Open brief aan Geert Mak

Geachte heer Mak,
Beste Geert,

Vanzelfsprekend heb ik gisteravond met veel belangstelling jouw verhaalover ‘ons’ NRC Handelsblad gelezen in De Groene Amsterdammer. En ik wil meteen zeggen: dat kwam hard aan. Om twee redenen: ten eerste herken ik mijzelf en vooral de krant nauwelijks in het beeld dat je schetst. En ten tweede was ik behoorlijk ongelukkig over het feit dat je, vooraleer je zulk een stuk plaatst in een gewaardeerd tijdschrift, geen wederhoor toepast. Van een journalist die ik zo respecteer en zelfs bewonder verbaast me dat. Hoor en wederhoor zijn toch de basis van het vak dat jij en ik zo liefhebben. Het is, zo kan ik je meteen verzekeren, nog altijd een vaste stelregel bij onze krant.

Ik wil het vooral hebben over het beeld dat je van de krant neerzet. Je verhaal heb ik gisteravond naast de krant gelegd waaraan we met vele tientallen talentrijke en hardwerkende redacteuren hebben gewerkt.

Wat zie ik als ik NRC Handelsblad van gisteren neem? Een voorpagina waarop we openen met nieuws over het JSF-project en een foto brengen van de zaak Westenberg-Kalbfleisch; pagina 2 met commentaren over Rusland en de Nobelprijs; nieuws over het Erasmusprogramma en de EU; een bericht van onze correspondent over de BBC; een bericht van onze verslaggever over de zaak-Armstrong; pagina 3 met nieuws over de VVD in Roermond, een bericht uit Moskou en een column over de leeftijdsgrens bij bioscoopbezoek; en pagina 4-5 met een dossier over woonwagenbewoners en de mogelijke overlast die ze bezorgen.

Na jouw soms verwijtende woorden over ‘feest van de dag’, over pagina ‘4 en 5 vol foto’s’, over het gebrek aan goede journalistiek en een teveel aan leukigheid, zal je het mij niet kwalijk nemen dat ik nog even verder grasduin in de krant die toevallig verscheen op de dag van jouw verhaal.

Ik lees stukken over de Citotoets en Hamas; een interview met de zanger Mika en een reportage over het werk van architect Niemeyer; columns van Louise Fresco, Frits Abrahams en Jan Marijnissen. Ik zie een prachtige en unieke foto van de Melkweg. En dan moet ik nog beginnen aan het dagelijkse katern economie en het wekelijkse filmkatern. Is dit een tijdschrift zoals jij dat noemt? Neen, een bijzonder heldere nieuwskrant. Waarin feiten en commentaar natuurlijk zijn gescheiden.

Ik noemde het filmkatern. Dat brengt me bij jouw verwijt dat er de jongste jaren ‘nul komma nul’ zou zijn geïnvesteerd in journalistieke vernieuwing. Ik begrijp dat Lux op zaterdag niet meteen jouw goedkeuring kan wegdragen (je staat daar niet alleen in, maar de lifestylebijlage die is geïnspireerd op de Financial Times heeft ook grote supporters) en dat je Mens& op dinsdag te leuk vindt (probeer toch even het mooie interview met Louise Fresco afgelopen dinsdag in dat katern). Maar is de lancering van de dagelijkse mediapagina, van de bijlage Film op woensdag en van de bijlage De Wereld op maandag dan volledig aan jouw aandacht ontsnapt? Heb je niet gehoord dat we talentvolle journalisten hebben aangetrokken? Heb je niet gezien dat de krant weer wat dikker is dan een paar jaar geleden? Heb je de iPad-versie niet gezien? De speciale bijlage over het Stedelijk? Het initiatief om het hele regeerakkoord af te drukken in een apart katern? De inspanningen om de voorbije sportzomer kritisch te coveren? Is dat alles echt aan de scherpe waarnemer die je bent voorbij gegaan?

Maar nu merk ik dat ik te defensief klink. Want natuurlijk klopt het dat we in 2011 afscheid hebben moeten nemen van dertig collega’s. En natuurlijk klopt het dat we dagelijks knokken om lezers te behouden, wat lang niet meer vanzelfsprekend is in een wereld waarin alle kranten en mediabedrijven onder druk staan. Daarom overigens vind ik het wel eigenaardig dat je ons (terecht) mijn twee geliefde kranten, The New York Times en The Guardian, als spiegel voorhoudt, maar dat je verzuimt erbij te vermelden dat The Guardian in de voorbije 2,5 jaar al 300 personeelsleden afdankte en vorige week aankondigde nog eens honderd journalisten te zullen ontslaan. Je weet toch ook dat The New York Times honderden mensen aan de deur zette. En je zal in onze krant eerder deze week gelezen hebben dat ook El Pais zijn redactie reduceert van 450 naar 300 mensen. Het zou je gesierd hebben, Geert, als je de evoluties bij NRC ook internationaal wat had gekaderd.

Hetzelfde geldt voor de ‘rooskleurige’ verkoopcijfers waarover je het hebt. Beste Geert, je weet beter dan wie ook dat het niet NRC is die met die cijfers uitpakt. Die worden gecontroleerd, bevestigd én gepubliceerd door Het Oplage Instituut (HOI). Het is dus niet netjes van jou dat je suggereert dat wij die cijfers zouden manipuleren. Ik geef toe, we zijn er trots op dat we, na een oplagedaling van vele jaren lang, al verschillende kwartalen na elkaar een kleine stijging van onze verkoop mogen noteren.

Maar, ook dat geef ik meteen toe, misschien is die trots ongepast. Want ja, ik heb fouten gemaakt. Ik heb fouten gemaakt in de zaak-Friso bijvoorbeeld, waar ik de verantwoordelijkheid draag. Niet al mijn beslissingen wat personeelsbeleid betreft waren even geïnspireerd. Er zijn in de ruim twee jaar waarin ik in de hoofdredactie zit stukken verschenen die te groot of te klein, niet genuanceerd of minder uitgewerkt, te lang of te breed waren. Natuurlijk is dat zo. Zouden we Kamerling weer groot op de voorpagina zetten, zoals we dat inderdaad twee jaar geleden hebben gedaan? Neen. Zouden we sommige covers van de weekendkrant of van bijlagen anders maken? Natuurlijk. Maar zullen we (soms eens té) rusteloos blijven zoeken naar het antwoord op de vraag hoe we NRC Handelsblad in het volgende decennium relevant kunnen houden? Zeker. En dat kan niet alleen door achterom te kijken en te blijven teren op vroeger. Om te voorkomen dat het lezersbestand van NRC letterlijk uitsterft, wil ik dat we ook een relevante krant maken voor nieuwe generaties. En voor die van mij en van jou.

Over de aandeelhouder kan ik weinig zeggen. Je weet ongetwijfeld dat er op verzoek van de Ondernemingsraad een onderzoek loopt naar het dividend. Alle partijen hebben afgesproken om daar discreet over te zijn. Ik kan je natuurlijk wel zeggen dat ik jouw zorgen deel over de financiering van de krant. Jouw bronnen zullen je ongetwijfeld hebben verteld dat ook daarover al eens spanningen heersen in ons huis.

Het is niet aan mij om de door jou genoemde Peter Visser en Derk Sauer te verdedigen. Dat kunnen ze zelf heel goed. En het is flauw van mij om de bal terug te kaatsen en te zeggen dat de krant vele jaren geleden werd leeggeroofd door eigenaar Apax. Daar hadden Visser en Sauer voor zover ik weet niks mee te maken. Wel wil ik je zeggen, en misschien is dat naïef, dat de gesprekken die ik met die heren heb van alle kanten doordesemd zijn van het besef dat onze krant een journalistiek instituut is en wil blijven.

Omdat ik van feiten hou laat ik jou ook graag meelezen in de laatste mail die ik afgelopen maandagochtend naar de redactie schreef. Je weet wel, wat jij beschrijft als de ‘terreur van e-mails’ van Vandermeersch. Zoals ik de krant koos die verscheen op de dag van jouw stuk, neem ik ook hier weer de laatste mail die ik schreef voor ik jouw stuk las. Die mail luidde als volgt:

‘Ik kan kort zijn over de weekendkrant.

Het was zonder meer een geweldige krant met een schitterend magazine (foto’s die je maar blijft bekijken).

Een greep:

Een uitstekende productie over de wielersport.

Een prachtig portret van Moszkowicz.

Een exclusief interview met Emily Ansenk.

Een snel stuk over de biografie Reve.

Een stevig verhaal over België.

Een aangrijpend interview met Ebbe Rost van Tonningen.

Een doorleefde reportage langs de Turkse grens.

En dan moest een mens nog beginnen aan: Opinie & Debat (met prachtig verhaal van Arjen); aan Economie (met mooi en jammer genoeg niet gesigneerd portret van Harvard-hoogleraar Elberse); aan Media (met mooi blik achter schermen van BN'er-industrie); en aan Wetenschap (waar ik niet weet of ik nu de kortere rubrieken dan wel het coververhaal moet prijzen).

Kortom: een krant om met zijn allen heel trots op te zijn’.

Wees nu eens eerlijk, beste Geert, is dat een ‘brulbrief’ waarover jij beweert dat ik daarmee een redactie terroriseer? Wordt hier niet het soort journalistiek geprezen waar jij van houdt? Had die prachtige weekendkrant die cover die jij als ‘zielloos’ beschrijft?

Jammer dus dat je geen weerwoord bent komen halen. Het had een prachtig journalistiek stuk kunnen opleveren. Geert Mak die met de openheid van geest waarmee hij door Europa en de VS reisde ook keek naar zijn eigen NRC. Over hoe wij met tweehonderd collega’s, met vallen en opstaan, met veel fouten en soms met overmoed, met schrammen en builen, elke dag proberen om een genuanceerde, prachtige kwaliteitskrant te maken. En daar soms in slagen en dan weer eens minder.

Dat je het anders hebt aangepakt vind ik jammer. Dat was jouw keuze. Maar dat je met jouw op weinig feiten en enkel op anonieme bronnen gebaseerd stuk tweehonderd journalisten beschadigt, dat kwetst mij en - dat zal je begrijpen - dat maakt mij boos. Omdat die groep beter verdient dan op die manier minachtend te worden afgeserveerd. Ik schrijf deze brief aan jou dus niet alleen uit eigen naam, maar uit naam van vele collega’s die gisteren hun verontwaardiging hebben geuit over de foute feiten en de denigrerende toon van jouw stuk.

Maar ik kan niet lang boos zijn en wil je overtuigen van de feiten. Daarom nodig ik je graag uit voor een gesprek op de krant. Of sterker nog, kom eens een paar dagen meelopen met ons. Kom naar die redactie. Praat met de redacteuren. Geniet van het debat tussen redacteuren en hoofdredactie en kijk hoe rijk dat is (sommigen beweren zelfs veel rijker dan voorheen - maar het is aan jou om daarover te oordelen). Zie hoe ze knokken voor de kwaliteit van die krant. Kijk hoe een gedreven hoofdredactie interne tegenspraak probeert te organiseren. Stel vast dat we inderdaad soms falen.

Tenslotte ben je, in die ruim twee jaar waarin ik leiding geef, nooit op de plek gekomen die je zo uitgebreid beschrijft. Hoe jammer toch. Want het beeld dat je hebt - en met verve schetst - klopt op veel vlakken niet met de realiteit. En dat, Geert, is toch het ergste wat een journalist kan overkomen.

Ik groet je hartelijk en hoop dat je op mijn uitnodiging ingaat.