Henry Kissinger zweet peentjes

Operatie Condor

Het begint erop te lijken dat behalve een dictator als Pinochet, binnenkort ook andere figuren door nationale rechters kunnen worden gedagvaard. Vooral degenen die betrokken waren bij de Zuid-Amerikaanse Operatie Condor, moeten vrezen voor een arrestatiebevel. Henry Kissinger zweet al peentjes.

«Historisch gezien heeft de dictatuur der deugdzamen geleid tot inquisities en zelfs heksenjachten», schrijft Henry A. Kissinger, in het juli/augustusnummer van het blad Foreign Affairs. In het essay beklaagt hij zich over de oneerlijkheid van wat hij «de doctrine van de universele rechtspraak» noemt. De Chileense oud-president Pinochet wordt in Engeland gearresteerd na een aanklacht door een Spaanse rechter jegens Spanjaarden op Chileens grondgebied, terwijl «scores of East European communist leaders» die toch ook lieten martelen, blijkbaar niets te vrezen hebben. Een schande, oneerlijk, gevaarlijk, straks pakken ze nog Amerikaanse militairen voor de rechtvaardige bommen op Joegoslavië. Universele rechtspraak zou culmineren in een «tirannie der rechters» en zelfs contraproductief zijn, omdat ze «de politieke wil ondermijnt om de normen van internationaal gedrag te waarborgen die zo noodzakelijk zijn voor het temperen van de gewelddadige tijden waarin we leven.»

De anders zo scherp redenerende voormalig minister van Buitenlandse Zaken en nationale veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten laat de vreemdste argumenten de revue passeren in zijn strijd tegen de universele rechtspraak. Henry Kissinger, zo lijkt het, zweet peentjes.

Het artikel in Foreign Affairs is een bewerking van de laatste paragraaf van Kissingers jongste boek Does America Need a Foreign Policy? Toward a Diplomacy for the 21st Century dat afgelopen juni werd gepubliceerd. Kissinger trekt daarin niet alleen van leer tegen de trend dat nationale rechters internationale arrestatiebevelen uitvaardigen tegen voormalige dictators die zich aan mensenrechtenschendingen hebben bezondigd. Maar ook tegen de instelling van een internationaal strafhof.

Afgelopen maart — het moet rond de tijd zijn geweest dat Kissinger zijn manuscript in leverde bij zijn uitgever Simon & Schuster — kondigde Joyce Horman aan te laten onderzoeken of Kissinger in staat van beschuldiging kon worden gesteld wegens de moord op haar man. Charles Horman, een Amerikaanse journalist, verdween in 1973 direct na de staatsgreep in Chili. Hij werd voor het laatst levend gezien in het stadion van Santiago dat door de militairen als concentratiekamp werd gebruikt. Kissinger zou medeverantwoordelijk zijn voor de moord omdat hij als minister van Buitenlandse Zaken onder president Richard Nixon de staatsgreep van Augusto Pinochet openlijk steunde. «We hebben goede hoop dat we ook de Amerikaanse verantwoordelijkheid tijdens de staatsgreep kunnen aantonen», sprak Horman tijdens het internationale congres over mensenrechten en universele rechtspraak dat in Madrid werd gehouden.

Dat Kissinger zich met hand en tand verzet tegen de globalisering van de rechtspraak behoeft geen verbazing te wekken. In zijn boek The Trial of Henry Kissinger betoogt de journalist Christopher Hitchens dat Kissingers bikkelharde Realpolitik leidde tot de dood van duizenden burgers (onder meer door de bombardementen op Cambodja en Noord-Vietnam) en van hem naar internationaal recht een misdadiger heeft gemaakt.

Het is met name zijn betrokkenheid bij Operatie Condor (of Plan Condor, zoals de Frans- en Spaanstalige pers schrijft) die Kissinger in een nogal onplezierig verband zou kunnen brengen met foltering, executies en andere misdaden tegen de mensheid in Latijns-Amerika in de jaren zeventig en tachtig. Met name in Pinochets Chili.

Operatie Condor was de codenaam voor de samenwerking van zes door de VS gesteunde junta’s — die van Argentinië, Brazilië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Chili. Onder het wakend oog van de Central Intelligence Agency (CIA), met medeweten van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en met gebruikmaking van Amerikaanse communicatieapparatuur werkten de geheime diensten van de zes landen samen bij het opsporen en uitschakelen van hun politieke tegenstanders in het buitenland.

In 1998 besloot de regering-Clinton op Brits verzoek en onder grote parlementaire druk CIA-documenten vrij te geven die licht moesten werpen op de mensenrechtenschendingen in Chili tijdens het bewind van generaal Pinochet, tussen 1973 en 1990. De CIA stribbelde tegen, maar kon niet voorkomen dat zeer gevoelige informatie openbaar werd, die ook Kissinger betrof.

Tijdens een bezoek aan de vergadering van de Unesco in Parijs werd hij eind mei in het Ritz Hotel bezocht door Franse politieagenten. Zij overhandigden hem een rechterlijk schrijven. Rechter Roger Le Loire verzocht hem dringend zich de volgende dag op zijn kantoor op het Paleis van Justitie te melden. Le Loire zou graag inlichtingen verkrijgen in verband met de moord op vijf Franse staatsburgers door Chileense militairen onder Pinochet. De rechter besloot Kissinger te ontbieden naar aanleiding van CIA-documenten die bewezen dat de Amerikaanse inlichtingendienst intensieve contacten onderhield met verscheidene van haar Latijns-Amerikaanse equivalenten, waaronder de beruchte Chileense Dirección de Inteligencia Nacional (DINA). Minstens één document wees op rechtstreekse betrokkenheid van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. In een telegram vroeg de Amerikaanse ambassadeur in Chili onder meer om tenten en dekens voor een «detentiecentrum» waar «de gevangenen naar verwachting voor een betrekkelijk lange periode zullen worden vastgehouden». Kissinger vertrok onmiddellijk nadat de hotelmanager de getuigenoproep had vertaald, omringd door zijn lijfwachten.

Begin augustus richtte Rodolfo Canicoba Corral, onderzoeksrechter te Buenos Aires, zich tot de oud-staatsman met een verzoek te komen getuigen. Corral probeert zo veel mogelijk te weten te komen over Operatie Condor. Daarmee zou hij weleens een eind kunnen komen. De Argentijnse oud-juntaleider Jorge Videla is in staat van beschuldiging gesteld en zit al geruime tijd in voorarrest. Er zijn internationale arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen Alfredo Stroessner, de ex-dictator van Paraguay die twee jaar geleden politiek asiel kreeg in Brazilië, en de Uruguayaanse ex-legerleider Julio Cesar Vadora. In Chili is op Corrals verzoek onlangs Miguel Contreras gearresteerd, voormalig hoofd van de DINA.

Op 21 september 1976 ontplofte midden in het centrum van Washington DC een autobom. De aanslag maakte een einde aan het leven van Chili’s voormalige minister van Buitenlandse Zaken Orlando Letelier en zijn Amerikaanse secretaresse Ronni Moffitt. Na de coup in Chili in 1973 was Letelier gevlucht naar de Verenigde Staten. Hij was populair in zijn vaderland en werd door velen beschouwd als de opvolger van de afgezette president Salvador Allende. Pinochet beschouwde hem als zijn belangrijkste tegenstander en liet hem uit de weg ruimen. De terreur van Operatie Condor had het grondgebied van de Verenigde Staten bereikt.

Eerder al werden Pinochets voorganger, generaal Carlos Prat en diens vrouw in Buenos Aires vermoord. En in Rome werd de Chileense christen-democratische oppositieleider Bernardo Layton, eveneens met zijn echtgenote, opgeblazen. Beide aanslagen vonden waarschijnlijk plaats in het kader van Operatie Condor. Net als in Argentinië wordt nu ook in Italië onderzocht wat daarbij de Amerikaanse betrokkenheid was.

Dat de CIA wist van het bestaan van Operatie Condor is zeker. In 1993 werden op een Paraguayaans politiebureau bij toeval de zogenoemde archieven van terreur ontdekt. De documenten gaven uitputtende informatie over een geheime Condor-eenheid. Uit de papieren bleek dat de groep een oud-president van Brazilië vermoordde, twee Uruguayaanse parlementariërs en honderden politieke activisten. Bovendien wierpen ze licht op contacten met nazi’s in Latijns-Amerika en de moord op Is raëlische agenten die op de nazi’s joegen. Het echte vuurwerk betrof enkele documenten die aantoonden dat de inlichtingendiensten van Operatie Condor samenwerkten én met drugshandelaars én met de CIA. Paraguay riep de hulp in van de U.S. Agency for International Development om de documenten vast te leggen op microfiche. Toen Amerikaanse journalisten de papieren naderhand onderzochten, bleken de documenten die verwezen naar Operatie Condor verdwenen.

Vorig jaar leed de CIA echter een gevoelige nederlaag toen ze werd gedwongen 16.000 documenten vrij te geven met betrekking tot de mensenrechtenschendingen in Chili. Daaruit blijkt glashelder dat Chili het centrum was van Operatie Condor, en dat de CIA zeer goed op de hoogte was van het brute optreden van met name de DINA. De CIA plaatste in 1975 het hoofd van de DINA, generaal Contreras, op haar loonlijst, terwijl ze enkele maanden eerder had geconcludeerd dat hij «het belangrijkste obstakel was voor een redelijk mensenrechtenbeleid binnen de junta.» In augustus ontmoetten Contreras en CIA-onderdirecteur Vernon A. Walters elkaar in Washington. Waarschijnlijk bespraken ze daar het opstarten van Operatie Condor. Niet lang na de ontmoeting vroeg en kreeg Contreras van Pinochet 600.000 dollar voor de «neutralisering van de belangrijkste tegenstanders van de junta in het buitenland, in het bijzonder in Mexico, Argentinië, Costa Rica, de Verenigde Staten en Italië.»

In maart bleek uit een telexbericht dat werd vrijgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de Amerikanen actief samenwerkten met de geheime diensten van de jun ta’s. In 1978 berichtte Robert E. White, de Amerikaanse ambassadeur in Paraguay, over een gesprek dat hij had gevoerd met generaal Alejandro Fretes Davalos, de chefstaf van de Paraguayaanse strijdkrachten. Davalos vertelde hem dat de Zuid-Amerikaanse inlichtingenchefs die betrokken waren bij Condor «contact met elkaar onderhouden via een communicatie-installatie in de Panamese Kanaalzone die heel Latijns-Amerika bestrijkt». In de telex, die was bestemd voor Kissingers opvolger, minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance, uitte White zijn bezorgdheid dat Operatie Condor «aan de oppervlakte» zou komen tijdens het onderzoek naar de moord op Letelier en Moffitt.

Meteen na de aanslag op Letelier had de CIA besloten dat de operatie uit de hand aan het lopen was. Ze tipte de politie in Frankrijk en Portugal, waar de junta’s aanslagen hadden gepland. Maar Operatie Condor werd niet beëindigd. Een onbekend aantal minder hooggeplaatste opposanten van de junta’s en (vermeende) «linksen» werden via de samenwerking van de zes geheime diensten gearresteerd, gemarteld en vermoord. Via het netwerk van geheim agenten hielpen de Chileense en Argentijnse militairen de Nicaraguaanse dictator Anastasio Somoza bij het onderdrukken van de bevolking. De Argentijnen assisteerden bij het oprichten van doodseskaders in El Salvador. Operatie Condor bleef voortwoekeren tot in 1983.

Henry Kissinger was minister van Buitenlandse Zaken van 1973 tot 1977, en nationale veiligheidsadviseur vanaf 1969. In die hoedanigheid was hij de architect van de Amerikaanse acties tegen het linkse bewind van Salvador Allende, dat in 1970 na democratische verkiezingen in Chili aan de macht kwam. Kissinger zorgde ervoor dat de Chileense economie werd afgeknepen en liet nauwe banden aanknopen met de militaire leiders van omringende landen. Uit openbaar gemaakte CIA-papieren blijkt dat de geheime dienst vanaf het begin van Allendes bewind was betrokken bij het ondermijnen ervan in een operatie die FUBELT werd genoemd. Met medeweten van de president en zijn nationale veiligheidsadviseur. In feite legde Kissinger dus al in 1970 de basis voor Operatie Condor.

De bloedige staatsgreep, waarbij Allende om het leven kwam, vond plaats op 11 september 1973, toen Kissinger juist bezig was aan de senaatshoorzittingen die voorafgingen aan zijn benoeming tot minister. Hij loog tegen de Senaat dat de Verenigde Staten niets met de coup hadden te maken. Hetzelfde jaar zou hij de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nemen wegens zijn inspanningen voor een wapenstilstand in Vietnam. Zijn onderhandelingspartner en Vietnamese evenknie Le Duc Tho weigerde de onderscheiding.

Op 26 oktober rapporteerde de CIA over Pinochets plan alle tegenstand binnen twee maanden te vernietigen. «This will require more killing by the military» meldt de dienst. Op 5 februari 1974 schrijft de CIA dat de DINA «technieken gebruikt die regelrecht zijn ontleend aan de Spaanse inquisitie, en de ondervraagde persoon vaak zichtbare fysieke schade toebrengen.» Kissinger, die tijdens zijn ministerschap de functie van nationale veiligheidsadviseur blijft bekleden, zorgt ervoor dat het Congres onwetend blijft van de misdaden. Zelf laat hij zich echter nauwgezet op de hoogte houden van wat er in Chili gebeurt. Op 16 november krijgt hij van zijn staatssecretaris Jack B. Kubisch een gedetailleerd rapport over de executiepolitiek van de Chileense junta, «zoals u vanuit Tokio gevraagd had», merkt Kubisch op.

Dat Henry A. Kissinger iets te vrezen heeft van internationale rechtspraak, en daarom de werkelijkheid liefst manipuleert, blijkt uit een zogeheten memcon (memorandum of conversation) van een ontmoeting die hij had met Pinochet en enkele andere Chileense juntaleden op 8 juni 1976 in Santiago. De ontmoeting vond plaats één dag voordat Kissinger de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) zou toespreken over mensenrechten. In het derde deel van zijn memoires (The Years of Renewal) schreef Kissinger dat hij Pinochet kritisch onderhield over de belabberde mensenrechtensituatie in diens land, die «het belangrijkste obstakel vormde voor hechte relaties van de Verenigde Staten met Chili». Maar uit de vrijgegeven memcon blijkt iets heel anders. Kissinger greep het gesprek juist aan om Pinochet in te lichten over zijn mensenrechtenspeech van de volgende dag en hem de boodschap over te brengen dat wat hij ten overstaan van de OAS zou zeggen toch vooral pro forma was. Uit de memcon: «The speech is not aimed at Chile. I wanted to tell you about this. My evaluation is that you are a victim of all left-wing groups around the world and that your greatest sin was that you overthrew a government that was going Communist. (…) We welcomed the overthrow of the Communist-inclined government here. We are not out to weaken your position.»

Met zijn recente boek Does America Need a Foreign Diplomacy? wil Kissinger naar eigen zeggen de beleidsmakers wakkerschudden. De Verenigde Staten houden er een starre, te veel door binnenlandse perikelen ingegeven buitenlandbeleid op na. De wereld verandert in hoog tempo, is Kissingers boodschap. De VS moeten meeveranderen, willen ze geen schade ondervinden. Als hij zijn eigen boodschap ter harte zou nemen, zou hij alsnog getuigen in de rechtzaken over Operatie Condor. Openheid zou voor hem wel eens lijfbehoud kunnen betekenen, want vroeg of laat weet de universele rechtspraak hem te vinden.

Henry Kissinger, Does America Need a Foreign Policy? Toward a Diplomacy for the 21st Century

Uitg. Simon & Schuster, 318 blz.

Christopher Hitchens, The Trial of Henry Kissinger

Uitg. Verso, 159 blz.

Documenten over Operatie Condor: The National Security Archive

http://www.gwu.edu/~nsarchiv/latin\_america/ chile.htm