Hoofdcommentaar

Openlijke normen, heimelijke waarden

Vice-premier Zalm wil de vrijheid van moslimscholen niet terugdraaien maar wel onmogelijk maken. Minister Donner wil geen andere rechtszaken voor allochtone jongeren maar wel andere straffen. Minister De Geus wil niet dat de lagere inkomens meer dan een procent achteruit gaan maar erkent dat het zomaar acht procent kan worden. Burgemeester Opstelten doet zich voor als Rotterdamse doorzetter met een plan de bruggen op te halen voor minimumlijders en wil daarover, vermoeid als hij oogt, niet onderhandelen.

Voor die burgers die nog geen oog hadden voor de drastische omwenteling die Nederland in zijn greep heeft, leek de politiek speciaal deze week te hebben uitgekozen om «de problemen te benoemen». Dat is, in navolging van Fortuyn, vooral «zeggen wat je denkt». Voor strijken en plooien, de traditionele bezigheid die tijdens verzuiling én ontzuiling de maatschappelijke conflicten in hun bedding hield, komt bijna niemand zijn bed meer uit. Dat die ontzuiling culmineerde in de polderpolitiek van de jaren negentig is vergeten maar niet vergeven. Paars wordt nog slechts laatdunkend in herinnering geroepen. Want met die poldergeest maak je, aldus premier Balkenende, niets «bespreekbaar».

Zo klinkt het nieuwe Nederland. Is er ook een patroon in te ontwaren?

De VVD, de ene grote regeringspartij, houdt het simpel. In zijn toespraak tot het partijcongres van de liberalen pleitte Zalm ervoor de islamitische scholen, die volgens hem eerder segregeren dan integreren, «uit de loopgraven» van de grondwettelijk verankerde vrijheid van onderwijs te halen. Want «als je alles plaatst in het kader van artikel 23, leidt dat wel tot emotionele debatten, maar niet tot bruikbare oplossingen», aldus Zalm. Dat klopt. Goddank blijven voor Zalm de grondwet en de achterliggende waarden hoog in het vaandel staan.

Pardon. We zijn te snel. Want Zalm geeft vervolgens te kennen misschien niet openlijk het mes te willen zetten in artikel 23 maar wel via de achterdeur: namelijk via de extra financiering van zogeheten scholen met «allochtone» achterstandskinderen. Dezelfde criteria om zulke scholen met een factor 1,9 te belonen, kunnen volgens Zalm ook «worden gebruikt om de oprichting van scholen die louter achterstandskinderen als doelgroep hebben te voorkomen».

Wat is hier aan de hand? De fractieleider van de VVD verklaart een grondwettelijke norm onbruikbaar, maar wil daarover niet praten en omzeilt die norm dus. Een groep prominente vvd’ers heeft hem weliswaar gekritiseerd, maar daarvan ligt Zalm niet wakker. Wakker liggen is politiek niet opportuun.

Het CDA, de andere grote regeringspartij, probeert intussen de suggestie te wekken dat zijn denkkader volop in ontwikkeling is. Zo verschijnt volgende week op initiatief van premier Balkenende een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de nieuwe normen en waarden die het kabinet komende jaren moet gaan nagelen. Niet alleen in eigen land maar ook in den vreemde wil Balkenende, in het zicht van zijn voorzitterschap van de EU, de bezoedelde Nederlandse rol als normerend gidsland weer oppoetsen.

Pardon. We zijn te snel. Dezelfde Balkenende heeft tegelijkertijd een onderzoek gelast naar de vraag of de nieuwe lidstaten van de EU in Oost-Europa alsnog kunnen worden onderworpen aan een overgangsregime, zodat Nederland buiten de getekende verdragen toch op slot kan gaan voor trekarbeid uit die contreien. Voor die ene waarde van de Europese eenwording geldt kennelijk meer dan één norm.

Minister Donner van Justitie is zijn kompaan. Afgelopen week verscheen ook in het tijdschrift Wordt vervolgd van Amnesty International een interview met hem. Jeugdige delinquenten worden vooral streng toegesproken door de politie, onder het motto dat waarschuwen beter helpt dan straffen. «Dat werkt misschien bij Nederlandse jongetjes, maar bij sommige andere groepen werkt dat averechts», aldus Donner in het voetspoor van politiechef Wiarda. «Puur vanuit de instrumentele kant, laten we maar eens kijken wat bij hen eenzelfde gevoelswaarde heeft als bij ons.» Donner maakt zo een onderscheid in het burgerschap van allochtonen en autochtonen. Alle Marokkaanse jongens anders bestraffen dan alle Hollandse, dat gaat verdomd ver, maar Donner was in het interview tenminste helder.

Pardon. We zijn ten derde male te snel. Want op de vraag of hij allochtone jongeren zwaarder wil gaan straffen, zegt Donner: «Ik heb er geen voorstel over ingediend.»

Balkenende, Zalm en Donner zitten «puur instrumenteel» op één lijn. Ze benoemen een probleem, verbrijzelen een taboe en gaan weer over tot de oude orde van de dag. Afgaande op de gebeurtenissen van de afgelopen week lijkt daarover zelfs brede consensus binnen het kabinet te bestaan. Daarmee zijn we terug bij af. Want dit is — o, paradox — die verschijningsvorm van het vermaledijde oude Nederland. Een land waarin de politiek er is voor het eigenbelang en waar zodoende uiteindelijk toch een maatschappelijk evenwicht ontstaat.

Dat mag. Sterker, het heeft decennia zo gewerkt. Maar deze politieke benadering heeft niets te maken met het «benoemen van taboes» en het «bespreekbaar maken van problemen». Het is vooral stiekem.