Arbeidsmigranten in Nederland

Opgepropt in het vakantiepark

We doen alsof ze er niet zijn: arbeidsmigranten. Bijna 250.000 onzichtbaren leven aan de rand van onze samenleving, maar houden die wel draaiende. En ze krijgen geen coronavaccin.

Bungalowpark ’t Reggehuus, een vakantiepark verscholen tussen loofbomen en dennen-bos, voelt ver van de gewone wereld: de dichtstbijzijnde supermarkt is 24 minuten lopen. Hier wonen zo’n tweehonderd mensen, vaak al meer dan een jaar: Europese arbeidsmigranten die via uitzendbureau OTTO Workforce werken in onder meer distributiecentra van supermarktketens Albert Heijn en Jumbo. Maar formeel, volgens de administratie van de gemeente Ommen, zijn zij slechts toeristen en woont er niemand. Hoeveel mensen er echt wonen, zegt de gemeente niet te weten.

‘Cześć.’ Hallo? Een kleine Poolse vrouw van een jaar of twintig met blond haar staat onzeker in de deurpost van een vakantiehuisje. Haar naam zegt ze liever niet, officieel moet contact via het uitzendbureau lopen. ‘Willen jullie binnenkijken?’ vraagt ze vriendelijk en loopt voor ons uit naar een kleine woonkamer.

‘Ik wil heel graag een plekje voor mezelf’, zegt ze als we binnen zijn. Al ruim een jaar woont ze samen met haar vriend in Nederland, maar ze hebben naast hun werk geen contact met de Nederlandse samenleving waar ze ook bewust administratief buiten worden gehouden. Ze delen het kleine vakantiehuis met twee huisgenoten en betalen samen 1728 euro per maand. Graag zouden ze goedkoper wonen en onafhankelijker zijn van het uitzendbureau. Maar ze weten niet hoe ze dat moeten aanpakken. ‘We kunnen na het werk alleen maar weer terug naar het park.’

Geen tweederangsburgers heette het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer dat eind vorig jaar verscheen. Arbeidsmigranten zijn vaak niet zelfredzaam, concludeert het Aanjaagteam: ze spreken zelden de taal, zijn sterk afhankelijk van hun uitzendbureau en blijven buiten het zicht van de overheid. Corona heeft die problemen alleen maar meer op scherp gezet: flexmigranten moeten onderdeel worden van de samenleving.

Op dit moment tellen ze vaak niet eens mee als inwoner van Nederland. Ondanks een wettelijke plicht zijn ze vaak niet ingeschreven bij de gemeenten waar ze wonen. We kunnen daarom alleen maar gissen naar hoeveel arbeidsmigranten ons land telt. De flexwerkers zelf kennen de regels en hun rechten vaak niet. En ze worden dikwijls actief tegengewerkt door hun gemeente, bijvoorbeeld omdat ze op een vakantiepark wonen waar de gemeente geen permanente bewoners wil. Of omdat gemeenten sowieso niet willen erkennen hoeveel arbeidsmigranten er binnen hun grenzen wonen, uit angst dat ze daar dan ook beleid voor moeten maken.

Ook het team van Roemer weet niet hoeveel arbeidsmigranten er zijn, laat staan waar al die mensen wonen, en benoemt dat als een van dé grote hordes om misstanden rond deze werknemers aan te pakken. >

Wie verschillende schattingen combineert, komt uit op ruim vierhonderdduizend Oost- en Zuid-Europese arbeidsmigranten in Nederland. Platform voor Onderzoeksjournalistiek Investico en De Groene Amsterdammer kwamen achter de woongeschiedenis van ruim 24.000 van hen. Via bronnen die zich zorgen maken over de onzekere woonsituatie van arbeidsmigranten kregen we de beschikking over de huisvestingsdata van uitzendbureau OTTO Workforce. Hiermee stelden we mede voor dagblad Trouw en onderzoeksprogramma Pointer een database samen.

Minimaal zeventig procent van die arbeidsmigranten is langer dan vier maanden in Nederland, zo blijkt uit deze cijfers. Zij zouden wettelijk moeten zijn ingeschreven bij de gemeente, maar een groot deel is dat waarschijnlijk niet. Gekeken naar de geschatte totale hoeveelheid arbeidsmigranten komt dit neer op bijna 250.000 onzichtbare, extra burgers. Zonder inschrijving hebben zij minder toegang tot adequate zorg en geen bescherming als ze hun baan verliezen. Ook komen ze vooralsnog niet in aanmerking voor een coronavaccinatie. Ze tellen niet mee als ingezetene van ons land en blijven, in de woorden van Roemer, tweederangsburgers.

Uitzendbureaus zelf weten wél hoeveel arbeidsmigranten er in ons land zijn. Elke week halen zij busladingen Oost-Europese – en het afgelopen jaar ook in toenemende mate Zuid-Europese – arbeiders naar ons land en verhuizen ze duizenden mensen van het ene vakantiepark naar het andere leegstaande kantoorgebouw. Om al die mensen een slaapplek te bieden hebben zij een geoliede machine van honderden grote en kleine huisvestingslocaties opgetuigd.

Uitzendbureaus hoeven deze informatie met niemand te delen. Daardoor weet formeel niemand hoeveel en welke arbeidsmigranten hier langdurig wonen. Via gelekte huisvestingsdata van uitzendbureau OTTO Workforce kregen we echter een onthullend kijkje in de administratie van een van de grootste uitzendbureaus voor arbeidsmigranten. De informatie omvat wekelijkse lijsten van mei 2019 tot eind 2020 met daarop alle aankomende, verhuizende en vertrekkende arbeidsmigranten. Om de privacy van de betrokken werknemers te garanderen, ontdeden we die lijsten van persoonsgegevens en voegden we ze samen in één database: een schaduwboekhouding van de arbeidsmigrantenmarkt.

Ruim 24.000 arbeidsmigranten kunnen we zo volgen tijdens hun verblijf in Nederland. Neem bijvoorbeeld de Roemeense man (49) die in onze database nummer 6036 heeft. Hij kwam in november 2019 aan in Venray waar hij voor logistiekbedrijf Moduslink aan de slag ging. Een week later verhuisde hij naar Oss, en in maart 2020 naar Zeewolde om bij verpakkingsbedrijf Vetipak te gaan werken. Twee weken later vertrok hij, waarschijnlijk terug naar Roemenië, in juni 2020 dook hij weer op in Venray. In de maanden daarna verhuisde hij naar Best, Maasbree en Venlo.

De arbeidsmigranten in onze database vormen weliswaar een grote groep, maar ze maken slechts vijf procent uit van de geschatte ruim vierhonderdduizend buitenlandse flexwerkers. Ongeveer zeventig procent van de personen in de database is man. Ruim driekwart is Pools. Uitzendbureau OTTO stelt voornamelijk personeel te werk in de logistiek, en dat zien we terug in de data. De grote distributiecentra van Jumbo en Albert Heijn zijn met afstand de grootste afnemers: in hun verdeelcentra in onder meer Den Bosch, Raalte, Almere en Geldermalsen werken duizenden OTTO-uitzendkrachten. De distributiecentra van kledingmerken Tommy Hilfiger en G-Star, groenteverwerkingsbedrijf W. Heemskerk en vleesverwerker Hilton Meats volgen daarna. Meer dan driehonderd verschillende bedrijven huurden volgens de database OTTO-personeel in.

Een aanzienlijk deel van deze groep arbeidsmigranten woont op speciale OTTO-locaties in Sevenum, Venray en Blitterswijck in Noord-Limburg en in het Brabantse Waalwijk en Zuid-Hollandse Boskoop. Maar ook op bungalowparken met namen als Groene Heuvels en In den Boomgaard zien we honderden mensen binnenstromen. Ook een serie hotels in Noordwijk en Wijk aan Zee valt op. Daar wordt het gebrek aan toeristen in de wintermaanden opgevuld met arbeidsmigranten. En we zien talloze mensen aankomen bij en verhuizen naar adressen in woonwijken, van Almere tot Velddriel. In totaal wonen de OTTO-uitzendkrachten verdeeld over ruim 250 locaties. De data geven een nauwkeurig beeld van de gang van zaken, stellen verschillende bronnen die jarenlang dagelijks met deze lijsten werkten.

Vakantiepark ’t Reggehuus in de bossen bij Ommen ligt er op een ijskoude namiddag in februari verlaten bij. Sommige mensen zitten binnen in een van de huisjes, de meeste zijn aan het werk. 248 arbeidsmigranten kwamen hier tussen half 2019 en eind 2020 volgens de database aan – de zes mensen die we spreken zijn op één na langer dan een jaar in Nederland. Veel van hen zullen eerst langs het gemeentehuis van Zwolle zijn gegaan. Daar staat namelijk het dichtstbijzijnde loket van de Registratie Niet-Ingezetenen (rni). Voor wie korter dan vier maanden in Nederland wil blijven volstaat een inschrijving bij de rni om een burgerservicenummer (bsn) te krijgen – dat is nodig om loon te ontvangen. Vanaf dat moment dragen arbeidsmigranten belastingen en verzekeringspremies af. Mensen kunnen zo kortdurend in Nederland werken zonder zich hier te hoeven vestigen, is het idee. De migranten geven een adres op in hun thuisland, en niemand houdt bij waar ze na hun inschrijving zullen verblijven.

Wie langer dan vier maanden in Nederland verblijft, is wettelijk verplicht zich in te schrijven bij de gemeente in de reguliere Basisregistratie Personen (brp). Dan geldt iemand als inwoner van Nederland, dan pas tellen de bewoners van ’t Reggehuus mee voor de gemeente Ommen. Maar arbeidsmigranten hebben vaak geen idee van deze plicht, veel gemeenten controleren er nauwelijks op, of zitten inschrijving zelfs actief in de weg. Zo blijft deze groep mensen onzichtbaar: niemand weet hoeveel mensen onterecht niet in de brp zijn ingeschreven.

Zonder inschrijving hebben arbeidsmigranten minder toegang tot adequate zorg en geen bescherming als ze hun baan verliezen. Ze tellen niet mee als ingezetene en blijven ‘tweederangsburgers’

Ruim zeventig procent van de mensen in onze OTTO-database, bijna vijftienduizend mensen, was tussen half 2019 en eind 2020 langer dan vier maanden in Nederland. Hoeveel van deze bijna vijftienduizend zich hebben laten inschrijven in de basisregistratie is moeilijk vast te stellen, maar in ieder geval een kleine minderheid, zo blijkt uit een rondgang langs de belangrijkste gemeenten. Slechts dertig mensen schreven zich in op de meest bezochte locatie in Sevenum, terwijl dat er volgens de database ruim negenhonderd hadden moeten zijn. Ook in Waalwijk en Boskoop – andere plaatsen met grote huisvestingslocaties – stonden in deze periode (veel) minder mensen ingeschreven dan er in de database voorkomen. De gemeente Venray, waar op twee locaties ruim duizend bewoners langer dan vier maanden verbleven, kan niet achterhalen hoeveel mensen op die adressen stonden ingeschreven. Ook de gemeente Beuningen, die volgens de data ruim vijfhonderd inschrijvers had moeten verwelkomen op een vakantiepark bij het dorpje Ewijk, kan niet zeggen hoeveel er stonden ingeschreven. Uitzendbureau OTTO stelt in een reactie dat het inschrijven de verantwoordelijkheid van de migranten zelf is. OTTO erkent dat niet iedereen die verantwoordelijkheid neemt, maar zegt hier gezien de privacyrichtlijn avg geen inzicht in te hebben.

Maar ze weten natuurlijk wel wie hier langer dan vier maanden is. En niet alleen de uitzendbureaus weten het, ook het uwv kan zien hoelang iemand in Nederland werkt. ‘Het is bizar dat we van zoveel mensen niet weten waar ze wonen’, zegt Rienk Hoff, ‘maar ze zitten gewoon in de systemen van het uwv.’ Hoff werkte lang bij de gemeente Amsterdam en is lid van burgercollectief 1Overheid, dat samenwerking tussen verschillende overheidsdiensten probeert te bevorderen. ‘Wij wilden eind 2019 weten hoeveel mensen er wel een burgerservicenummer hebben maar van wie we niet weten waar ze zijn. Dus toen heeft een ambtenaar van de gemeente Amsterdam een vergelijking aangevraagd tussen de rni-database en de administratie van het uwv.’

Werkgevers moeten maandelijks aan het uwv doorgeven hoeveel loon ze hebben uitbetaald. ‘Ruim 250.000 mensen in de rni-database bleken in loondienst te zijn’, zegt Hoff. ‘En meer dan tweehonderdduizend daarvan bleken langer dan vier maanden hier te zijn.’ Hij is niet verbaasd over onze bevinding dat zeventig procent van de arbeidsmigranten hier langer dan vier maanden is. ‘Deze vergelijking zou periodiek gemaakt moeten worden. Die registratie is een groot probleem, maar de rijksoverheid doet er niets mee.’

Bijna 250.000 onzichtbaren die leven aan de rand van onze samenleving, maar die ondertussen wel draaiende houden door supermarkten te bevoorraden en online bestellingen op de deurmat te laten afleveren. Onmisbaar, maar dus niet officieel burger. ‘Uitzendbureaus willen vermijden dat arbeidsmigranten geregistreerd staan’, zegt Malgorzata. ‘En arbeidsmigranten zelf kennen het belang van registratie niet.’ De Poolse kwam na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn naar Nederland om in de uitzendbranche te werken, maar maakte later de overstap naar de vakbond. Malgorzata is niet haar echte naam: ‘De Poolse gemeenschap in Nederland is vrij hecht. Naar buiten treden met mijn echte naam kan schadelijk zijn’, legt ze uit.

‘Ik werkte zelf destijds óók arbeidsmigranten tegen die zich in wilden schrijven bij de gemeente’, erkent ze. Voor het uitzendbureau betekende een inschrijving van een arbeidsmigrant veel gedoe. ‘De gemeentelijke belastingen gingen omhoog. De doorloop is groot, dus tegen de tijd dat de rekening van de gemeentebelastingen komt, zijn de mensen soms al weer weg’, zegt de vakbondsvrouw. Bovendien schrijven arbeidsmigranten die vertrekken of verhuizen zich vaak niet uit; rekeningen, verkeersboetes en brieven van de Belastingdienst blijven dan binnenstromen. ‘Honderden brieven per week, deurwaarders die langskomen’, zegt Malgorzata die destijds verantwoordelijk was voor meer dan honderd woningen in het westen van het land. ‘Dus als iemand zich wilde inschrijven om bijvoorbeeld een auto te kunnen kopen, dan gaf ik geen toestemming, terwijl ik wist dat het wettelijk verplicht was.’

Ze gebruikten een trucje om ervoor te zorgen dat mensen zich niet inschreven. Als mensen bij aankomst in Nederland al verwachten dat ze langer dan vier maanden willen blijven, moeten ze officieel direct worden ingeschreven. ‘Dus vertelden wij iedereen: “Zeg maar dat je kort blijft.” Dan kwamen ze in de rni, kregen ze een bsn, en konden ze aan het werk.’

Niet alleen uitzendbureaus vinden het lastig, ook de meeste gemeenten staan niet te trappelen. ‘Zij willen helemaal niet weten hoeveel arbeidsmigranten er binnen hun grenzen zijn’, zegt Joep Thönissen, voorzitter van branchevereniging Vereniging Huisvesters Arbeidsmigranten. Hij kent wel gemeenten die meer hun best doen, maar het merendeel vindt het te veel gedoe. ‘Huisvesters moeten toeristenbelasting betalen voor mensen die niet als ingezetenen geregistreerd zijn. Dat is gewoon een inkomstenbron voor gemeenten. En dan hoef je als gemeente ook niet de lastige vraag te stellen wat je met die mensen aan moet.’

Bovendien wonen arbeidsmigranten vaak op plekken waar het volgens de gemeente helemaal niet is toegestaan om permanent te wonen, bijvoorbeeld op vakantieparken. ‘Toch is de gemeente wettelijk verplicht om iemand in de gemeentelijke basisregistratie (brp) in te schrijven op het adres waar diegene verblijft’, zegt Ronald Zijlstra daarover. Hij werkt voor de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, die gemeenten adviseert over registratiekwesties. ‘De gemeente mag zo’n inschrijving niet weigeren. Maar we weten dat dit voorkomt.’

Niet ingeschreven staan is voor arbeidsmigranten niet slechts een administratief probleem: aan een brp-registratie zijn voordelen en rechten verbonden. ‘Als je in de brp bent ingeschreven, kun je aantonen dat je inwoner van Nederland bent’, zegt Paul Minderhoud, hoogleraar migratierecht aan de Universiteit Utrecht. ‘Dat is met name van groot belang als iemand zijn baan verliest.’ De zorgverzekering en kinderbijslag van veel arbeidsmigranten zijn gekoppeld aan hun werk. ‘Maar wie werkloos raakt en niet als ingezetene is geregistreerd, verliest al die verzekeringen. Ze bouwen dan ook geen aow op en hebben geen recht op bijstand.’

Ook voor iemand die wél werk heeft, zijn er veel voordelen aan inschrijving in de basisregistratie. Iets simpels als een auto kopen en een kenteken registreren is niet mogelijk zonder inschrijving, waardoor arbeidsmigranten vaker afhankelijk blijven van het uitzendbureau voor transport. En zonder brp-registratie is het ook niet mogelijk om je als woningzoekende in te schrijven. Daardoor is het moeilijker om de huisvesting van het uitzendbureau te verlaten voor een woning waar je wel kunt blijven als je contract afloopt.

Kinderen van arbeidsmigranten die niet staan ingeschreven bij de brp ondervinden ook nadeel, zegt Harm van Gerven, communicatieadviseur van de PO-raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs. Ieder kind, ingeschreven of niet, mag in Nederland naar de basisschool. Maar alleen als de ouders staan ingeschreven, kan een school geld voor bijvoorbeeld extra taalles aanvragen. ‘En deze kinderen hebben die extra zorg en aandacht vaak echt nodig.’

Tot medische en psychosociale zorg hebben alle arbeidsmigranten formeel gezien toegang; ze zijn immers verzekerd. Maar door het huisartsentekort kunnen veel huisartsen er niet zomaar enkele honderden arbeidsmigranten bij hebben. ‘Een huisarts heeft in eerste instantie een zorgplicht aan de ingeschreven patiënten’, zegt een woordvoerder van de Landelijke Huisartsen Vereniging (lhv). Zonder inschrijving kun je alleen direct terecht voor acute zorg: ‘Een reguliere afspraak bij de dokter, omdat je ergens last van hebt, kan alleen als er ruimte is in de praktijk.’ Niet-ingeschrevenen betalen dus dezelfde zorgpremie, maar krijgen niet dezelfde zorg.

Dat geldt ook voor de coronavaccinatie die iedere Nederlander, als alles volgens plan verloopt, voor de zomer zal krijgen. Het ministerie van Volksgezondheid is niet van plan arbeidsmigranten die niet geregistreerd staan te vaccineren. Honderdduizenden arbeiders in vitale sectoren, die door hun werk meer risico op besmetting lopen, komen dus niet in aanmerking voor een vaccinatie. Met alle gevolgen van dien.

Bovenop dat alles neemt ook de kans op uitbuiting en mensenhandel toe wanneer niet bekend is waar arbeidsmigranten verblijven. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigt dat onderzoek naar onder meer arbeidsuitbuiting wordt belemmerd of onmogelijk is omdat ze arbeidsmigranten niet kunnen vinden.

Niet-ingezetenen komen moeilijker uit het web van slechte woon-werkomstandigheden bij het uitzendbureau. Zo raakte de Roemeense Dinu Constantin (40) meerdere keren zijn baan en woning kwijt in de drie jaar dat hij in Nederland werkte. ‘Het dieptepunt was dat ik negen dagen in mijn auto moest wonen. Dat was zwaar. Maar ik was blij dat ik tenminste een auto had.’ Bij de daklozenopvang en voedselbank kon hij namelijk niet terecht: als migrant met een buitenlands paspoort maakt hij daar geen aanspraak op. ‘De enige oplossing was terug naar huis, of een nieuwe baan en woning bij een ander uitzendbureau vinden.’

Nederland is permanent ­aangewezen op hun goedkope en flexibele inzet in distributiecentra, voedselverwerking en de bouw. Zonder hen loopt het land in no time vast, maar we doen alsof ze er niet zijn

Het nomadenbestaan en de onzekere huisvesting van arbeidsmigranten vergroten de kans op geweld en psychische problemen. We bekeken alle openbare berichtgeving van de afgelopen jaren en kwamen ruim dertig ernstige geweldsincidenten onder arbeidsmigranten tegen. Lang niet alle incidenten worden gepubliceerd. Zo noemen oud-bewoners een huisvestingslocatie in Zeewolde voor zo’n twaalfhonderd mensen ‘Texas’. ‘Omdat het in the middle of nowhere ligt en lijkt op een nucleair test-dorpje uit de jaren zestig.’ ‘Elk weekend gebroken flessen, ramen en uitgeslagen tanden’, zegt Adrian, die er jaren geleden heeft gewoond. In juli 2019 stak een 35-jarige Poolse man er een medebewoner neer, in 2020 stak een buurman een van de bungalows in brand. Eind 2020 brandde nog een chalet af en afgelopen februari werd er weer iemand per ongeluk neergestoken. De gemeente noemt het park desondanks ‘een wijk als alle andere in Zeewolde’.

In de grootste huisvesting in de database in het Limburgse Sevenum raakte in januari een Poolse man thuis gewond bij een steekpartij. In het afgelopen jaar kwam de politie elf keer naar de locatie: zeven keer vanwege ruzies, twee keer vanwege bedreiging, het steekincident en een zedenincident. De woordvoering van Politie Limburg omschrijft het als volgt: ‘De irritaties kunnen wel eens escaleren tot een conflict of erger. Zoals het steekincident in Sevenum. En dat komt: mensen kunnen eigenlijk niet weg.’

Marta Ochmanska, psycholoog bij een ggz-instelling in Rotterdam, helpt veel arbeidsmigranten van Poolse afkomst en ziet dat uit deze werk-woonconstructie complexe psychische problemen ontstaan. ‘Hartkloppingen, depressies, angststoornissen of erger. Sommige mensen nemen hun problemen natuurlijk mee, maar voor veel beginnen die pas op het moment dat ze naar Nederland komen. Ze vertellen over vieze woningen waar ze zich niet veilig voelen, met huisgenoten die veel drank en drugs gebruiken. Over een gevoel van machteloosheid, uitzichtloosheid. En daar komt depressie uit voort.’

Bij sommigen gaat het zo ver dat ze niet meer naar buiten durven: ‘De wereld lijkt onveilig als je dat zo lang achter elkaar meemaakt. Sommigen zijn getekend voor het leven. Dat gaat nooit meer volledig over. Helaas zien we te veel mensen die een zelfmoordpoging doen of zelfmoord plegen. Omdat ze er niet uit komen en hulpverlening niet toegankelijk is.’ Ook medewerkers van huisvesters van arbeidsmigranten weten van meerdere zelfdodingen op de huisvestingslocaties waar zij werkten.

Ochmanska ziet pas verbetering bij haar cliënten op het moment dat ze uit het systeem breken, als ze bijvoorbeeld een sociale huurwoning krijgen. ‘Dan zie je eindelijk rust. Het gevoel dat een plek van jou is, waar niemand zomaar naar binnen mag komen, jou mag mishandelen of jou er elk moment uit kan kicken. Dat is belangrijk.’

Het kan ook anders. Agata Karwasz (22) uit Polen zit op een van de ronde banken in de grote hal van het gemeentehuis van Waalwijk te wachten op haar beurt om zich in te schrijven in de brp. Een tengere jonge vrouw in een dun donkerblauw jack met een gifgroen geverfde paardenstaart. Het is iets voor negen uur in de ochtend, op haar vrije dag. Ze werkt nu vier maanden bij Ingram Micro, een groot logistiek bedrijf dat onder meer werkt voor bol.com. Ze woont op hetzelfde industrieterrein op een soort campus met een paar honderd andere arbeidsmigranten. Ook dat vindt ze prima geregeld. Er zijn zes kamers per appartement. Het is schoon, veilig en heeft goede voorzieningen. ‘A hotel for workers’, noemt ze het.

Ze komt uit een kleine plaats in het oosten van Polen, waar geen werk is voor jonge mensen, en bovendien vindt ze het leven hier beter dan daar. Vooral vanwege de politiek, en de conservatieve houding ten opzichte van de rechten van vrouwen en gay people. Zelf is ze ook gay, ze hoopt daarom voor lange tijd hier te blijven. Ze is ook om die reden blij dat ze zich nu mag inschrijven. Ze krijgt meer rechten, maar welke dat precies zijn, dat weet ze eigenlijk niet. ‘Stemmen voor de lokale verkiezingen? Mag dat?’ Ze had er niet bij stilgestaan.

Regelmatig organiseert de gemeente Waalwijk, samen met de uitzendbureaus, een speciaal uur voor arbeidsmigranten om zich te kunnen inschrijven in de brp. Agata is samen met nog een tiental anderen vanochtend gebracht door het uitzendbureau T&S Flexwerk, dat zowel haar werk regelt als haar huisvesting.

‘Mogen ze nu lokaal stemmen? Nee toch?’ Op de tweede verdieping van het gemeentehuis moet Ronald Bakker (vvd), wethouder Sociale Zaken, zelf ook even zoeken naar het verschil tussen wel of niet ingeschreven staan in de brp. Hij zit samen met Rob Kriek, directeur van uitzendbureau T&S Flexwerk, aan een ronde vergadertafel. Waalwijk – met Tilburg de logistieke hotspot van Nederland – is een van de weinige gemeenten die een proactief beleid voert ten aanzien van arbeidsmigranten en hun officiële inschrijving in de gemeente. ‘Met de grootschalige logistiek die wij hebben, is er veel vraag naar lager geschoolde arbeid’, zegt Bakker. ‘Dan mag je niet je ogen sluiten voor de arbeidsmigranten die daarbij horen.’

Toch reageert de wethouder verbaasd als hij hoort dat volgens onze database bijna zevenhonderd arbeidsmigranten van OTTO zich hadden moeten inschrijven op een grote locatie in Waalwijk. Er staan momenteel slechts zo’n honderd in de brp geregistreerd. ‘Dan hebben we dus nog wel wat werk te verzetten.’

De gemeente is aangewezen op de welwillendheid van de uitzendbureaus, zegt T&S Flexwerk-directeur Kriek. ‘Als je het van de mensen zelf laat afhangen om zich in te schrijven gaan ze niet.’ Kriek voelt zich verantwoordelijk en heeft met alle gemeenten waar hij werkzaam is hierover afspraken gemaakt. Al stond niet elke gemeente erom te springen. ‘Het is meer werk voor ze, dus met sommige moesten we wel even doorzetten.’

‘Met de huidige regels ben je als gemeente afhankelijk van de uitzendbureaus’, zegt ook Albert Abee, wethouder Economische Zaken en Arbeidsmigratie in Westland. ‘We hebben niet de mensen om al die adressen zelf te controleren, dat heeft geen enkele gemeente. Dus kennen onze ambtenaren de directeuren van de uitzendbureaus persoonlijk. Daar moet je echt in investeren.’ Westland, de gemeente die van oudsher wordt geassocieerd met arbeidsmigranten – momenteel wonen er meer dan vierduizend – is al ruim tien jaar bezig om hen zo nauwkeurig mogelijk te registreren. Dat werpt zijn vruchten af, zegt wethouder Abee: ‘De kwaliteit van de huisvesting is erdoor verbeterd. Huisvesters weten dat we al hun adressen kennen.’

Alleen zit de regelgeving in de weg. ‘Die verblijftijd van vier maanden zouden wij liever niet meer zien’, zegt de Westlandse wethouder. ‘Het verblijfsdoel moet leidend worden: als iemand hier komt om te werken, dan willen we diegene meteen in de brp.’ De wet past volgens hem niet meer bij de huidige arbeidsmigranten. ‘Veel mensen zijn hier langere tijd, sommige wel tien jaar. Dat idee van seizoensmigranten gaat niet meer op: in de kassen zijn geen seizoenen.’

De manier waarop overheden omgaan met arbeidsmigranten keert zich tegen de werkelijkheid. Het beeld van arbeidsmigranten als aspergestekers of aardbeienplukkers die na een paar maanden weer naar huis gaan, is al jaren achterhaald. Nederland is permanent aangewezen op hun goedkope en flexibele inzet in distributiecentra, voedselverwerking en de bouw. Zonder hen loopt het land in no time vast, maar we doen alsof ze er niet zijn.

‘Het niet-registreren houdt mensen kwetsbaar en afhankelijk’, zegt Imke van Gardingen, juridisch beleidsadviseur bij vakbond fnv. Betere registratie lost niet meteen alle problemen rond de inzet van arbeidsmigranten op, zegt ze, maar het is wel een begin en het helpt tegen uitbuiting. ‘Mensen worden nu van de ene naar de andere plek verhuisd, dat zou echt minder zijn als mensen zijn geregistreerd.’ Zonder brp-registratie blijven arbeidsmigranten voor hun huisvesting, zorgverzekering en transport afhankelijk van het uitzendbureau. ‘En daar worden allemaal kosten voor gerekend’, zegt Van Gardingen. ‘Het is big business.’

‘Het begint gewoon vanaf dag één: dan moeten mensen ingeschreven worden.’ Emile Roemer somt de aanbevelingen die hij met zijn Aanjaagteam deed nog eens op: ‘Uitzenders en werkgevers zouden er actief voor moeten zorgen dat mensen worden ingeschreven. Dat moet je niet lief aan ze vragen. Dat moet je gewoon wettelijk verankeren. En als ze dat niet doen, moet je als overheid handhaven en boetes opleggen.’ Roemer kijkt ‘helaas niet’ op van de aantallen niet-geregistreerde arbeidsmigranten die wij in ons onderzoek vonden. ‘En het ergste is: we weten dit al twintig jaar, en laten het gewoon toe.’ De Kamer heeft ons advies unaniem omarmd en op het ministerie van Binnenlandse Zaken is er nu een speciaal team dat de vorderingen bij zal houden. ‘Het vorige rapport over deze kwestie is van tien jaar geleden en nog steeds actueel. Dat laat ik met dit rapport niet gebeuren.’

In de hal van het gemeentehuis in Waalwijk zitten de Spaanse Bea Gálvez (21) en Carlos Mogollón (23) te wachten tot ze hun formulier in mogen vullen. Hij komt uit Tenerife, zij uit Alicante. Toen corona kwam, verdween hun werk in het toerisme, nu werken ze hier in de logistiek. Ze zijn blij dat ze zich in kunnen schrijven. ‘We hopen dat we ergens op onszelf kunnen wonen’, zegt Bea. ‘Nu wonen we op een fijne plek maar hiervoor was het niet best. We willen gewoon niet meer afhankelijk zijn van het uitzendbureau.’


Met dank aan Simone Peek. Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl