaatsgemaakt voor een eclectisch wereldbeeld dat zich niet verzet tegen geldende structuren, maar een poging doet de wereld in al zijn diversiteit te tonen. De wereld wordt niet langer beschouwd, maar integendeel aanschouwelijk gemaakt in alle facetten.

Het zoeken naar verbinding vindt niet alleen plaats op de vloer, maar ook achter de schermen tussen theatermakers, spelers, dramaturgen en andere medewerkers. Het Handvest voor een actieve medewerking van de podiumkunsten aan een transitie naar rechtvaardige duurzaamheid van de Vlaamse theatermaker Benjamin Verdonck is daar een interessant voorbeeld van. Verdonck roept de kunstensector op gedurende 160 dagen een aantal door hem opgestelde regels na te leven. Niet vliegen, geen auto gebruiken, zes dagen per week vegetarisch eten, geen flyers in kleur, geen decor mits gerecycled.

Hoewel zijn handvest niet onmogelijk is, vraagt het om een groot aanpassingsvermogen. Het zou er bijvoorbeeld voor zorgen dat voorstellingen alleen gespeeld kunnen worden in de stad waar ze gemaakt zijn. Dat zorgde voor onvrede over het voorstel van Verdonck, maar er gebeurde ook iets anders in de wandelgangen en kantines van theaters: er ontstonden alternatieve oplossingen, zoals de decoropslag van het betreffende theater die dag doorzoeken en een decor ter plekke bouwen. Of een paar dagen eerder naar de plek waar je speelt vertrekken en daar in de stad het decor bij elkaar zoeken.

Verdoncks handvest poogt mensen samen te brengen en samen na te denken over oplossingen. Volgens de Poolse socioloog Zygmunt Bauman, die veel lof oogstte met zijn ideeën over de ‘vloeibare samenleving’, is nu juist dat soort samenkomen aan het verdwijnen. Dat komt, legt Bauman uit, doordat angst tegenwoordig de norm is geworden: ‘Nog niet zo lang geleden waren boeren bang voor wolven. Aan die angst kon je wat doen, door bijvoorbeeld op ze te jagen. Tegenwoordig zijn onze angsten vaag, onbestemd en diffuus. Je bent bang, maar het is niet duidelijk waarvoor.’

Volgens Bauman heeft onze moderne angst tot gevolg dat we geneigd zijn terug te kruipen in ons hol. Onbekende mensen of situaties vermijden we zo veel mogelijk. Dat maakt dat we erg gesteld zijn op het leven in subgroepen en daar vrijwel niet meer buiten treden. Uiteraard verlangen we er diep van binnen naar om verlost te worden van die angsten. Maar dat is alleen mogelijk door eropuit te trekken, of anders gezegd, door de onbekende ander oftewel je angst onder ogen te komen. Aan dat verlangen lijken theatermakers nu tegemoet te komen. Wunderbaum zegt met The New Forest: ‘Kruip uit die holen, ontmoet elkaar!’ Ze maken van het theater letterlijk een buurthuis; ze stellen een lapje grond beschikbaar waar tachtig mensen de komende vier jaar elkaar zullen leren kennen. Ze kiezen ervoor vanuit de diversiteit op zoek te gaan naar verbondenheid. En met succes, want uit het afgelopen seizoen is al gebleken dat dit soort voorstellingen volle zalen trekken.

Wellicht hebben die volle zalen ook te maken met het feit dat theater een uitermate geschikte plek is om je te verhouden tot de onbekende ander. Theater – en in het groot geldt dat voor alle vormen van kunst – stelt je in staat om je te verplaatsen in het perspectief van iemand anders. Als toeschouwer verhoud je je tot personages, tot situaties, gedachten en dingen die je wellicht niet vanzelfsprekend vindt. Je verplaatst je in het leven of de blik van iemand anders. Je laat je verbazen, je wordt geraakt. Soms heftig, soms maar een beetje.

Geëngageerde theatermakers van nu laten ons zien en voelen hoe we in een versplinterd landschap zonder duidelijke leider of ideologie toch stand kunnen houden als mens. Dat stand houden, lijkt de theatermaker te zeggen, doen we door onszelf als individu tegenover een ander individu te plaatsen. Niet om het per se eens te worden over de wereld, maar om aan te tonen dat er wel degelijk sprake is van geborgenheid in diversiteit en verscheidenheid. In de poging om je als mens te verhouden tot een ander mens en tot de veelheid om je heen schuilt de bezieling van het nieuwe engagement.


Het derde deel van The New Forest, Hospital is van 26 tot 29 september te zien in Los Angeles in het RedCat-theater en op 16 en 17 november in de Rotterdamse Schouwburg