‘ophangen dat zooitje’

Vorige week werd de voorzitter van het Oud-Strijders Legioen beboet wegens discriminatie. Tsja - de officier van justitie was een vrouw. Overigens, hoezo discriminatie? Laat het OSL zich op zijn congres niet door homo’s en Marokkanen toespreken?
DE VROUW NAAST ME - in de zestig, parelgrijs haar, coup Nel Benschop - blijft als katatoon verkrampt voor zich uit staren. Zojuist hebben zo'n duizend aanwezigen in het Haagse congresgebouw onder aanvoering van voorzitter P. J. G. A. Ego uit volle borst het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus meegezongen. Her en der hangt men nog door emoties overmand in de stoel. Weer is een OSL-bijeenkomst naar een zinderende catharsis gevoerd. Maar de vrouw is duidelijk in beslag genomen door de grauwsluiers van de twijfel. Uiteindelijk weet ze haar geduld niet meer te controleren.

Ze knikt in de richting van prof. dr. W. S. P. (‘Pim’) Fortuyn, de in driedelig streepjespak gestoken socioloog wiens gloedvolle betoog over de 'verweesde samenleving’ het onbetwiste hoogtepunt van dit OSL-congres over de multiculturele samenleving was. De professor heeft keurig met het volkslied meegezongen, daar gaat het niet om, maar wat de vrouw heeft gestoken was diens tussen neus en lippen door gedane mededeling dat ook hij behoort tot een 'in het verleden vervolgde soort’.
Terwijl ze het programmaboekje in haar tas frommelt, buigt ze zich samenzweerderig voorover. 'Die professor Fortuyn’, vraagt ze op sissende toon. 'Dat is toch geen…’ Haar gezicht staat uiterst zorgelijk, haar ogen draaien vragend in het rond. Het wordt me zwaar te moede. Moet uitgerekend deze verslaggever, werkzaam bij een blad wiens recentste graai in de subsidieruif van de staat in de kolommen van het OSL-orgaan Stavast nog zo hartstochtelijk werd afgekeurd, nu dit beulswerk voltrekken? Wat bezielde Fortuyn sowieso om in dit toch al zo door de verwilderde zeden en vervagende normen geplaagde gezelschap aan een coming out te doen? Ik zucht maar eens bedrukt en zeg uiteindelijk: 'Professor Smalhout heeft gelijk. Dit land gaat naar de knoppen.’ Om haar een beetje op te vrolijken geef ik haar een van de OSL-stickers die ik eerder op het congres heb aangeschaft. 'De linkse hersenspoeling begint op uw eigen tv. Kijk kritisch’, staat erop. De nassaublauwe Nederland-Israeldas met oranje leeuwtjes en blauwe Davidsterren hou ik voor mezelf, als aandenken aan een verdwijnend stukje vaderland.
SINDS P. J. G. A. ('Prosper’) Ego als hoofdredacteur van Stavast, opinieblad voor de Stichtingen voor Vrijheid en Veiligheid van het Oud-Strijders Legioen, verleden week door de Haagse politierechter werd veroordeeld tot een boete van vijfduizend gulden wegens discriminatie en het aanzetten tot vreemdelingenhaat, is het geuzenachtige karakter van het OSL nog eens extra onderstreept. De klacht stamde al van 1992, toen in Stavast enkele bijdragen werden gepubliceerd waarin minderheden over een kam werden geschoren met 'profiteurs’ en 'criminelen’. De veroordeelde zelf noemde de uitspraak een 'infame belediging’, richtte harde woorden aan het adres van de verantwoordelijke officier van jusititie ('een justitiele arbeidscontractante die te jong is om de oorlog te hebben meegemaakt’), maar toch leek de veroordeling tijdens het congres in Den Haag afgelopen zaterdag een louterende werking te hebben gehad. De uitspraak van de rechter zorgde ervoor dat de rijen van het OSL zich nog meer dan anders sloten. Meer dan ooit realiseerden de aanwezigen zich dat ze woonden in een land waar de linkse waanzin nog volop heerst en waar goede vaderlanders zoals zijzelf keer op keer in het verdomhoekje worden geduwd. En als ze daar nog eventueel twijfels over hadden, werden ze wel uit de droom geholpen door professor B. Smalhout, alias 'oom Bob’, de eminente anesthesist, Telegraaf-columnist en toegewijd strijder tegen alles wat vies en voos is in het Nederland van nu. Diens rede over 'normen en waarden in de zorgzame Nederlandse samenleving’ zette het congres al voor de lunch in vuur en vlam.
Profesor Smalhout, een gedistingeerde heer van in de zestig, had zijn tong in vitriool gedoopt ten bate van zijn litanie tegen de snelle degeneratie van de samenleving. Tot de velen die het in zijn spreekbeurt moesten ontgelden behoorde Arie van der Zwan, de 'uiterst linkse hoogleraar’ die enige tijd geleden in een advies over de toekomst van de gezondheidzorg de lof zong van de ellenlange wachtlijsten voor de operatietafels, omdat die zorgen voor 'automatische afval in de vraag-kant’. Het voor het overgrote gedeelte fors vergrijsde gehoor gruwde oprecht.
Smalhout herinnerde vervolgens aan de tijd dat homoseksualiteit in de psychiatrische handboeken nog gewoon gerangschikt stond onder het kopje 'pathologieen en perversies’, terwijl 'je tegenwoordig alleen maar hoeft vast te stellen dat aids een infectueuze geslachtsziekte is om gelijk te boek te staan als een notoire homohater’. Ook dat werd beloond met een royale ovatie, waarna Smalhout zijn pijlen begon te richten op de verwekelijking van de hedendaagse samenleving, van de gesel der medische ethici ('Dat zijn dominees die er niet voor durven uit te komen’) tot de 'geweldige devaluatie van gevoelens’ bij de medische consument ('Zonder burned out-syndroom tel je tegenwoordig niet meer mee’) en de snel stijgende voorliefde voor euthanasie: 'Zeg nooit “Ik zit zo in de put” tegen je dokter want voor je het weet krijg je een dodelijke pil.’
De feestelijke stemming die tijdens Smalhouts voordracht ontstond werd helemaal vervolmaakt toen hij zich enkele opmerkingen permitteerde over de veroordeling van voorzitter Ego. 'Zodra je jezelf een kritische opmerking over buitenlanders permitteert ga je gelijk als Ego voor de rechter, terwijl Parool-columnist Jan Vrijman zonder meer Bolkestein mag vergelijken met Hitler en Theodor Holman in een werkelijk weerzinwekkend stuk christenen mag omschrijven als misdadige christenhonden. Maar als je hier op dit congres zou spreken over misdadige moslimhonden, dan zou je als het ware gelijk uit deze zaal worden weggehaald. Niemand snapt nog wat van de rechtspraak.’
GROOT IS DE opluchting in de zaal als blijkt dat de adviseur inzake interculturele vraagstukken David Pinto ('Een van de weinige allochtone Nederlanders die maatschappelijk is geslaagd en zich heeft geprofileerd als een waardevolle Nederlander, die zich anders dan zijn ex-landgenoot Rabbae wel keert tegen het doodknuffelen van migranten’, aldus Prosper Ego in zijn introductie) helemaal op de lijn-Smalhout blijkt te zitten. Pinto, van joods-Marokkaans-Berberse afkomst ('Ik ben alleen geen homo, voor de rest verzamel ik zoveel mogelijk handicaps’) keert zich in heftige bewoordingen tegen de veroordeling van Ego door officier van justitie Moolhoek. 'Dat moet haast wel een vrouw zijn, dat rook ik gewoon’, aldus de overtuigde VVD'er, die zich de laastste weken tot een van de belangrijkste adviseurs van Bolkestein inzake het vreemdelingenvraagstuk heeft opgewerkt. 'De hele zaak bevestigt een van de stellingen in mijn proefschrift: de rechtenstudie behoort niet tot de universitaire richtingen voor de hoogst begaafden en het is dan ook opmerkelijk dat juist deze studie opleidt tot het spreken van recht.’
De gewezen directeur van het Nederlandse Centrum voor Buitenlanders, over welke instantie juist in OSL-kring zoveel onbegrip heerst, weet zich uitstekend staande te houden in het hol van de leeuw. Vooral de heftige wijze waarop hij zich keert tegen de Turkse demonstranten die zich eerder die week in Den Haag hadden bezondigd aan antisemitisme, maakt Pinto gelijk tot de knuffelallochtoon van het OSL. Als hij dan ook nog eens een warm voorstander blijkt van het door Frits Bolkestein voorgestelde inburgerings- en spreidingsbeleid voor migranten en een warm pleidooi houdt voor de reanimatie van de Hollandse cultuur, krijgt Pinto alle handen op elkaar. En alsof het helemaal niet op kan legt de adviseur interculturele betrekkingen ook nog eens uit wat het grote verschil is tussen allochtonen en autochtonen. 'Kijk, u als Nederlanders heeft altijd een soort intern geweten bij u, een stemmetje dat binnen u spreekt en zegt wat u niet en wel mag doen. Migranten hebben dat stemmetje helemaal niet. Ze hebben een extern, uiterst fijnmazig groepssysteem waardoor de normen en waarden worden vastgesteld, een soort extern geweten. Niet voor niets zegt een Arabisch gezegde: een dief die niet gepakt is, is geen dief.’ Ook dit inzicht maakt duidelijk grote indruk op het gehoor, dat van Pinto ook nog het advies krijgt om niet bang te zijn om voor racist te worden uitgemaakt.
Nu, dat is niet aan vreemde oren besteed. 'Ophangen dat zooitje’, bast een oudere heer op weg naar de uitgang, met zijn gezelschap in gesprek geraakt over de door Pinto genoemde moslimdemonstranten.