De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Straatfotografie in het Stedelijk Museum

Opdrukkende zakenmannen

Twee jonge Nederlandse kunstenaressen in het Stedelijk Museum: Paulien Oltheten en Anouk Kruithof. De straat is hun speeltuin, maar wel eentje begrensd door muren.

Medium paulienanouk original

Het eerste wat opvalt bij de exposities van Paulien Oltheten en Anouk Kruithof in het Stedelijk Museum te Amsterdam: de twee jonge oeuvres worden in gescheiden ruimtes getoond, zonder enige vorm van dialoog met elkaar aan te gaan. In feite zijn het twee kleine tentoonstellingen.

De grootste ruimte is gewijd aan Paulien Oltheten (1982, Nijmegen). Ze heeft een fascinatie voor de straat en voor de bewegingen die mensen daar maken. Ze reist in het kader van kunstprojecten en residencies de hele wereld over – Japan, Rusland en recentelijk New York – en gaat de stad in om foto’s te maken van onze omgangsvormen en lichamelijke houdingen in de openbare ruimte. Oltheten kijkt niet met een afstandelijk oog naar de mens, haar foto’s zijn speels en grappig, poëtisch en fris. Ze stelt vragen met haar fotocamera. Waarom strekt die man zijn been, terwijl hij in gesprek is met een vrouw? Waarom gaan mensen in een kring staan? Hoe is het touw van de vlieger precies achter het oor van dat jongetje terechtgekomen? Op een zomerdag zag ze een vrouw onder een paraplu zitten: dit verschijnsel in Japan viel haar op en zo ontstond een korte reeks over vrouwen die onder paraplu’s zitten. Haar foto’s vult ze aan met tekeningen, gedachtekrabbels en uit de hand geschoten video’s.

Het werk van Oltheten ademt de geest van Jacques Tati (1907-1982), filmmaker van slapstickkomedies vol subtiele en stille grapjes, zoals Les vacances de Monsieur Hulot (1953) en Mon Oncle (1958). In Tati’s stomme films zie je alleen maar lichaamstaal, mime, bewegingstheater; dat is waar het bij Oltheten ook om draait. Denk bijvoorbeeld aan de legendarische scène op de tennisbaan uit Les vacances de Monsieur Hulot, waarin Hulot de bewegingen van de andere tennissers dupliceert en overdrijft, waarmee hij de sportende bourgeoisie op de hak neemt. Wat je bij Tati vooral bijblijft, is de zich nergens helemaal op z’n gemak voelende Monsieur Hulot zélf. Ook Oltheten heeft oog voor de onwennige mens in de grote stad. Hij wankelt en struikelt, hurkt en glijdt. Voor de burger mag de openbare ruimte dan een niemandsland zijn waar hij iedere dag toe is veroordeeld, voor Oltheten is het een speeltuin vol kleine verrassingen.

Het Stedelijk Museum toont voor de eerste keer de twee werken van Oltheten uit de eigen collectie bij elkaar: de installatie Drawing Lines of Thought (2010) en de video Man en hond (2002). Daaraan toegevoegd is de nieuwe video A Moment of Slowing Down (2013), voortgekomen uit Olthetens recente verblijf in New York. Zijn de eerste twee werken ‘cadeautjes van de werkelijkheid’, in recent werk gaat Oltheten steeds meer ensceneren: in A Moment of Slowing Down zoekt Oltheten voor de eerste keer contact met haar onderwerp. Ze ziet een onbekende man extreem langzaam langs het hek van Battery Park lopen. Ze filmt hem en als ze de opname later terugkijkt, raakt ze gefascineerd door die trage, bedachtzame beweging in die hectische omgeving. Ze probeert de man op te sporen, uiteindelijk lukt dat. Wat volgt is een ontroerende briefwisseling en een tweede, bijna identieke video die op dezelfde plek is geschoten, waardoor je niet weet welke nu echt en welke geacteerd is.

Het samenspel tussen twee mensen die op elkaar lijken en dezelfde handeling verrichten, als dubbelgangers, is een terugkerend element bij Oltheten. Zoals ook in Heads and Hair (2008): een Chinese jongen en een Chinees meisje staan dicht bij elkaar, allebei in zwarte jas en grijze trui, hun haar in praktisch dezelfde kleur bruin geverfd, het meisje speelt met haar mobieltje en de jongen lijkt hetzelfde te doen. Een andere foto: twee oudere mannen leunen met hun billen tegen een reling, waarbij hun colberts over de reling heen vallen. Oltheten laat hiermee zien hoe wij in de openbare ruimte allemaal dezelfde handelingen verrichten en identieke houdingen aannemen, en ze verzoent ons met de gedachte dat we ons amper van de ander kunnen onderscheiden, al doen we daar nog zo ons best voor. Uniek zijn, een eigen identiteit hebben: de overeenkomsten blijken groter. Of we nu in een Japanse metropool of in een Hollands dijkdorp ons leven doorbrengen: we maken deel uit van dezelfde kudde.

Oltheten vervalt door deze vaststelling van uniformiteit niet in gemakzuchtig cultuurpessimisme; net als Tati houdt ze haar werk verzoenend en luchtig van toon.

Medium paulien oltheten 2c a moment of slowing down  part 1  2c new york 2c 2013 2c videostill 2c 1m 38s 2c courtesy the artist and gallery fons welters original

Voor Anouk Kruithof (1981, Dordrecht) is de openbare ruimte ook haar werkterrein. Het Stedelijk Museum toont haar nieuwste werken, resultaat van haar huidige residency in New York. De werknemers van het New Yorkse financiële district staan centraal, waarbij ze kritisch kijkt naar de prestatiedrang, machtsverhoudingen en stress. ‘De muur’ speelt een grote rol: niet alleen als architectonisch element, ook als mentale grens. Kruithof wil de onzichtbare muur die ieder op straat om zich heen heeft doorprikken.

Kruithof merkte op dat er sinds 9/11 een angstdeken over het financiële district van New York ligt

Deze werkwijze is typerend voor Kruithof. Veel van haar foto’s, installaties, publicaties en video’s komen tot stand na een directe confrontatie met haar onderwerp. Of ze nu in een verlaten kantoorpand in Rotterdam van het achtergebleven meubilair een installatie maakt of in een psychiatrische instelling in Den Dolder met cliënten hun ‘ideale verjaardag’ viert: door middel van interactie ondervraagt ze de grenzen tussen een gezonde en zieke geest, en de manier waarop mensen zich verhouden tot hun omgeving. Dat doet ze met werken waarin ze de grens van het medium fotografie opzoekt. Ze combineert foto’s met niet-artistieke materialen zoals piepschuim, sponzen, magnetronfolie en baksteen.

Voor Push Up (2013) vroeg Kruithof op straat New Yorkse werknemers zich zo vaak mogelijk op te drukken. Ze maakte er foto’s van en ging hiermee door tot ze weggestuurd werd door de bewaking van de bedrijven waar de mensen voor werkten. Wat ze deed was dus niet toegestaan, zelfs niet in de openbare ruimte – Kruithof merkte op dat er sinds 9/11 een angstdeken over het financiële district van New York ligt en dat de regels ridicule vormen hebben aangenomen – maar de werknemers zelf wilden heel prestatiegericht wél laten zien hoe sterk ze zijn.

Ook in eerder werk richtte Kruithof zich al op de kantoormens. Het is een klassieke tegenstelling: de kunstenaar als vrijdenkende intellectueel en de kantoorklerk als geestarme zombie. Het cliché wil dat deze alleman een banaal en ongeïnspireerd leven leidt. Gelukkig is Kruithof niet zo ongenuanceerd. Ze zet de kantoormens niet vanuit een ivoren toren neer als een anoniem persoon. Nieuwsgierig en geëngageerd gaat ze op een creatieve manier de dialoog met hem aan en ze omringt zich op straat met het rumoer van het alledaagse leven, in een poging ‘de staat van zijn’ van de moderne mens te vangen.

De verstilde en poëtische kant van Kruithof komt tot uiting in Powersponge (Brick) (2013): een muur van exact duizend op elkaar gestapelde sponzen, formaat baksteen, waarop de pastelkleurige screensaver van een Apple-laptop is geprojecteerd. Het doet denken aan een eerder werk van Kruithof: het prachtige, monumentale Enclosed Content Chatting Away in the Colour Invisibility (2009). Ook dat was een muur, maar dan opgebouwd uit 3500 afgedankte boeken, op kleur gesorteerd. Geen enkel boek had dezelfde kleur, waardoor er een kleurverwaaiend effect ontstond. In een videoloop liet Kruithof deze wankele boekenmuur omvallen, en weer opbouwen.

Het is een belangrijk thema in haar oeuvre: ordenen, uit elkaar halen, opnieuw samenstellen, recyclen. Powersponge (Brick) vertoont dezelfde fragiliteit en ambiguïteit, hetzelfde spelen met materialen die een metaforische lading dragen. De schaduw van de sponzen vormt op de museummuur het silhouet van een wolkenkrabber, waarmee Kruithof terloops suggereert dat wolkenkrabbers, die ‘sterke’ symbolen van kapitalisme, inderdaad opgebouwd zijn uit fragiele, zo om te werpen sponzen, waarop burgers en werknemers hun pastelkleurige dromen over rijkdom projecteren – nog steeds.

Push Up is het enige werk van Kruithof dat een duidelijke overeenkomst vertoont met de foto’s van Oltheten. Het zit ’m in de nadruk op menselijke beweging en in het grappige detail dat een werknemer snel zijn stropdas over zijn schouder heeft gegooid. Het is dan ook de vraag waarom deze twee kunstenaressen bij elkaar zijn gebracht. Natuurlijk: fotografie speelt een belangrijke rol en de straat ook, maar daarmee houden de overeenkomsten wel op. De inhoudelijke verschillen zijn groter, want wat zij op straat tegenkomen behandelen ze zeer uiteenlopend: Oltheten is een eenling met een charmante en unieke blik, Kruithof is maatschappijkritisch en geëngageerd. Het werk van Oltheten is anekdotisch en vormt een sterke eenheid, dat van Kruithof is conceptueel en zeer divers.

Deze verschillen lijkt het Stedelijk Museum zelf ook te hebben ingezien, vandaar de twee tentoonstellingen in gescheiden ruimtes. Is dat erg? Niet echt. Misschien is het zelfs een bewuste, artistieke keuze, want voor Kruithof ligt een scheiding toepasselijk in het verlengde van haar thema ‘de muur’: niet alleen als architectonisch element, ook als mentale grens.


Paulien Oltheten Anouk Kruithof, t/m 9 juni, Stedelijk Museum Amsterdam

Beeld: (1) Anouk Kruithof, Push Up, 2013. Installatie van veertien ultrachrome prints en één video (Courtesy van de kunstenaar en Boetzelaer/Nispen). (2) Paulien Oltheten, A Moment of Slowing Down (Part 1), New York, 2013. Videostill, 1m 38s (Courtesy van de kunstenaar en Galerie Fons Welters).