Opa’s bal

Ik was niet ouder dan een jaar of zes, maar ik weet nog goed hoe mijn opa om het leven kwam. Hij rende achter een bal aan de straat op en werd vervolgens door een auto geschept.

Mijn vader bewaarde sedertdien de bal in zijn werkkamer, bij wijze van aandenken. Het lederen gevaarte pronkte als een globe op zijn bureau- ministre. Hij gebruikte de bal bovendien als hulpmiddel bij onze opvoeding.
Zoals die keer dat ik weer eens aan het zeuren was. Met de bal onder zijn arm voerde hij mij naar het voetbalveld. Daar plaatste hij de bal op de stip. Ik kreeg de opdracht het doel te verdedigen.
‘Er zijn twee manieren om te scoren’, doceerde mijn vader. 'Hier volgt de eerste.’ Hij maakte zijn stropdas wat losser en nam een aanloopje van circa een meter vijftig. Via een ingenieuze schijnbeweging liet hij mij de verkeerde hoek induiken. Machteloos zag ik toe, op de grond gelegen, hoe de bal tergend langzaam over de doellijn rolde.
'Dit was methode een’, sprak mijn vader. 'Thans volgt methode twee.’ Nu deed hij zijn colbert uit, ontdeed zich van zijn das en stroopte zijn mouwen op. Weer legde hij de bal op de stip. Zijn aanloop was nu een goeie tien meter. Met uitpuilende ogen, het schuim om zijn mond, nam hij het leer in volle draf op de punt van zijn schoen. Met bal en al vloog ik het net in.
Terwijl ik naar adem lag te happen hoorde ik mijn opvoeder zeggen: 'Ook dit is een manier om te scoren, mijn zoon. Het is aan jou om in je leven de stijl te kiezen die het beste bij je past.’
Toen mijn vader was gestorven liet hij mijn broers een fortuin aan geld en effecten na. Ik op mijn beurt erfde opa’s bal. Plus een briefje: 'Dit is voor jou. Neem het zonder gewetensbezwaren. Voel je niet gegeneerd tegenover je broers. Zij zijn toch niet te redden.’