Open wonden (1)

De eerste regieaanwijzing van Willem Jan Otten in zijn nieuwe toneelstuk De nacht van de pauw bevat een intrigerende inconsistentie. ‘Tijd van handeling: zaterdag voorafgaande aan Pasen. De Mattheüs-passie op een televisie.’ Het betreft hier een live-registratie van Bachs Passie uit de Grote Kerk in Naarden. Maar die wordt jaarlijks één dag eerder uitgezonden, op Goede Vrijdag, de dag die is bezwangerd door de marteldood van Christus aan het kruis. Ik kan me niet voorstellen dat Otten zich vergist. We bevinden ons derhalve in het niemandsland tussen Het Grote Sterven op Goede Vrijdag en de Wonderlijke Wederopstanding op Paaszaterdag. De persoon die in dit niemandsland én opnieuw sterft én uit de dood herrijst, is Tim, de zoon van Carl en zijn ex Emma. Tim valt letterlijk bij Carl (en zijn nieuwe vrouw Laura) naar binnen: via een brief die Emma bezorgt. ‘Aan pappa’, staat erop. Een open wond.

Laten we aannemen dat de handeling van De nacht van de pauw zich bijna in het heden, dus in het midden van de jaren negentig, afspeelt. Tim is dan al zeven jaar dood, gestorven achter in de jaren tachtig. Tim was toen zeventien. Hij is dus geboren in het begin van de jaren zeventig, een kind van de ‘lost generation’, een jongen die verbaasd moet hebben gestaard naar het 'ik-tijdperk’ waarin zijn vader een alcoholist werd en hij te horen kreeg dat zijn moeder hem bijna had laten aborteren. Tim belandde in de wereld van de harddrugs, knuppelde een paar pauwen dood omdat de veren zoveel geld zouden opleveren, spoot zich uiteindelijk kapot, hoorde dat hij niet gewenst was. Of het een bewuste zelfmoord was zal geen van de nabestaanden ooit weten. Dat weet je bij een overdosis heroïne namelijk nooit - iemand kan opeens een onversneden portie hebben gekocht. De brief van Tim aan zijn papa is leeg, hij heeft zijn vader een leeg vel gestuurd. Carl dreigt de envelop ongelezen in zijn open haard te verbranden. Uiteindelijk schrijft hij de boodschap zelf op het lege vel: 'Dood is dood’. Want zo is Carl. Hij heeft Tim nooit begrepen, hij heeft 'de troep’ waaraan zijn zoon verslaafd was ook nooit begrepen, want Carl was verslaafd aan 'de troep’ van vóór 'de troep’: jenever. Carl kon zijn zoon, waarschijnlijk in een delirium, nog net vóór diens dood uitleggen dat hij hem nooit heeft gewild. Daarna was het over en sluiten. Met zijn kind. En met zijn huwelijk. Nu komen ze tegen Pasen allemaal weer samen. Carl, zijn nieuwe vrouw Laura, zijn vroegere vrouw Emma en haar nieuwe relatie (de blinde Joanna, die optreedt als een vrouwelijke pendant van de ziener Theresias uit Sophokles’ Oidipous). En Carls nieuwe schoonvader natuurlijk, Leonard, praktiserend gynaecoloog, in 1971 nog bijna betrokken bij de abortus van Emma. Van Tim dus eigenlijk. Die Leonard is een babbelaar, een kletsmajoor, een soort Polonius in Hamlet. Hij kletst de partijen áán en ván elkaar.
Ik heb begrepen dat de dagbladkritiek is gevallen over de veelheid aan thema’s en constructies die Otten in De nacht van de pauw aansnijdt. Dat vind ik onzin. Probeer de plot van Albee’s Wie is bang voor Virginia Woolf?, of Schnitzlers De eenzame weg of Wedekinds Voorjaarsontwaken of Lulu maar eens in een paar alinea’s uit te leggen. Volle, ingewikkelde constructies leveren vaak gepassioneerde afdrukken van volle en ingewikkelde levens op. Ik heb er Mulisch’ meesterwerk Het stenen bruidsbed nog eens op nagelezen. Ook een loodzwaar en van symbolen zwanger drama, maar wel briljant geschreven proza. Otten doet in zijn nieuwe stuk een serieuze poging een paar belangrijke en actuele thema’s aan te snijden. Hij doet dat gewetensvol, intensief, soms een beetje onhandig maar in ieder geval recht door zee, zonder (om met Brecht te spreken) trucjes die in de mouwen van zijn jas zijn verborgen. Hij verbergt helemaal niks. Zijn stuk is een belangwekkend 'discours’ over onderwerpen van vandaag. Dat-ie, twintig jaar na zijn theatrale eersteling Een sneeuw (onlangs weer opgevoerd), heel erg veel tegelijk wilde vertellen, vergeef ik hem snel. Als je ouder wordt, krijg je haast, en de haast om belangrijke kwesties aan de orde te stellen is de meest vergeeflijke kwaal van de kunstenaar die met zijn twee poten in de wereld staat. In die zin is De nacht van de pauw een belangrijk toneelstuk. (Wordt vervolgd.)