tot en met 23 september in het Muziektheater, Amsterdam

Opera: Der Schatzgräber

Der Schatzgräber van de Oostenrijkse componist Franz Schreker (1878-1934) is op het eerste gezicht een sprookjesopera over een koning, een koningin, een boerendochter, een minstreel en een toverluit.

Medium schatzgraeber 0

Maar misschien is het toch vooral een filosofische beschouwing over de ingewikkelde relaties tussen het verlangen naar liefde, kunst en rijkdom. Een koningin is haar juwelen kwijt, zij kwijnt weg en weigert de liefde van haar man. Een toverluit, de kunstenaar, moet haar redden. Kan kunst – muziek, maar ook het vertellen van verhalen – rijkdom betekenen? En is liefde uiteindelijk – hoe kortstondig en wanhopig ook – niet toch het allerbelangrijkste?

Het ingewikkelde verhaal gaat over minstreel Elis, met zijn betoverde luit, en zijn geliefde Els, de beeldschone dochter van een kroegbaas, die haar vele minnaars erop uitstuurt om de schatten van de koningin te stelen. Het is een verhaal waarin heel veel elementen uit andere opera’s zijn te herkennen, zoals Turandot en La fanciulla del West van Puccini, Lohengrin van Wagner, La Traviata van Verdi. Ook in de muziek is er een veelheid van stijlen die op elkaar zijn gestapeld, enorm enerverend, soms ongrijpbaar.

De nazi’s beschouwden de muziek van de joodse Franz Schreker als entartete Musik. Hij en de andere nieuwlichters uit de jaren twintig maakten in hun ogen slechts gedegenereerde muziek. Dat lieten ze zien op een tentoonstelling in München in 1938, een jaar na de even beruchte tentoonstelling over entartete Kunst. Schreker zelf was toen al vier jaar dood, hij stierf aan een hartaanval.

Der Schatzgräber werd sinds de Tweede Wereldoorlog tot nu toe nog maar nauwelijks opgevoerd of op cd gezet. Nu geeft De Nederlandse Opera er een enerverende, doordachte opvoering van.

Regisseur Ivo van Hove heeft rigoureus afgezien van alles wat aan een sprookje zou kunnen doen denken. Hij verplaatst de plot naar een hedendaagse setting, Jan Versweyveld ontwierp een karig, maar uiterst ingenieus decor. Twee wanden van iets dat op triplex lijkt zijn schuin tegen elkaar geplaatst. Door grote openingen in de vorm van blokhutten kunnen decor­onderdelen worden ingevoegd die er een paleis, een kroeg, een rechtbank, een slaapkamer en een boshut van kunnen maken. Bovendien zijn er gigantische projecties van een film waarin een klein meisje eenzaam door een groot bos zwerft. Els droomt tijdens haar enige liefdesnacht met Elis van haar verleden, waarin moeder en dochter, vader en minnaar samenvallen. Hierdoor, maar ook door de schitterende vertolking door de nog jonge Duitse sopraan Manuela Uhl, is de vrouwelijke hoofdrol centraal in de handeling geplaatst. De vele mannen draaien om haar heen, begeren haar, bedreigen haar, kopen haar. Door de film krijgt zij een achtergrond, waardoor je zou kunnen begrijpen waarom zij zo obsessief de juwelen van de koningin begeert. Daarvoor slachtoffert zij anderen, verloochent zij eerst haar grote liefde en laat zij zelfs de luit van haar minnaar stelen en neemt zij hem zo de macht van zijn kunst af. In deze voorstelling is alleen degene die de schat bezit levenskrachtig, de anderen verpieteren en verouderen zienderogen, ook Els als zij haar schat uiteindelijk via haar geliefde aan de koningin geeft.

Door de enscenering komt dit sombere sprookjesverhaal akelig dichtbij. De moeilijke muziek wordt door het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de nieuwe chef-dirigent Marc Albrecht ongelooflijk intens gespeeld en door de zangers prachtig gezongen. Er is helaas niets sprookjesachtig aan: dat kunst moet wijken voor rijkdom weten wij ook en dat liefde daarbij in de knel zal komen, dat kan ook onze angst zijn.

Franz Schreker, Der Schatzgräber, t/m 23 september in het Muziektheater, Amsterdam. dno.nl