La fanciulla del West

OPERA Gouden meisje

Het is een opera van een van de meest geliefde Italiaanse componisten, Giacomo Puccini (1858-1924). Toch is de opera in een eeuw tijd nog maar twee keer eerder in Nederland te zien geweest: La fanciulla del West.

Het verhaal is gebaseerd op een toneelstuk van een Amerikaanse schrijver en toneelmaker, David Belasco, en speelt in het Wilde Westen van de Verenigde Staten, bij de ruwe goudzoekers. De opera ging in 1910 in New York in première en ik kan me voorstellen dat de Duitse regisseur Nikolaus Lehnhoff er een beetje raar naar heeft zitten kijken. Het wildwestverhaal gaat ook nog eens over een onwaarschijnlijk reine saloonhoudster die verliefd wordt op een bandiet en met pokeren en smeken een happy end afdwingt. Lehnhoff heeft er een loodzware lading ironie tegenaan gegooid. We zien leernichten, gangsters, beelden van Wall Street en vallende dollarbiljetten, een zuurstokroze boudoir, een autokerkhof en het gelukkige einde is op z’n Hollywoods weergegeven met een eindeloze trap en glittergordijnen. Het is een beetje willekeurig en erg bedacht. De gouddelvers zijn met goud bezig, maar wat hebben die arme zwoegers eigenlijk te maken met de economische crisis? Puccini’s muziektaal heeft zijn weg naar Hollywood gevonden, maar dat kun je van Wagner nog veel meer zeggen.

Het rare is dat de regisseur zich helemaal geen zorgen had hoeven maken. De voorstelling die De Nederlandse Opera nu van deze opera brengt is muzikaal zo ijzersterk en wordt vooral door Eva-Maria Westbroek in de hoofdrol zo prachtig gezongen en ook gespeeld dat het verhaal toch overtuigend en ontroerend wordt. Zij speelt Minnie als een vrouw die zowel een naïeve bakvis is die de gasten in haar café voorleest uit de bijbel als een sterke dame die haar pistool weet te hanteren als dat nodig is. Zij is een verliefd meisje dat in een jaloerse furie kan veranderen en toch ook weer een trouwe kameraad is.
Eva-Maria Westbroek speelt en zingt dwars door alle vermommingen heen die de costumière haar oplegt: tuttige juffrouw, verleidelijke vamp, Hollywood-ster à la Jean Harlow. Met haar prachtige, warme sopraan is ze bijna drie uur lang overtuigend aan het woord, maar het hoogtepunt is aan het einde, als ze een voor een tot de ruwe goudzoekers zingt en ze man na man overtuigt dat ze allemaal hun zonden en zwakheden hebben en daarom vergeving boven wraak moeten stellen.
Die mannen (voorop Zoran Todorovich als edele boef en Lucio Gallo als valse sheriff) zijn overigens ook heel goed en dat geldt in fortissimo voor het koor van De Nederlandse Opera, dat op een prachtig gechoreografeerde wijze (beweging: Denny Sayers) de jacht op de verliefde bandiet uitbeeldt. Met dirigent Carlo Rizzi klinkt het Nederlands Philharmonisch Orkest warmbloedig, genuanceerd en met een Italiaans brio.
Voor mij was het een rare avond. Ik ben niet zo gek op Puccini en meestal een groot voorstander van moderne regievondsten. Ik heb niets tegen ver doorgevoerde kitsch, ironie en sarcasme. Maar hier was ik blij dat ik dwars door de regie heen echte mensen kon horen met echte gevoelens, voor mijn part echte liefde, wat te meer aanspreekt als het om Eva-Maria Westbroek gaat, een zangeres en actrice van wereldklasse.

La fanciulla del West is bij De Nederlandse Opera nog te zien t/m 28 december; www.dno.nl