Sylvain Ephimenco

Operette

Moedeloos kijk ik naar het dwergengevecht op Ground Zero-niveau en heb zin om dit land te ontvluchten. Wat stelt nog dit politieke debat voor met zijn operetteallures? Met partijleiders van zakformaat, intellectuelen die al maanden op skivakantie moeten vertoeven, tranende tango’s en een pers zonder kop die van studentenwoning naar Daimler met chauffeur hobbelt. Geef me alsjeblieft de grotemensenwereld zonder soundbytes en armoedige oneliners.

Wat een droef weekeinde! Een interview van niets in een krant gevolgd door unanieme schijnheiligheid, en zie hoe de krakkemikkige stelling van Reetbaar Nederland als een scheet de lucht in gaat. Die rancunepartij vol tweedehandse tv-makers en zangers, bordeelhouders en varkensmelkers die in haar eentje de traditionele politieke catacomben angst inboezemt: «Mama, ik ben bang in het donker, hou mijn hand vast.»

Is dit nu het nieuwe tijdperk dat een paar maanden geleden door de Volkskrant werd bejubeld als het prille leven dat de Hollandse brouwerij zou opvrolijken? Ik hou niet van operettes die in tangomonarchieën worden opgevoerd. Ik wil voeding voor mijn hongerige geest.

Meer dan ooit is Pim Fortuyn de grootste verprutser gebleken, die met zijn gouden aansteker het luxe appartement dat hem werd toevertrouwd spelenderwijs in brand stak. Nooit eerder was een gelukszoeker met grootheidswaan zo snel en zo ver in de kiezersgunst doorgedrongen. Dit was deels te danken aan zijn flamboyante voorkomen en onconventionele retoriek alsmede aan de verbijsterende middelmatigheid van zijn concurrenten. Maar bovenal werd zijn succes bepaald door een ongekende onvrede in een tijdperk van overvloed en welzijn.

Deze paradox heeft Fortuyn geen seconde naar zijn hand kunnen zetten. Natuurlijk werd hij slapend rijk tot ontsteltenis van de ambtenaren die de overige partijen leiden. Maar slapend rijk worden, maakt iemand niet alleen arrogant maar vooral lui. Sinds de maand november, waarin hem het lijsttrekkerschap van LN werd geschonken, heeft Fortuyn niet één diepgaande bijdrage op een opiniepagina gepubliceerd. Hij is niet één debat met zijn tegenstanders aangegaan. Geen Rode Hoed en geen Balie. De luie gelukszoeker volstond met van tv-show naar tv-show flaneren. De kale diva fladderde door de ether, kreeg van al de op hem gerichte camera’s vlinders in zijn buik en moest blij zijn dat zijn obsessionele zucht naar het premierschap hem niet in een dwangbuis heeft doen belanden.

Fortuyn een intellectueel? Hij komt niet verder dan provocaties en verbijsterende tirades van hooguit vijf woorden. Geen moslim meer het land binnen, Schengen-verdrag opzeggen, allochtonen kunnen geen spijker in een plank slaan, een kwart van de ambtenaren ontslaan, Rotterdam schaam je! Wat ben ik moe. Tegenover zich vond hij het gilde der bangeriken in een bibberende rij, van Rosenmöller tot Dijkstal, die op een faux pas wachtten om zijn naïeve rechtlijnigheid aan flarden te schieten. Slinkse hypocrieten die zich in eerste instantie bereid verklaarden met Fortuyn een coalitie te vormen of op z'n minst te debatteren, om de volgende dag rond te bazuinen dat Pim in feite Adolf heet. Met een speciale vermelding voor de meest ongeloofwaardige van hen, Ad Melkert, die zijn onvermogen om een matige toneelspeler te zijn elke dag etaleert. Er is wel een poging gedaan door Balkenende om de discussie over de wenselijkheid van het multiculturalisme te starten, maar toen hem om toelichting werd gevraagd, verschool de CDA-leider zich keer op keer achter dat ene krantenartikel van Paul Scheffer.

Wat kan een in economisch opzicht voortvarende natie toch armoedig zijn. Dan kies ik maar voor het nihilisme, zodat op de ruïnes van dit bestel nieuwe funderingen kunnen worden gelegd. Laat die kale charlatan zijn karwei afmaken, de boel doen ontploffen en zich vervolgens politiek van kant maken met zijn lachwekkende oplossingen.

Daarna zullen we onder grote mensen de discussie opnieuw beginnen.