Open brief

Je kunt de wereld op technologisch niveau veranderen, maar dat verandert maar weinig in de hoofden van de mensen. Er zijn dingen die we echt nodig moeten leren.

Een paar dagen voordat een jonge vrouw in Rotterdam werd toegetakeld met een fietsketting en daarna gewelddadig verkracht, belde mijn dochter dat ze in de trein werd lastiggevallen door een man en of ik aan de telefoon wilde blijven terwijl ze van het station naar huis liep. Dat deden we en ze kwam goed thuis. Haar angst en onzekerheid kwamen niet uit het niets. Niet lang daarvoor had een jongen zich haar huis in gekletst na een avondje uit met vrienden. Hij moest heel erg nodig naar het toilet. ‘Dan zeg je toch niet “nee”, pap. Zo ben ik opgevoed.’ Eenmaal binnen randde hij haar aan. Het liep met een sisser af. Dat wil zeggen: ze gaf hem een knietje en dreigde een van haar huisgenoten te roepen. Sindsdien is ze vreesachtig. Ik heb voorgesteld om allebei op Krav Maga te gaan, zij om zich te kunnen verdedigen, ik bij wijze van steun.

Ik moest denken aan een gesprek met een goede vriendin, een paar weken voordat dit allemaal gebeurde, waarin ik zei dat ik nogal teleurgesteld was in wat de vrouwenemancipatie nu feitelijk had opgeleverd. ‘Arbeidsrechtelijk en zo is er van alles bereikt, maar in de hoofden van mensen is weinig veranderd.’ Dat gesprek ging niet over aanrandingen en verkrachtingen, maar meer over, zeg maar, mentaliteit: over de vrouw als smeermiddel in reclames, de vrouw als prooi, de vrouw als een wezen dat blijkbaar zo verschilt van de man dat ze niet over straat kan gaan zonder te worden nageroepen, nagefloten of lastiggevallen. Die vriendin van mij zuchtte berustend en een tikje bitter, ik kan het niet anders zeggen.

Je kunt de wereld op technologisch niveau veranderen, door haar anders in te richten, betere wetten, controlemechanismes, noem maar op, maar dat verandert maar weinig in de hoofden van de mensen. De beste vrienden van mijn dochter, leuke en hippe jonge mannen, reageerden buitengewoon laconiek op wat er gebeurd was. Shit happens. En hoewel dat ongetwijfeld zo is, zou je van bebaarde jonge hipsters die de hele dag flat whites drinken toch iets anders verwachten. Blijkbaar zit het diep, heel diep.

Liefde en seks is rommelig. Misverstanden, onhandigheid en onkunde los je niet op met een consent-app. Net zoals Krav Maga geen oplossing is voor het gevoel van onveiligheid van mijn dochter en alle andere vrouwen. Ze zullen zich er misschien iets zekerder door voelen, maar wat is het voor een wereld waarin je vechtsporttechnieken moet aanleren voor je met een gerust hart naar buiten kunt?

Ik weet het niet.

Ik heb mijn dochter voorgesteld om allebei op Krav Maga te gaan

Ik ben inmiddels oud genoeg om te weten dat je veel kunt veranderen in de wereld, maar dat de kern van veel problemen in de hoofden van mensen zit. En daar kom je maar moeilijk in. Het is al bijna onmogelijk om mensen op basis van keihard wetenschappelijk bewijs ervan te overtuigen dat zoiets als de opwarming van de aarde reëel is. Hoe zullen we het mannelijke deel van de mensheid dan kunnen leren dat je nooit recht hebt op een vrouw, dat je je in het publieke domein onthoudt van seksueel getinte handelingen en opmerkingen en dat in de privé-sfeer nooit sprake kan zijn van dwang of druk?

Ja, allemaal clichés, duizenden keren verteld en geschreven. Ik weet het. Maar het probleem is dat het desondanks niets heeft uitgehaald.

‘Ik ga een open brief schrijven’, zegt mijn dochter, ‘want het is alleen maar erger geworden, dit soort dingen.’ In haar vriendenkring zijn er nogal wat jonge vrouwen met soortgelijke ervaringen en niet zo lang geleden werd een vriendin van haar een nacht lang vastgehouden door een paar jonge mannen en misbruikt. Mijn dochter drong erop aan om aangifte te doen en toen ze op het politiebureau werden ondervraagd door een vrouwelijke agent zei die dat het slachtoffer wel heel zeker moest zijn over die aangifte, want de politie had wel meer te doen.

Een open brief. Ik geef haar groot gelijk. Het is de beschaafde, intelligente manier om op z’n minst iets te doen, maar geeft tegelijkertijd de machteloosheid aan van de groep in kwestie. Je schrijft het op, je leert jezelf te verdedigen, je draagt ’s avonds decente kleding, je plant je routes, je houdt je sleutelbos in je vuist, enzovoort, enzovoort.

Een vriendin vertelde laatst dat haar zoon naar van die hiphopmuziek luistert waarin vrouwen bitches zijn die gepakt worden. ‘En als ze dat nou over mij zeggen?’ vroeg ze hem. ‘Is dat dan ook oké?’ Hij zei dat het muziek was, het was niet echt. Nee, dat is het niet. Maar zou het nou zo zijn dat het helemaal niets doet met wie ernaar luistert? We geloven allemaal in de beschavende werking van museumbezoek en Bach en de literaire roman en de betere film, maar op de een of andere manier staan we onszelf niet toe om het omgekeerde te denken van dat soort teksten in muziek en die eindeloze misdaadseries waarin psychopaten mensen gruwelijk toetakelen. Als het éne uitdrukking is van onze staat van zijn, dan is het andere dat ook.

Ik ben bang dat wat die losers van de incel-groepen denken eigenlijk heel diep in ons zit. Die ‘involuntary celibates’ gaan er vanuit dat je recht hebt op seks, liefde, noem maar op, dat vrouwen dat grillig en naar believen uitdelen en dat het dus nooit aan jou ligt als je niet krijgt wat je wilt.

Misschien moeten we opnieuw leren dat je kunt krijgen, maar nooit kunt nemen.