Paul Auster: Le livre des illusions

Opduiken en weer verdwijnen

Paul Auster

Le livre des illusions

Vertaling Christine Le Boeuf

Uitg. Actes Sud, 386 blz., € 21,90

David Zimmer, de verteller in The Book of Illusions, is vertaler en literatuurdocent aan een college in Vermont. Hij heeft zijn vrouw en twee kinderen verloren bij een vliegtuigongeluk. Dag in dag uit verdrinkt hij thuis op de bank zijn verdriet in de whisky. Tot hij al zappend stuit op een komiek uit de nadagen van de stomme film. Deze Hector Mann brengt hem zowaar aan het lachen. David Zimmer raakt geïnteresseerd in Mann, een komiek en filmmaker die in 1929 in rook opging en over wie tegenstrijdige verhalen de ronde doen. Van de verzekering en een luchtvaartmaatschappij heeft Zimmer zo veel geld gekregen dat hij nooit meer hoeft te werken. Hij besluit een boek over de films van Mann te schrijven, waardoor een «boek» in de titel van Paul Austers nieuwe roman belandde. Het is niet zomaar een nieuwe roman van Paul Auster; het is eindelijk na tien jaar, sinds Leviathan, weer een «grote» roman. Een Franse uitgeverij heeft de wereldprimeur van The Book of Illusions. Wereldwijd komt het boek pas op 7 augustus uit, maar Le livre des illusions ligt nu al in de Franse winkels.

Na het voltooien van de monografie over Mann verhuist Zimmer naar een chaletachtig huisje in de bergen van Vermont, om Mémoires d’Outre-Tombe van Chateaubriand te vertalen. Hij zal er eindeloos lang over doen. Na anderhalf jaar ontvangt Zimmer een brief uit New Mexico waarin een onbekende vrouw schrijft dat Hector Mann hem wil spreken. Daarna begint een serie ingrijpende gebeurtenissen. Die beschrijven zou een groot deel van de spanning van The Book of Illusions wegnemen. Daarom de indirecte weg.

David Zimmer kennen we al van een bijrol in Moon Palace. Hij lijkt op de schrijver Quinn uit City of Glass (1985), die vrouw en kind heeft verloren, maar hij lijkt ook op Jack Nashe uit Music of Chance (1990) die zo veel geld erft dat hij een nieuwe Saab kan aanschaffen, waarmee hij vanaf dat moment zo lang als hij wenst door Amerika kan rijden. Uit Leviathan kennen we het spoorloos verdwijnen en het aannemen van een andere identiteit; de passage waarin de verdwenen Benjamin Sachs een familie binnendringt en de liefde van een vrouw weet te verwerven, keert vrijwel ongeschonden terug in The Book of Illusions. Zoals ook het optreden van een van de personages in een pornoshow aan Leviathan herinnert. In Moon Palace hebben we de geschiedenis van de jonge, beroemde kunstschilder Julian Barber — vrijwel een tijdgenoot van Hector Mann — die na een verblijf in een afgelegen grot in de Rocky Mountains opduikt in Parijs als de rijke invalide Thomas Effing. David Zimmer lijkt in zijn obsessie voor Mann een beetje op de verteller uit The Locked Room (1996) die de manuscripten van zijn vriend Fanshawe uitgeeft en diens biografie schrijft. En het motief van een man die volkomen afgezonderd leeft, komt in bijna elke prozatekst van Auster voor, te beginnen met White Spaces uit 1980.

Dat Zimmer nu juist Chateaubriand vertaalt, is ook niet voor niets. Zimmer verzwijgt bijvoorbeeld dat de Franse edelman in 1791 in Amerika is geweest, toen het revolutionaire Frankrijk wat al te gevaarlijk werd. Het bezoek verliep nogal desastreus: Chateaubriand brak een arm, zag weinig van de omgeving en las vooral in reisverslagen van anderen. Daaruit putte hij materiaal voor de schitterende beschrijving van de Natchez-indianen die hij net zo min ontmoette als president Washington. Een fabulant als Chateaubriand past uitstekend in een boek over illusies.

Het lijkt alsof Auster zich met zijn nieuwe roman verzet tegen de kwalificatie «de meest Europese Amerikaanse schrijver». The Book of Illusions heeft iets van een Poe-achtig relaas over een geleerde die zijn geliefde onder zijn handen ziet sterven. Die maakt tevoren een daguerreotypie van zijn jonge vrouw, maar laat haar ook een soort film zien. Film is de essentie van Austers nieuwe roman. Grote delen ervan bestaan louter uit beschrijvingen van (bedachte) films. Aan de stomme film Mr Nobody besteedt Auster 17 bladzijden en aan de geluidsfilm The Inner Life of Martin Frost zelfs 31. Ook dit filmverhaal rijmt weer met de ingrijpende gebeurtenissen in het leven van Zimmer. Je vraagt je af waarom Auster zich verlaat op die uitgebreide beschrijvingen van films. Zelf schreef Auster, toen hij in 1967 in Parijs woonde, draaiboeken voor stomme films. Die zouden verdwenen zijn, maar het zou me niet verbazen als de draaiboeken inmiddels weer zijn opgedoken. Niet alleen omdat het boek er de ingrediënten van blijkt te bezitten, maar ook omdat Austers nieuwe, enerverende roman The Book of Illusions naast illusies gaat over verdwijnen, weer opduiken en definitief verdwijnen.