Opgejaagd dier

Te zien tot en met 31 mei in Montevideo, Keizersgracht 264, op dinsdag tot en met zaterdag van 12.00 tot 17.00 uur.
‘Tentoonstelling open’, staat er op een bordje gekrast. Binnen wacht de bezoeker een doorkijkje in een gigantische verbouwing. Maar ook een voorproefje van wat er allemaal mogelijk is als het nieuwe gebouw van Montevideo aan de Keizersgracht helemaal klaar is.

De hoge, witte ruimten zijn uitermate geschikt voor het exposeren van video-installaties die niet tot hun recht komen in een klein kamertje. Zelfs de langgerekte entreehal is perfect voor een bepaald soort installatie: zoéén die de bezoeker niet vraagt om stil te staan, maar om voorbij te lopen.
Animalities, de eerste expositie in dit nieuwe pand, bevat zo'n passage-installatie. Zoo+ van Ivo van Stiphout (uit 1989) bestaat uit een reeks speakerboxen in de vorm van zwarte kruisen, die aan één wand van de gang hangen. Aan de andere wand zijn elektronische oogjes gemonteerd, die de beweging registreren van langslopende bezoekers. Loop langs de boxen en er klinkt een dierengeluid. De geluiden zijn allemaal afkomstig van dieren die met uitsterven worden bedreigd. Mooi is de betekenis die deze interactieve installatie geeft aan de beweging van de toeschouwer: alleen als we de dieren passeren, horen we hun (laatste) kreet. We kunnen niet (meer) stilstaan om de dieren als in een dierentuin te bestuderen - er is niks te zien, en als we stilstaan is er ook niks te horen.
In de grote witte ruimte aan het eind van deze gang wacht de bezoeker een verwant kunstwerk in een omgekeerde verschijningsvorm. Nu staat de bezoeker stil, maar het kunstwerk loopt langs. Der Panther uit 1995 van de Duitse kunstenaar Wolfgang Matzat bestaat uit twee flinke monitoren die op een rail heen en weer kunnen bewegen. Met tussenpozen is er op deze beeldschermen een zwarte panter te zien. In de pauzes zijn de beeldschermen zwart, net als de geluidsboxen bij Van Stiphout. Traag en mechanisch bewegen de videomonitoren heen en weer over de korte rail. Het kunstwerk biedt de doodse aanblik van een wezenloos staaltje techniek. Maar op het moment dat de panter op de monitoren verschijnt, komt de installatie tot leven. Met een verbijsterende flexibiliteit schieten de beide monitoren naar links en rechts, wendbaar als het beest dat ze tonen.
De beweging van de beeldschermen loopt niet gelijk op met de bewegingen van de panter, die achter zijn tralies dreigend heen en weer loopt. De schokkerige bewegingen van de monitoren herinneren aan heen en weer schieten van een angstige blik. Ogen, daar doen de beide beeldschermen aan denken, ook vanwege het feit dat ze steeds gelijk opgaan in de bewegingen, als vierkante brilleglazen in een montuur.
Het is alsof deze installatie de schrik verbeeldt die de bezoeker overvalt op het moment dat de machine tot leven komt. Een schrik die mede veroorzaakt wordt door een enorm machinaal lawaai dat het vervormde brullen van het beest zou kunnen zijn.
Kijken en luisteren naar de natuur, dat is het thema van deze tentoonstelling. Videotechniek verschijnt hier als metafoor voor de menselijke vooruitgang die de natuur heeft weggedrukt, maar ook als middel om de mens weer dichter bij de natuur te brengen. Door middel van video kan tenminste de afbeelding van de natuur worden gered.
Adembenemend mooi zijn de natuurbeelden in Bill Viola’s tien jaar oude videomeesterwerk I Do Not Know What It Is I AM Like, dat boven in het grachtenpand te zien is op een lekker groot projectiescherm. Helaas delft het luisteren hierboven het onderspit: een aantal installaties is zo dicht op elkaar gezet dat ze elkaar met hun geluid in de weg zitten. Dat ondergraaft de rust die de oogstrelende beelden van Viola uitstralen, het maakt de bezoeker nerveus als een opgejaagd dier.