Operatie-mahler

Mahler-box door het Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo De Waart, m.m.v. diverse solisten. RCA, f 379,-.
Henry-Louis de La Grange, Op zoek naar Gustav Mahler, 127 blz., uitg. Meulenhoff, f24,95.
Het Mahlerfeest is vooral in organisatorisch opzicht een hoogstandje. Maar wie niet in een Mahler-T-shirt met Mahler-manchetknopen geinteresseerd is, kan net zo goed de spiksplinternieuwe Mahler-cd’s aanschaffen.

HET REUZENRAD EN DE botsautootjes op het Amsterdamse Museumplein zijn nog niet gedemonteerd of het Mahlercircus is al in volle opbouw. Symbolisch? Beide evenementen moeten het hebben van sensatie, commercie en trivia. De tentoonstelling Mahler in Amsterdam, die al enkele weken in het Gemeentearchief is te bezichtigen, spreekt boekdelen: van kattebelletjes tot toegangskaartjes - elke scheet die Mahler in Holland heeft gelaten is gedocumenteerd.
Eigenlijk is de stap van deze huis-tuin-en- keuken-mahleriana naar de Mahlerfeest Kiosk, met zijn Mahler-T-shirts, Mahler-wijnen, Mahler-stropdassen en 14-karaats gouden Mahler-manchetknopen a 650 gulden zo gemaakt. Is er een wezenlijk verschil tussen dingetjes en hebbedingetjes?
Met een half dozijn tentoonstellingen, dagelijkse pre-concert talks, een Mahler-postzegel, voetbalwedstrijden tussen de diverse orkesten, de uitgave van een facsimile van de Zevende Symfonie, een onuitputtelijke reeks concertregistraties en dirigentenportretten op video en een lijvig festivalboek wordt getracht het ‘Mahlergevoel’ te activeren. En alsof dit alles nog niet genoeg is om de gemiddelde muziekliefhebber voorgoed van Mahler te genezen, gooien de tv-omroepen er nog eens een handvol begeleidende documentaires en films tegenaan.
SINDS 1990 IS Concertgebouw-directeur Martijn Sanders met de voorbereidingen bezig geweest en met name het laatste jaar heeft hij als een presidentskandidaat op verkiezingstournee campagne gevoerd voor zijn Mahlerprogramma. Verstoken van overheidsgelden ('Er is hier een kunstbeleid dat de gevestigde kunst armzalig bedeelt, vergeleken met de nieuwe kunst’, aldus een bittere Sanders) drijft het festival, dat zes miljoen gulden kost, op recettes en sponsorbijdragen. Wat heeft Sanders met het feest voor? 'Het is de verwezenlijking van een ideaal’, zegt hij in de VPRO-gids. 'Met het komende feest wordt de Mahlertraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest hoog gehouden’, zo lezen we in Shell Venster, het blad van een van de hoofdsponsors. Of is het gewoon een 'waanzinnige operatie’, bedoeld om de schijnwerpers op het Concert gebouw te vestigen?
Het Mahlerfeest steunt op twee pilaren. Allereerst natuurlijk de uitvoering van het complete symfonische repertoire door de deftigste orkesten van Europa: het Concertgebouworkest en de Philharmonieen van Wenen en Berlijn. Daarnaast vindt er een groots opgezet symposium plaats waaraan de belangrijkste Mahlerspecialisten uit de wereld deelnemen. Hoe veelbelovend dat ook klinkt, toch lijkt de vraag gerechtvaardigd of er werkelijk nog prangende vragen rond Mahlers leven en werk bestaan. Met name Henry-Louis de La Grange, die zijn hele leven heeft gewijd aan het Mahler-onderzoek, heeft een tamelijk uitputtend werk (ruim 3600 pagina’s) over de man doen verschijnen. Bovendien is al zijn materiaal opgeslagen in de zogenaamde Mahler-databank in Parijs, die voor iedereen toegankelijk is. Veelzeggend is het feit dat die andere grote Mahlerkenner, Donald Mitchell, in een interview aankondigde dat weinig flamboyante onderwerpen zoals de authenticiteitskwestie ter sprake zullen komen: 'Moeten de “Kindertotenlieder” worden uitgevoerd met een veel kleinere strijkerssectie, zoals Mahler ze zelf uitvoerde begin deze eeuw?’ De overkoepelende titel van het symposium doet de deur dicht: Mahler: The World Listens. Ofte wel de Mahlerreceptie in Amsterdam, Nederland, Italie, de Verenigde Staten, Finland en Japan. Niet de man of zijn muziek, maar wijzelf vormen onderwerp van discussie.
Resteert de vertolking van zijn symfonie en. Hoe uniek is het dat Europa’s paradepaardjes, aangevoerd door het span Chailly, Haitink, Abbado, Muti en Rattle, in twee weken tijd tieneneenhalve symfonie over het voetlicht brengen? In ieder geval is het lang niet zo spectaculair als de prestatie die Mengelberg in 1920 leverde door met het Concertgebouworkest de hele cyclus in z'n eentje te dirigeren. Mengelbergs Mahlerfeest was bovendien niet alleen een fysieke topprestatie, hij stelde ook een artistieke daad: in 1920 was Mahler krap tien jaar dood en was zijn muziek verre van geaccepteerd. De vergelijking met Mengelbergs Mahlerfeest gaat dus in meerdere opzichten mank en doet deze roemruchte dirigent geen recht.
IN ONZE TIJD STAAT een symfonie van Mahler garant voor een volle zaal. Toegegeven, het is een unieke situatie dat je, praktisch om de hoek, de ene avond het Wiener Philharmoniker met Muti en de volgende avond het Berliner Philharmoniker met Abbado kunt horen (althans de enkeling die een kaartje heeft weten te bemachtigen). Maar dat is dan eigenlijk ook het enige wat zo bijzonder aan het Mahlerfeest is: primair is het een organisatorisch hoogstandje.
Een bijdrage aan de Nederlandse Mahlertraditie leveren de Duitse en Oostenrijkse orkesten uiteraard niet. Van wezenlijker belang in dat opzicht is de Mahlercyclus die Edo de Waart met het Radio Filharmonisch Orkest de afgelopen drie jaar in de Vara- matinee deed. De cyclus, enkele weken geleden voltooid, is nu op cd uitgebracht. Immers, de Mahler-fakkel van Mengelberg - die 321 keer een Mahlersymfonie dirigeerde en 66 keer Das Lied von der Erde - werd overgenomen door Eugen Jochum en Eduard van Beinum. Vervolgens was het Haitink die jarenlang zijn stempel op de Mahlerpraktijk drukte. De Waart, uit een heel ander hout gesneden, biedt een welkom tegenwicht aan de getourmenteerde, uitgesponnen interpretaties van Haitink.
De Waarts opvatting staat in de lijn van de vlotte, onopgesmukte aanpak van Bruno Walter, die als vriend en leerling Mahler zelf aan het werk heeft gezien. Daarover schrijft Walter in zijn memoires: 'Aan zijn schijnbaar vrije, impulsieve manier van musiceren lag een onverbiddelijke precisie ten grondslag: hij gehoorzaamde strikt aan de muzikale partituur, de lengte van de noten, de voorschriften inzake tempo, voordracht en dynamiek.’ Hoe de uitvoeringstraditie aan het zwalken is geraakt blijkt wel uit de duur van het beroemde adagietto uit de Vijfde Symfonie: waar Walter zeven minuten en 35 seconden nodig heeft, laat Haitink het deeltje tot het dubbele (dertien minuten en 55 seconden) uitdijen! Ook Edo de Waart is met zijn 10'01 nog aan de lange kant. Op de promotie-cd die de Mahler-box aan de man moet brengen (ook het gesubsidieerde Radio Filharmonisch ontkomt niet aan sales marketing) legt hij aan interviewer Joop van Zijl overigens uit dat hij nu, ruim drie jaar later, een hoger tempo prefereert.
De symfonieen vier en vijf stonden als eerste op het programma, waarna de cyclus tamelijk chronologisch werd afgewerkt. Wie nu de reeks van 1 tot 9 beluistert hoort een interessante ontwikkeling. Grappig genoeg klinken in de eerste uitvoeringen de echo’s van Wagner - een cyclus die De Waart vlak daarvoor had gedaan - nog door. Van het begin af aan is zijn benadering nuchter en open. Dank zij het ontbreken van enig zwelgen, zwijmelen of zwabberen, laat hij het conflictueuze karakter van de muziek in al zijn scherpte zien. Vlot, strak en energiek baant hij zich een weg door deze kolossen. Dan plotseling, na de Vijfde, gebeurt er iets. Niet alleen bloeit het orkest - en met name de strijkerssectie - tot ongekende hoogten op, het lijkt alsof De Waart de symfonieen met steeds meer lef, met een aan doodsverachting grenzende roekeloosheid te lijf gaat. De tempi komen steeds hoger te liggen en het geheel raakt dramatisch op drift.
De vuurproef vormde uiteraard mijn eigen favoriete symfonie (de Zevende). Deze is zo wondermooi dat mijn laatste twijfels - sommige delen klinken bijvoorbeeld wel erg jachtig - smolten als sneeuw voor de zon. Ook hier lijken de openingsmaten te snel en daardoor niet broeierig genoeg, maar uiteindelijk zijn de tempoverhoudingen prachtig en door de rusteloze vaart neemt het werk bittere, groteske vormen aan.
HENRY-LOUIS DE LA GRANGE schreef niet alleen de toelichtingen bij deze Mahler-box, maar ook een speciaal boekje waarin hij getuigenis aflegt van zijn levenslange fascinatie voor Mahler. Openhartig schrijft De La Grange: 'Ik weet heel goed dat een psychoanalyticus me moeiteloos zou kunnen aantonen tot op welke hoogte ik mij met Mahler geidentificeerd heb, zijn strijd gedeeld, zijn vijanden gehaat, zijn medestanders en zijn vrienden bemind.’ (Echtgenote Alma komt er bij De La Grange niet best vanaf.) Kortom: met het sterk op Freud en Adorno stoelende betoog van De La Grange en de spiksplinternieuwe Mahler-box van De Waart kunt u de Mahleritis op het Museumplein met een gerust hart laten voor wat het is.