De jacht op Turkijes staatsvijand nr 2

Operatie Karatas

Na Öcalan is de jacht geopend op staatsvijand nummer twee van Turkije. Zijn naam: Dursun Karatas. Het spoor leidt naar Nederland.

Op 10 april 2000, om vijf uur in de ochtend, vond er in de Witte de Withstraat in Amsterdam-West een grootscheepse politie-inval plaats bij het Turkse persbureau Özg ürlük. Een tot de tanden gewapende eenheid van het irt viel het kantoortje binnen na de voordeur met springstof te hebben opgeblazen. Eenmaal binnen troffen ze alleen een zeventienjarig meisje aan dat op de bank lag te slapen. Deze werd naar eigen zeggen van alle kanten onder schot gehouden terwijl veertig agenten het pand beroofden van de complete inventaris, inclusief computers, gsm’s, video’s en cd’s. De inval geschiedde op last van het Openbaar Ministerie Groningen, dat weer zei te handelen op verzoek van de Belgische justitie, die bezig zou zijn aan een onderzoek naar afpersingspraktijken in de Turkse gemeenschap aldaar. Dezelfde dag vond er een identieke actie plaats in een woonhuis in Bergen op Zoom, gevolgd door acties in Rotterdam en Etten-Leur. Daarbij werden in totaal zes mensen aangehouden, allen beschuldigd van afpersing en lidmaatschap van een criminele organisatie. Deze invallen stonden onder regie van de Recherche Unit Zware Criminaliteit van de politie Midden- en West-Brabant. De gevolgde methode, inclusief het opblazen van de voordeur, was echter identiek aan die van Amsterdam.

Niettemin ontkent justitie in alle toonaarden dat de twee initiatieven ook maar iets met elkaar te maken hebben. Deze ontkenning wordt wat onwaarschijnlijker gelet op een document waarop De Groene Amsterdammer de hand wist te leggen. Het betreft de geheime notulen van een bijeenkomst van diverse Europese staatsveiligheidsdiensten in Nederland, België, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland. Op deze vergadering van 11 januari 2000 blijkt niet minder dan een pan-Europees deltaplan te zijn uitgestippeld met als doel de ontmanteling van de Devrimci Halk Kurtules Partisi (dhkp, oftewel de Revolutionaire Volksbevrijdingspartij, een extreem-linkse splintergroepering die is voortgekomen uit de gestaalde kaders van de beruchte Dev Sol).
Nu pkk-leider Öcalan op het eilandje Imrali in de Zee van Marmares bij Istanboel wacht op de dingen die komen, blijkt de jacht geopend op een andere erfvijand van de Turkse staat. Het gaat om Dursun Karatas, gewezen Dev Sol-leider, heden secretaris-
generaal van de dhkp. Net als bij Öcalan het geval was, wordt er in het kader van de speurtocht volop internationaal samengewerkt. Ook Nederland spreekt een woordje mee. Sterker nog: het heeft er alle schijn van dat Karatas zich ergens in Nederland ophoudt.
Uit de notulen van het treffen blijkt dat in Europol-verband al maanden druk wordt gezocht naar de zieke Karatas, die diabetes heeft en darmproblemen. Hij zou het laatst zijn
gesignaleerd in een vakantiebungalow in de buurt van het Belgische Knokke. Sindsdien, zo blijkt uit de notulen, wordt ervan uitgegaan dat Karatas zich in Nederland bevindt. Zo zouden zijn doktersrekeningen door de kleine doch fanatieke Nederlandse schare volgelingen worden betaald. «Binnenkort project opstarten: zoeken naar Karatas», staat onder het kopje «Nederland» te lezen.

Dursun Karatas is sinds de detentie van Öcalan met stip Turkijes meest gezochte staatsvijand. Als leider van het revolutionaire commando Dev Sol belandde hij na de coup van 1980 in een Turkse gevangenis. In 1989 wist hij echter te ontsnappen. Vele omzwervingen volgden. In september 1994 werd hij gearresteerd door de Franse politie. Meteen begon er zo'n zware campagne van de Turkse linkse zijde in Frankrijk dat de autoriteiten besloten hem vrij te laten en niet uit te leveren aan Turkije, waar Karatas zonder enige twijfel ter dood zou zijn veroordeeld. Ondertussen zette de Turkse staatsveiligheidsdienst mid, die zwaar moet zijn geïnfiltreerd in de piepkleine gelederen van Karatas’ partij, naar verluidt een prijs op het hoofd van Karatas. In het weekblad Arti Haber werd eerder dit jaar een in Nederland wonend, Turks maffialid geciteerd met de uitspraak dat hij in 1994 was benaderd door een gewezen officier van de mid met de vraag of hij kon helpen met het zoeken naar de dhkp-leider.


Dit soort ondergronds speurwerk blijkt anno 2000 niet meer nodig. Onder de vlag van Europol, het gezamenlijke Europese opsporingsapparaat, blijkt heel wat meer mogelijk dan tot voor kort voorstelbaar werd geacht. Formeel kent Nederland, anders dan bijvoorbeeld Duitsland, geen verbod van de Dev Sol of van de dhkp. De Bondsrepubliek beschouwde Dev Sol al in 1983 als een terroristische beweging. Nederland, meer gepreoccupeerd met de mensenrechtensituatie in Turkije, wilde deze stap nooit doen, zodat de pkk in Nederland altijd vrijuit heeft kunnen functioneren. Het gevolg was dat vele Dev Sol-sympathisanten in Duitsland, inmiddels in een heilloze interne richtingenstrijd verwikkeld, een veilig heenkomen zochten in België en Nederland, waar ze tot voor kort in relatieve rust voort konden gaan met de campagnes ten bate van hun revolutionaire martelaren in de propvolle gevangenissen van Turkije. Nederland blijkt volgens de geheime notulen uit te groeien tot het nieuwe hart van de Turkse klassestrijd. De «gedemoraliseerde» afdeling van de Volksbevrijdingspartij in Groot-Brittannië zou zelfs vanuit Nederland worden geleid. Aan dit Nederlandse politieke gedoogbeleid lijkt onder eurovlag nu wel heel onverhoeds een einde gekomen.

Volgens de notulen van de vergadering van 11 januari is justitie in Nederland zeer bezorgd over «afpersingsprakrijken» van de Turkse gemeenschap in Nederland door een kleine, harde kern van dhkp-activisten, zeg maar de «fundi's» van de gewezen Dev Sol-clan. Geschat wordt dat er de afgelopen twee jaar zo'n 4,5 miljoen gulden bij elkaar is «gecollecteerd» ten bate van de Turkse revolutie à la Karatas, met name in Den Haag, Rotter-dam, Amsterdam en Arnhem. Gesproken wordt van «vrije giften» van «gewone mensen», «grote giften» door «winkels en restaurants» en «hele grote giften» van «criminelen». Daarmee overtreft de Nederlandse dhkp-aanhang volgens de Turken-watchers van Europa de Duitse kameraden, die in 1999 niet meer dan vijfhonderdduizend Duitse marken bij elkaar zouden hebben gesprokkeld.
Het grote probleem van de Europese opsporingsambtenaren is dat maar zeer moeilijk kan worden bewezen dat er afpersing in het spel is. Verklaringen van slachtoffers van de revolutionaire incassobureaus blijken in heel Europa maar mondjesmaat, of in het geheel niet, verkrijgbaar. In Zwitserland, zo staat in de notulen te lezen, worden de donaties «vrijwillig» gegeven, bij wijze van «morele verplichting». In een eerder stadium - maar dat was nog in de tijd van Dev Sol - beschikten de Zwitsers wel over officiële aangiftes van afpersing. Tegen de tijd echter dat daarover kon worden getuigd voor de rechtbank, waren «alle getuigen vermoord». Uit de notulen blijkt dat eigenlijk alleen in Nederland «concrete gevallen van afpersing» bekend zijn. Tegen maart 2000 verwachtte men hier met het dossier «rond» te zijn.

Als een en ander afhing van de acties in Amsterdam en Brabant, kon aan die verwachtingen waarschijnlijk niet worden voldaan. Volgens de advocaten van de vijf gearresteerde Brabantse Turken zijn ook deze beschuldigingen van afpersing op juridisch drijfzand gebouwd. Maurice Veldman, advocaat van een der Brabantse verdachten: «Ik ben gechoqueerd dat er nu al zes weken lang vijf mensen worden vastgehouden terwijl er geen enkele concrete verdenking tegen hen kan worden aangevoerd. Toen we na een maand aandringen eindelijk het strafdossier mochten inzien, bleek daar niet één aangifte van afpersing in te staan. Maar die stukken werden door de officier in Breda al die tijd voor de advocaten verborgen gehouden, terwijl werd beloofd dat men met concrete aangiftes zou komen. Dat rechters in Nederland zich lenen voor dit soort praktijken is misschien wel het meest verontrustende van alles. Het is een wrang voorproefje van hetgeen ons in Europa te wachten staat.»
Inzake de inval van het persbureau Özgürlük lijkt justitie al evenzeer af te koersen op een zeperd. Het Openbaar Ministerie van Groningen, opdrachtgever van de inval in Amsterdam, gaf eerder al toe een foutje te hebben gemaakt door te verklaren dat men niet wist dat het hier ging om een persagentschap. Een schadevergoeding lijkt onvermijdelijk, zoals eerder al het geval was na de invallen bij het journalistieke collectief Opstand en het linkse undergroundblad Ravage. Het materiaal van het Turkse bureau is inmiddels weer teruggegeven aan de eigenaren, die zich weer energiek hebben gezet aan hun stencils en internetsites waarin op orthodox marxistisch-leninistische wijze wordt geageerd tegen «de Turkse fascistische staat». Verfijnd proza is het allemaal niet, maar er is nu eenmaal vrijheid van drukpers, ook voor leden van allochtone collectieven met iets meer heimwee naar stalinistische romantiek dan ten onzent anno 2000 voor gezond wordt gehouden.

Zo lijkt Nederland zich onder Europol-vlag danig te hebben verslikt in het dhkp-vraagstuk. Kennelijk moet er in het kader van de Turks-Europese toenadering ook in Nederland een steentje worden bijgedragen aan de ontmoediging van de Turkse oppositionele krachten. Onduidelijk blijft wat justitie nu precies dacht te vinden. Wellicht het adres van Dursun Karatas? Ter opheldering van het een en ander stelde GroenLinks-kamerlid Tara Singh Varma 17 april enige vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken. Ze wil van de minister weten waarom er in dit geval geen rekening gehouden is met een fenomeen als persvrijheid. Ook vraagt deze parlementariër zich af of er binnenkort nog meer van dit soort wildwestpraktijken richting de Turkse gemeenschap te verwachten zijn, bijvoorbeeld bij de start van het gevreesde Euro2000. Hoewel de termijn is verstreken, heeft minister De Vries vooralsnog geen antwoord gegeven.