Opengebarsten geheim

Een fotoboek als herbarium. Een tentoonstelling als herbarium. Een fotograaf als verzamelaar. Over de botanische fotografieën van Paul den Hollander.
Voyage botanique is in eigen beheer uitgegeven. Het formaat is 32x32 cm. De omvang is 100 pagina’s (113 foto’s in duotone) en de prijs 385,-. Van het boek verschijnt nog een tweede versie, gesigneerd en genummerd van 1 tot 99, met een gesigneerde en genummerde originele barietdruk van 27x26 cm. De prijs hiervan bedraagt 3190,-. Bestellen is mogelijk via Postbanknr. 3290094 t.n.v. Paul den Hollander, Postbus 9553, 4801 NL Breda.
De oorspronkelijke foto’s worden van 18 april tot en met 15 juni tentoongesteld in het Museum voor Fotografie in Antwerpen, Waalse Kaai 47.
TUSSEN 1992 EN 1994 reisde Paul den Hollander met de camera langs een aantal Europese botanische verzamelingen. Het resultaat van zijn werk heeft hij samengebracht in een bijzonder adequaat vormgegeven en voorbeeldig gedrukte uitgave onder de titel Voyage botanique.

De namen van de collecties, dertien in totaal, waaronder Humboldt, Houttuynen, Jussieu, Michaux, Oudemans, Rabenhorst en Salvador, zullen voor een enkele kenner ogenblikkelijk het zicht openen op bladen dik gevezeld papier waartussen zeldzame of algemeen voorkomende gewassen hun laatste rustplaats vonden. Maar tegelijk met de in Genève of Leiden aangetroffen herbaria opent hij de ogen van ontelbare niet-specialisten, die zich hun ontvankelijkheid voor een zo droge materie tot dat moment waarschijnlijk nog niet bewust waren. Als een knalhard geheim zijn de boeken opengebarsten. Liggen de resten van een veelal groene wereld, thans opgedeeld in de meest zorgvuldige grijzen, voor je.
PURE SCHOONHEID? Vergeet het maar, daar kom je niet mee weg. Schoonheid van het verval? Waarom verval?
De wisselende emoties, groot of klein maar onmiskenbaar, bij het bekijken van deze objectief gedreven weergaven, omsluiten ook de gedachte dat juist voor deze zorgvuldig gekozen bloemlezing een vorstelijk einde de bedoeling was. Deze bladen, maar meer nog deze plantenresten zijn uitverkoren om ons onder ogen te komen.
Nu bestaan ze pas echt, ze hebben zich aan de chaos weten te onttrekken.
Veelal lang geleden met wetenschappelijke liefde van de aarde losgemaakt en behoedzaam weggedragen uit hun oorspronkelijke omgeving. Naar een bijna even tere behuizing als waaruit ze zelf zijn opgebouwd. Waar ze, eveneens van een opzichtig en goedkoop seksueel leven ontdaan, zullen rusten als in een Egyptisch graf. Stram gebalsemd tussen de beschermende bladen. Alle praktisch nut uit hun leven verdwenen. Het stoffelijk voertuig ter beschikking gesteld aan de wetenschap. Soortgenoten en miljarden anderen vielen terug in de aarde waaraan ze waren ontstegen.
Ze zijn nu door naamgeving en classificatie onderdeel van een door de achttiende-eeuwse Zweedse bioloog Carl Linnaeus ontworpen ordening.
Hoe facetten van een dergelijk systeem er, behalve in de praktijk van de hersenen, in werkelijkheid uitzien, is door de fotograaf met bevrijdende nauwgezetheid vorm gegeven. Alles wat al bijna vergaan en verloren was, wordt hier door het ultiem toegepaste procédé nog eens streng geaccentueerd.
Al te uitbundig optredend reliëf is omgezet in gezichtsbedrog. Een trompe l'oeuil dat de vingertoppen naar zich toe trekt om ze vergeefs te laten tasten naar de geheime kreukels in hun transparante bescherming.
Behalve dat de fijnvertakte bouwsels een kolossaal recht wordt gedaan, lijken ze hier en daar zelfs als voorwendsel benut in betrekking tot het materiaal waar ze mee verenigd zijn en dat voor conservering zorg draagt.
Zelfs in hun meest eenvoudigste vorm zijn ze al een collage, waar geen lijm aan te pas is gekomen. Het raffinement van de vlakverdeling die ze samenbracht is overrompelend. Achteloos, in door arbeidzaamheid in de hand gewerkte rangschikking, zijn composities ontstaan die als bouwtekening voor hele steden zowel als de basis voor een redelijk aantal oeuvres van meerdere beeldende kunstenaars kunnen dienen.
DE STRENGE en objectieve fotografische vorm heeft het tegendeel tot gevolg. De pagina’s lichten op door een allerminst doods of verstijfd uiterlijk. Ze zijn veel eerder romantisch of dichterlijk te noemen, zoals gewoonlijk alleen aan de originelen van oude handschriften of aardrijkskundige kaarten voorbehouden.
Organische topografie en typografie, leesbaar maar verder niets prijsgevend. De grammatica van een onbekende fossiele taal in diezelfde taal weergegeven.
Paul den Hollander stelt dat hij zich heeft laten leiden door de uitgangspunten chaos en determinatie. In de vorm waarin hij zijn bevoegdheid presenteert heeft hij die twee uitersten naar beide zijden ruimschoots gepasseerd.