FILM

Operateske horror

Black Swan

Darren Aronofsky’s voor vijf Oscars genomineerde Black Swan is een schitterende film over seks, kunst en de dood. Natalie Portman speelt de rol van Nina, een jonge ballerina die de hoofdrol in Het Zwanenmeer krijgt, maar in de aanloop naar de première steeds meer geconfronteerd wordt door waanvoorstellingen en gevoelens van onzekerheid. Hierin komt ze oog in oog te staan met een ‘alternatieve versie’ van zichzelf, een dreigende, duistere kant van haar persoonlijkheid die cruciaal blijkt te zijn voor het creëren van het personage op het podium.

In eerdere films laveerde regisseur Aronofsky tussen een fantasierijke stijl (The Fountain, 2006) en een rauwe, realistische benadering (The Wrestler, 2008). In Black Swan vormt de spanning tussen deze twee uitersten, echt en gespeeld, de thematische rode draad die op verschillende vlakken in de film aanwezig is: Nina moet zichzelf transformeren tot de gedroomde Odette en Odile van Tsjaikovski’s stuk; in haar dagelijkse leven twijfelt ze steeds vaker aan de waarheid van bepaalde momenten, bijvoorbeeld wanneer ze denkt haar dubbelganger in een metro te zien; en er is de vraag of haar echte leven langzamerhand overgaat in een nachtmerrieachtige versie van het balletstuk waarin zij de hoofdrol vertolkt.
Maar 'echt’ blijkt ook 'gespeeld’ te kunnen zijn, merkt Nina in haar omgang met de regisseur van het stuk. En 'gespeeld’ moet altijd 'echt’ zijn, 'gespeeld’ moet een kern van waarheid bevatten waarmee de kijkers zich kunnen identificeren en waardoor het stuk een diepere dimensie krijgt.
Deze vragen komen subtiel aan de orde terwijl Aronofsky de kijker een netwerk van referenties aan horrorconventies en dansfilms aanreikt. Recent verklaarde de regisseur dat Het Zwanenmeer toch al een 'gothic-stuk’ is, en daarin heeft hij gelijk. Thema’s van liefde en gefragmenteerde identiteit en duistere verlangens passen inderdaad bij de Romantiek, evenals het visuele en psychologische spel met schakeringen van licht en donker. Maar met Black Swan schept hij ook een universum van operateske horror waarin de ontluikende erotiek van Nina centraal staat. Slechts door zichzelf open te stellen voor lichamelijke begeerte is zij ertoe in staat haar artistieke identiteit tot bloei te laten komen. Hierbij laat Aronofsky zien dat het scheppende proces, net als het volwassen worden, paradoxaal genoeg een destructieve zijde heeft. Terwijl ze haar rol voorbereidt, heeft Nina toenemend last van een drang naar zelfverminking. En tamelijk geniaal is dat de regisseur aan de kijker de mogelijkheid overlaat zelf te beslissen of deze drang of zelfs het uiting geven eraan werkelijk plaatsvindt of niet. Trekt ze echt de huid van haar vinger weg waardoor het vlees en het bloed eronder zichtbaar worden? Misschien wel. Maar wat te denken van de volgende stap: een afwijking op haar rug die in toenemende mate lijkt op zwarte veertjes vlak onder de oppervlakte van haar witte huid? Dat is dan toch eveneens 'echt’?

Dit spel met de duistere kant van het sprookje wordt uitgewerkt in een visuele stijl waarin zwart, wit en rood overheersen en glimmende oppervlakten in vrijwel iedere scène aanwezig zijn. In veel scènes in Aronofsky’s film zijn er ook verscheidene versies van hetzelfde personage aanwezig. En het mooie én het angstwekkende is dat Nina, de ballerina op zoek naar de waarheid van de figuur die ze op het podium moet creëren en vervolgens dansen, zich terdege bewust is van die andere versie van haar, allemaal reflecties van een mooie, donkere vrouw in het raam of in de vlijmscherpe fragmenten van een kapotte spiegel.

Te zien vanaf 3 februari