Popmuziek: Fontaines D.C.

Opgejaagd

Fontaines D.C © Ellius Grace

Het heeft geen enkele zin en is alleen maar pijnlijk, dus waarom zou je het doen, maar ja, zwelgzucht: afgelopen weekend was het onmogelijk om niet een paar keer te denken aan het weekend dat het had móeten zijn: van Lowlands 2020.

Vorig jaar was een van de aanstormende bands daar goed voor een uitpuilende tent: Fontaines D.C. uit Dublin. Pas twee jaar eerder opgericht en met net een paar maanden een debuutalbum uit, dat in het najaar genomineerd bleek te zijn voor de prestigieuze Mercury Prize, en onder meer door de BBC Radio 6 uitgeroepen tot album van het jaar.

Heel eerlijk gezegd: er stonden aanmerkelijk opwindendere livebands op het festival – Idles bijvoorbeeld, de band waarmee ze tourden en vaak worden vergeleken, en die ook houden van refreinen vol puntige, herhaalde zinnen, maar die veel meer worden voortgedreven door de energie van punk.

Maar ondanks hun zichtbare vermoeidheid viel de grote belofte van de vijf Ierse twintigers moeilijk te ontkennen, met hun combinatie van post-punk, garagerock en een vleug wave, en de bondige, poëtische teksten van Grian Chatten, die zijn medebandleden op school had gevonden in een gezamenlijke liefde voor de grote Ierse dichters en de Beat Generation, van wie ze ook in eigen beheer twee verzamelbundels uitbrachten.

Een jaar later is het tweede album er al, en het is niet de gevreesde bevestiging van te veel gretige haast, maar juist de grote inlossing van vele beloftes. De eerste single, titelnummer ‘A Hero’s Death’, begint als een 2020-versie van Iggy Pops ‘Lust For Life’, maar ontpopt zich al snel tot een prachtig lijstje dagelijkse reminders, van praktisch tot stichtelijk, van esthetisch tot zingevend: ‘Don’t get stuck in the past/ Say your favorite things at mass/ Tell your mother that you love her/ And go out of your way for others/ Sit beneath a light that suits ya/ And look forward to a brighter future.’ En dan weer, als een mantra, het refrein: ‘Life ain’t always empty.’

De meeste nummers zijn minder gejaagd (en ook langer) dan die op het debuut, en juist die traagheid valt mooi samen met Chattens donkere, diepe stem, soms meer vertellend dan zingend. Onmogelijk om niet een paar keer aan Ian Curtis te denken, helemaal wanneer er een galm op die stem zit en de bas zo dominant is als in het hypnotiserende ‘ Televised Mind’. Wat Curtis dan weer nooit in zijn leven zou hebben opgenomen, is een nummer dat niet alleen ‘ Sunny’ heet, maar ook zo klinkt. Chattens sneren naar de Amerikaanse cultuur en (social)media-consumptie hebben weliswaar een voorland van duizenden andere nummers daarover, maar de puntigheid van zijn formuleringen is ook hier ijzersterk.

Maar de meeste indruk maakt hij in ‘A Lucid Dream’, waarin hij terugblikt op het gemengd genoegen van het plotse succes. Hij klinkt bezeten, vervreemd en opgejaagd, zoals hij zich moet hebben gevoeld, getuige zijn variant op ‘Here we are now, entertain us’: ‘And they just wanna come to your place and see you sing’.


Fontaines D.C. – A Hero’s Death