Opgelegd zielig

Deze week gaat ‘De vlinder tilt de kat op’ in premiere. De eerste grote speelfilm van Willeke van Ammelrooy, over een man met multiple sclerose. Karin Spaink, MS-patient en auteur van ‘Vallende vrouw’, was niet van de film gecharmeerd. En zegt dat ook.

WILLEKE VAN AMMELROOY: ‘Ik vind hem dus niet zielig, ik heb absoluut geen medelijden.’
Karin Spaink: 'Je vindt hem ook geen zak?’
Van Ammelrooy: 'Nee, absoluut niet.’
Spaink: 'Ik kon hem wel slaan af en toe.’
Van Ammelrooy: 'Dat mag ook.’
Spaink: 'Er was nauwelijks een moment dat ik sympathie met hem kon hebben.’
Van Ammelrooy: 'Daar kan ik niks over zeggen, dat is jouw mening. De film gaat ook niet echt over ziekte. Het gaat over mensen. Dat is wat mij het meeste interesseert. Dat is wat ik het allerbelangrijkste vind: mensen.’
Spaink: 'Maar de jongen in de film beschouwt wel alles wat in zijn leven gebeurt en alle keuzen die hij heeft gemaakt in het licht van zijn ziekte.’
Van Ammelrooy: 'Ja, dat is zijn leven op dat moment.’
Spaink: 'En de ziekte wordt ook als heel spectaculair en dramatisch voorgesteld. Wam, van het ene moment op het andere stort hij in, opeens, als hij de trein wil halen, komt hij geen stap meer vooruit. Je kan niet eens zeggen dat de film zijdelings over ziekte gaat.’
Van Ammelrooy: 'Dat moet ook zo, want als ik de ziekte had neergezet zoals jij het in je boek doet, dan was ik voordat je de prognose van MS hebt al door de film heen.’
Spaink: 'Maar op het moment dat duidelijk wordt dat deze meneer MS heeft en hij slecht loopt, dan blijkt toch onmiskenbaar dat hij ziek is. Het is mij allemaal te zwaar aangezet.’
Van Ammelrooy: 'Ja, dat is film. Dat is absoluut film. Ik moet mensen bereiken die niks van MS afweten, het grote publiek.’
HET BESCHAAFD gehakketak tussen twee dames vindt plaats naar aanleiding van De vlinder tilt de kat op, het speelfilmdebuut van Willeke van Ammelrooy als regisseur, over een jongeman met multiple sclerose. De ziekte die afgekort, zo noteerde Renate Rubinstein spottend in Nee heb je, in Engeland en Amerika de aanschrijfwijze is voor de moderne vrouw van nu.
We treffen elkaar op een regenachtige zondagmiddag ten huize van Karin Spaink. Willeke van Ammelrooy heeft ternauwernood een oog dicht gedaan, omdat ze meespeelt in de nieuwe film van Marleen Gorris, Antonia, waarvan de opnamen in Noord-Frankrijk tot diep in de nacht doorliepen. Enthousiast vertelt ze over haar prachtige rol - 'Absoluut een cadeautje, zeker op mijn leeftijd.’ Ze speelt een vrouw die van middelbaar stokoud wordt. 'Ik heb een truc bedacht om dat ouder worden goed uit te beelden’, verklapt Willeke van Ammelrooy. 'Ik oefende met loden gewichten om mijn middel. Elke tien jaar dat ik ouder werd hing ik er meer lood bij. Daardoor ging ik vanzelf zwaarder en trager bewegen.’
Tussen de opnamen door is ze in Nederland om uit te rusten en om haar eigen film, die deze week door distributeur Cinemien wordt uitgebracht, te promoten. De vlinder tilt de kat op vertelt het verhaal van David Storm (gespeeld door Arjan Kindermans), die als hij hoort dat hij MS heeft op stel en sprong zijn koffers pakt en, zonder zijn vriendin (Marjolein Beumer) in te lichten, naar Nepal vertrekt om voor de laatste keer een grote tocht door de bergen te maken. Als zij tien jaar later opeens voor zijn deur staat met de mededeling dat hij vader is, blijkt dat hij zijn ziekte nog steeds niet heeft geaccepteerd. Hij wentelt zich in zelfbeklag - 'Ik ben een nonpersoon, een invalide, ik ben ziek’ -, is niet in staat belangstelling op te brengen voor zijn omgeving en acht zich ongeschikt voor het vaderschap. Langzaam, met letterlijk veel onhandig vallen en opstaan, gaat David van zijn zoontje houden en ziet hij in dat hij nog steeds voor zijn vriendin voelt. De apotheose van de film is dramatisch: als David op het punt staat zich in zijn rolstoel van een hoog gebouw naar beneden te storten, wordt hij toegesproken door zijn oude, gezonde bergklimmende ik. Pas als hij de bergklimmer in zichzelf achter zich kan laten, is er ruimte voor verandering.
Het heeft op z'n minst iets verrassends: Willeke van Ammelrooy is een van de weinige echte filmsterren met glans en glamour die ons land rijk is, ze is jarenlang getypecast als sexy stoeipoes, haar weelderige lichaam werd, liefst ook bloot, veelvuldig ingezet. En zij komt met een film over een chronische ziekte, over het lichaam in verval. 'Ik heb zelf ook helemaal geen perfect lichaam’, zegt Van Ammelrooy verontwaardigd. 'Dat maken anderen ervan, dat doe ik niet. Ik heb gezegd: als dat mijn imago is, een beetje als een sexbom, dan zoeken ze het allemaal zelf maar uit. Ik heb ook helemaal geen fascinatie voor dat lichamelijk verval. Ik ben niet op het uiterljk gericht, maar heel erg op het innerlijk. Dat maakt mensen mooi.’
Maar zo'n verrassing is het nu ook weer niet. Vanaf 1976 heeft Van Ammelrooy een reeks korte films en documentaires gemaakt over onderwerpen als menstruatie, chronische ziekten, borstamputatie, de man-vrouwverdeling in het gezin. Films met een onmiskenbaar sociale inslag. Zoals ze eens in een interview verwoordde: 'Ik had geen zin om met dertig minuten “regendruppels op het vensterraam” te beginnen. Die kunstfilms komen later wel, eerst wilde ik iets maken waar de mensen ook wat aan hebben.’ Van Ammelrooy maakte aldus veelal opdrachtfilms, vooral voor Teleac Open School. Die opdrachten stelden haar in staat de techniek onder de knie te krijgen.
De basis van De vlinder tilt de kat op ligt in zo'n opdrachtfilm: Langdurig ziek en thuis verzorgd worden uit 1983. Van Ammelrooy: 'Toen ik research voor die documentaire deed kwam ik voor het eerst in aanraking met spierdystrofie, MS en weet ik het allemaal wat voor ziekten. Ik wist toen niet wat het woord MS betekende, ik wist niet eens dat het bestond. Over de meeste ziekten was toen nog heel weinig geschreven. Het boek van Renate Rubinstein was er nog niet, de Stichting Vrienden MS-Research bestond nog niet. Omdat er geen literatuur bestond, moest ik naar de mensen toe. Ze thuis opzoeken en met ze praten. Ik stapte levens binnen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden.’
Meer dan tien jaar na de documentaire, na een lange weg van onderzoek, financiele problemen - 'Sociale thema’s zijn niet erg in trek. Mijn synopsis werd afgewezen’ - en moeizame produktie-omstandigheden, ligt de film er die, zoals dat heet, het 'menselijk drama’ achter ziekte laat zien. En nu vraagt iedereen Willeke van Ammelrooy waarom ze juist een film over MS heeft gemaakt. Van Ammelrooy: 'Pas nu de film af is en ik afstand begin te nemen begin ik duidelijk te bedenken waarom ik hem heb gemaakt. Ik werk altijd heel erg intuitief, dus het waarom kan ik vaak niet verwoorden. Ik ben ook niet zo'n intellectueel type dat alles van tevoren bedenkt. Maar nu weet ik het ineens: MS, dat is het leven zelf. MS heeft een structuur van littekens en die littekens zie ik in het leven zelf. Ik vind dat ik emotioneel ontzettend veel littekens heb. En het leven heeft een zelfde verloop als MS, pieken en dalen, je moet daar steeds weer overheen, en dan zak je weer weg.’
Spaink: 'En je houdt altijd restverschijnselen.’
Karin Spaink heeft sinds 1986 multiple sclerose. Nadat zij in 1992 in Het strafbare lichaam ten strijde was getrokken tegen de orenmaffia en de kwakdenkers, stelde zij vorig jaar haar ziektegeschiedenis te boek in Vallende vrouw. Zij het met huiver, want de meeste ziektegeschiedennissen zijn, zo schrijft Spaink in de epiloog van haar boek, varianten op het thema 'ik en mijn ziekte’. Het stramien ligt maar al te vaak vast: 'Het verlies van de gezondheid, waarna verlies van werk, verlies van de geliefde of juist verdieping van de relatie volgde, eventueel gelardeerd met de voldoening die god of het volkstuintje schonk en - in enkele gevallen - de glorende hoop op verbetering.’ Spaink probeert nadrukkelijk andere verhalen te vertellen: minutieuze verhalen over lichamelijke gewaarwordingen en de veranderende verhouding tussen denken en doen als het lichaam niet wil; grote verhalen over binnen- en buitenstaanders, over hoe ziek en gezond met elkaar omgaan.
WILLEKE VAN AMMELROOY heeft zojuist Vallende vrouw gelezen. Op haar film heeft het boek geen invloed gehad; de opnamen waren al gemaakt. Spainks 'autobiografie van een lichaam’ heeft haar visie op MS hoe dan ook niet veranderd: 'Ik heb het gevoel dat de thema’s uit haar boek ook in mijn film zitten. Want ik heb natuurlijk nooit specifiek aan een vrouw of een man gedacht bij het maken van de film. Ik probeer voor mezelf toch altijd in mensen te denken. Als ik Vallende vrouw eerder had gelezen had ik niet twintig interviews hoeven maken met MS-patienten. Je vertelt alles in een keer, terwijl ik steeds stukjes bij verschillende mensen heb verzameld. Die heb ik bij elkaar gebracht als een geheel. Het script gaat over een gefantaseerd geval, hij bestaat helemaal niet. Maar dat is ook film: je balt samen, je wil meer vertellen dan in een mens past.’
Het is echter maar de vraag of Van Ammelrooy 'andere verhalen’ over ziekte heeft verbeeld. Spaink schrijft in Vallende vrouw dat het probleem met serieuze ziekten is dat je, voor je het weet, daartoe wordt gereduceerd: 'Ziekte maakt een mens eendimensionaal in gezonde ogen.’ Volgens Spaink gebeurt dat helaas maar al te zeer in De vlinder tilt de kat op: alles wat David ervaart, wordt tot zijn ziekte teruggebracht.
Spaink: 'De meneer in de film vindt zichzelf voortdurend vreselijk zielig omdat hij die ziekte heeft gekregen. En die zieligheid is zijn houding tegenover iedereen. Hij zegt aan het eind van de film dat hij het niet kan verteren hoe zijn beeld van zichzelf aangetast zal worden in de ogen van andere mensen, in zijn eigen ogen. Daarom probeert hij zich uit ieders leven te halen. Dat mislukt, omdat het leven hem weer opeist. Zijn vriendin komt terug, er blijkt een kind te zijn, zijn broer blijft zich toch met hem bemoeien. Het enige wat hij dan nog weet te doen is vreselijk zielig zijn. Hij werpt zich van trappen af, hij valt. Het is zo massief zielig. Pas op het laatst zegt zijn vriendin tegen hem: “Dit heeft niks met ziekte te maken, dit is een grote egotripperij.” Dat is het moment waarop er kennelijk iets begint te veranderen, want hij neemt opeens iets meer afstand van zijn ziekte. Maar ik vind het jammer dat dat op het laatst pas gebeurt. Volgens mij had de film daar over moeten gaan. Nu duikt opeens, als een soort deus ex machina, z'n oude ik aan het eind op die hem toespreekt en dan wil hij het opeens anders doen.’
Van Ammelrooy: 'Het is een nieuw begin. ’
Spaink: 'Wat mij betreft is het niet zo navolgbaar gemaakt hoe dat precies tot stand is gekomen.’
Van Ammelrooy: 'Het thema is in wezen: je bent jong en je hebt allerlei dromen en plotseling verandert er radicaal iets in je leven. Het gaat opeens de andere kant op. Dat is wat mij intrigeert: hoe je zo'n klap - ziekte, de dood van een kind - oplost.’
Spaink: 'Maar in de film is er niets anders dan zieligheid. Wij krijgen als kijkers te weten dat hij MS heeft, we zien hem tien jaar later, en zien vervolgens dat hij klap op klap krijgt van die ziekte. Hij valt van de trap af, hij moet het ziekenhuis in, hij doet haast niets anders dan vallen in het eerste half uur van de film. Het wordt allemaal zo vreselijk zielig, en soms is het ook opgelegd zielig. Als hij dronken of moe de trap opgaat, probeert hij zichzelf staande te houden, terwijl er niets eenvoudigers is op zo'n moment dan te gaan kruipen. Hij doet dat niet en als ik daar naar kijk met mijn lichamelijke ervaring denk ik: stel je in godsnaam niet zo aan.’
Van Ammelrooy: 'Misschien zijn mannen wel zo, en vrouwen niet.’
Spaink: 'Dat vind ik iets te makkelijk, denk ik.’
Van Ammelrooy: 'Nee, vind ik niet. Er is toch een groot verschil tussen een man die een kwaaltje heeft en een vrouw die een kwaaltje heeft. De vrouw zal het veel eerder verbergen en veranderen en er op een andere manier tegenaan kijken dan een man.’
De titel van Van Ammelrooy’s film is geinspireerd op een oude Tibetaanse wijsheid: 'De berg is zwaar, maar de vlinder tilt de kat op.’ De spreuk staat in een houten fluitje gekerfd dat David van een sherpa heeft gekregen tijdens zijn reis door de Himalaya. De spreuk leert dat alles een kwestie van perspectief is: de kat springt op om de vlinder te vangen, met een andere blik zie je dat de vlinder de kat aan een onzichtbaar draadje omhoog trekt. Het gaat erom hoe je naar de dingen kijkt, wil Van Ammelrooy zeggen. 'Iets wat moeilijk lijkt, hoeft niet moeilijk te zijn’, verklaart de persmap. Dus toch het 'andere verhaal’.
Spaink: 'Als je het motto van de film op de jongen zelf toepast, is het niet zo dat de vlinder de kat optilt. Hij is eerder de kat, hij blijft steeds maar naar die vlinder meppen. Pas op het laatst is er een verandering in zijn perspectief. Echt helemaal op het laatst.’
Van Ammelrooy: 'Maar dat kan toch in het leven.’
Spaink: 'Natuurlijk, daar gaat het ook niet om. Ik weet niet anders dan dat mensen die langdurig ziek zijn of iets ongeneeslijks hebben zich in het begin erg verpletterd voelen door de mededeling en dat het gedoe er juist in gaat zitten om er anders tegen aan te kijken. Voor zover je al drama zou kunnen maken over ziekte, is dat het meest interessante. Bij die jongen is het steeds hetzelfde liedje: hij wil het niet, hij kan het niet, ze moeten er vooral niet over beginnen. Hij doet niets anders dan zijn ziekte anderen in het gezicht te smijten. Zijn ziekte is het centrum van zijn wereld. Ik denk dat ziekte net als ouder worden alleen maar als een vergrootglas werkt. Dat je plekjes die je toch al had wat prominenter ziet verschijnen, maar niet dat je er een totaal ander mens van wordt.’
Van Ammelrooy: 'Niet dat je een totaal ander mens wordt, maar er worden andere gedeelten uit je karakter gediept die anders niet naar boven waren gekomen.’
Spaink: 'Dat heb ik dus nog nooit gezien. Ik ken alleen maar dat karakters zich uitvergroten als het ware.’
Van Ammelrooy: 'Nou, dit is mijn ervaring, uit mijn leven. Dat is ook heel logisch. De manier waarop jij je boek schrijft heeft ook alleen met jou te maken.’
HET GESPREK verschuift van de film naar het boek van Karin Spaink. Maar beleefd gekibbel blijft het.
Spaink: 'Ik schrijf juist over mijn ziekte omdat ik specifieke dingen over het voetlicht wil brengen. Ik wil laten zien: je kan dan wel ziek zijn, maar dat betekent niet dat je dit niet kan, dat je dat niet kan en dat het zus of zo anders wordt. Je kan dus nog steeds naar een death metal-concert gaan en daar op je stoel zitten.’
Van Ammelrooy: 'Natuurljk, daar kan je allemaal wel tegenin gaan, maar ik merk aan jouw boek ook dat je toch ook op jezelf wordt teruggeworpen. Dat vond ik ook het goede van je boek. Aan de ene kant klim je op de barricaden, en aan de andere kant zitten er kleine stukjes tussen van: en toch vind ik het klote dat ik hier alleen in m'n bed lig. Net even die kleine dingetjes waarbij je toch denkt: het is een mens.’
Spaink: 'Ja, allicht ben ik ook een mens.’
Van Ammelrooy: 'Ja, maar ook hoe je jezelf naar buiten toe brengt.’
Spaink: 'Wie ik ben en wat ik denk en wat ik voel, kan ik toch niet los zien van mijn opvattingen over ziek zijn. Maar wat ik in zo'n boek stop wel. Sommige dingen vind ik niet interessant en andere dingen vind ik juist erg de moeite waard om te benadrukken. Nogmaals, wat ik wil laten zien is: ziek zijn kan heel lastig zijn, maar het is niet het alfa en omega van mijn bestaan. Sterker nog, dat geldt voor veel mensen die ziek zijn. Ik denk dat het beeld dat jij wil laten zien van ziek zijn een heel ander beeld is. Namelijk dat het tot in alle voegen van je bestaan je beslissingen kleurt, want zo wordt die meneer in de film verbeeld.’
Van Ammelrooy: 'Ja, dat is misschien wat jij eruit haalt, maar ik zie ontzettend veel gelijkenissen met jouw boek.’
Spaink: 'Ik hoop niet dat ik zo'n zak ben als hij.’
Van Ammelrooy: 'Dat wil je gewoon niet. Jij gaat er gewoon met veel verve tegenaan. En dat is jouw goed recht. Dat begrijp ik ook wel, dat moet je gewoon blijven doen. Ik zie ook wel dat het toch ook een soort schreeuw is: weet wel wie ik ben! En ik vraag me af of je hetzelfde was geweest als je niet MS had gehad.’
Spaink: 'Dat heb ik me natuurlijk ook wel eens afgevraagd, maar ik kan niet in een parallel universum leven om dat te controleren. Ik denk dat ik sommige beslissingen wat stelliger heb genomen, onder het motto: ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb. Als ik iets wil doen moet ik het vooral nu doen. Dat is precies wat ik snap in David: nu kan ik nog bergen beklimmen, ik ga het ook doen. Wat ik vervolgens niet juist vind, en dat maakt hem in mijn ogen tot een zak, is dat hij iedereen in de steek laat, niemand op de hoogte stelt en gewoon verdwijnt. Ik vind dat je altijd de plicht hebt om de beslissingen die ook een ander raken, toe te lichten.’
HET KAN NIET ANDERS of Karin Spaink heeft het stuntelen en vallen van David met kennersoog gevolgd. Herkent zij haar eigen onwillige lichaam in het lichaam van David?
Spaink: 'Wat ik wel grappig vind zijn allerlei kleine gebaartjes. De ene keer zijn ze heel logisch en de andere keer vind ik ze wat raar. In het begin van de film is een moment dat hij zijn glas met twee handen vastpakt, maar de fles wel met een hand beetgrijpt. Dan denk ik: als je het glas al niet zo kan beetpakken, dan kan je die fles helemaal niet oppakken. Dat is mijn vertekende blik, ik zie zulk soort dingen heel snel. Zoals ik ook een rolstoel in huis tamelijk onhandig vind, want dan moet je zo vreselijk manoeuvreren. Dat kan beter met twee krukken.’
Van Ammelrooy: 'Nou, wat ik allemaal meegemaakt heb in de meest burgerlijke huisjes waar ik overal ben binnengekomen. Ik dacht dan, waarom hebben ze niet zo'n makkelijk huis als jij. Nee, ze laveren rond alle bijzettafeltjes en toestanden en serveren koffie met lepeltjes, met zilveren kannetjes, met alles wat maar moeilijk is. Ze hebben blouses aan met honderdduizend knoopjes om maar te laten zien dat er niets aan de hand is. Daar zijn er -tig van. Jij bent echt een uitzondering. Ik heb altijd gedacht: als ik zo'n ziekte zou hebben, dan zou ik alles wegpleuren, dan zouden er kommen komen, en ik zou geen bloesjes met knoopjes hebben, maar een cape voor mijn part, of een T-shirt.’
Spaink: 'Als je bij twintig mensen over de vloer komt en je ziet ze tuttelen met die lepeltjes en met die serviesjes en die bijzettafeltjes, heb je dan niet vreselijk de neiging om ze door elkaar te schudden?’
Van Ammelrooy: 'Nee, ik wil deze mensen ook in hun waarde laten. Ik wil het waarom weten. Waarom tuttelen ze? Waarom hebben ze die bloesjes met die knoopjes aan? Wie ben ik om te zeggen: trek een T-shirt aan. Je krijgt natuurlijk ook een grote douw en het duurt een hele tijd voordat je terugkeert naar je eigen persoonlijkheid en je boven je ziekte kan staan. Je gaat eerst door de ellende heen en dan ben je niet meer zo leuk. Voordat je dan de humor vindt.
Trouwens, die lijn zie ik in je boek ook heel duidelijk. Eerst ga je overal heel erg tegenin en op een gegeven moment kom je veel meer tot een berusting en zeg je: mijn hoofd is eindelijk weer leeg. Eindelijk komt die eigen persoonlijkheid er weer doorheen zonder het grote gevecht met MS. Daar moet je doorheen voordat je weer jezelf kan zijn, met je MS.’