Wat ik niet horen kan

Opheffer


Nog meer uitdrukkingen die ik niet kan horen.


‘Het moet zijn plek vinden.’


Die heb ik zoveel gehoord, sinds mijn moeder is overleden.


Zo’n gesprek gaat dan als volgt:


‘U zult wel droevig zijn.’


‘Nou… dat is heel gek… Ik ben natuurlijk wel droevig, maar ik moet niet huilen, of zo. Ik ben eigenlijk opgelucht voor mijn moeder.’


‘Nou, het moet zijn plek vinden.’


‘Hoe bedoelt u?’


‘Het moet zijn plekje krijgen… de dood van uw moeder.’


‘Nou, het heeft allang zijn plekje, hoor.’


‘Nee, nog niet. Op een dag bent u ergens, en dan moet u erg huilen… Dan heeft het zijn plekje gevonden.’


Een andere uitdrukking die ik niet kan horen.


‘Het was alsof ik thuiskwam.’


Wordt altijd gebruikt in de betekenis van: ik heb mijn bestemming gevonden, ik wist eindelijk wat ik moest doen.


Wordt zowel gebruikt in de liefde als met een baan.


‘Nou, en ik zat daar achter die tekstverwerker… en het was alsof ik thuiskwam.’


‘Ja ja, je wist dus na lange tijd wat je ging doen.’


‘Nee, meer dan dat. Ik was thuis… Dat gevoel.’


‘Je had je bestemming gevonden.’


‘Nee, ik was thuis. En toen ontmoette ik Esther en toen wist ik het helemaal. Nu ben ik echt helemaal thuis.’


‘Thuis. Bij jou?’


‘Nee, thuis hier.’ (Wijst naar hoofd)


Terug van weggeweest is ‘verwarrend’. Een jaren-zestig-uitdrukking, blijkbaar veel gebruikt door de ouders van nu, dus de kinderen pikken hem op.


Verwarrend wordt nu gebruikt om een vorm van superieur denken mee uit te drukken. Meestal door half-intellectuelen (burgemeesters, opinion leaders op televisie, politici) gebruikt als ze geen zin hebben om een direct antwoord te geven en hun eigen verhaal willen vertellen.


‘Mevrouw Keur, vertelt u eens, u kon toch al na twee dagen weten dat de Vara het commerciële avontuur niet aankon?’


‘Ik begrijp dat het voor het grote publiek allemaal erg verwarrend is, maar laat ik u dit zeggen. Wij, van de Vara…’


Kom je er ‘emotioneel’ (daarover straks meer) niet uit, dan moet je ook zeggen dat het allemaal ‘te verwarrend’ is.


‘De dood is verwarrend, vindt u niet?’


‘Nee hoor, hij is erg duidelijk.’


‘Ja, maar het waarom en het hoe is toch verwarrend.’


‘Voor wie?’


Het ergste is het gebruik van het begrip ‘emotioneel’.


‘De dood van uw moeder was zeker erg emotioneel?’


‘Hoe bedoelt u?’


‘Veel emoties.’


‘Nou, eigenlijk niet…’


‘Niet?’


‘Nee, er waren niet veel emoties, er was er maar één. Verdriet!’


‘Ja, zeg ik, erg emotioneel.’


‘Nee hoor, niet erg emotioneel. Normaal, zou ik zeggen.’


‘U bent er wel emotioneel onder.’


‘Hoe bedoelt u?’


‘Het gevoel van gemis, verdriet, je bent je moeder kwijt.’


‘Dat gebeurt in een mensenleven.’


‘U bent geen emotioneel mens, eigenlijk.’


‘Klopt. Ik ben van staal.’