Waar ik me aan erger

Opheffer

Zinnen waaraan ik een hekel heb gekregen:


Het gaat om het perspectief, om hoe je het bekijkt.


Ja, dat weet ik wel! Maar ga er maar van uit dat ik alles vanuit mijn perspectief bekijk! Ik kan verdomme niet méér zeggen. Ik ben eenzaam!


‘Nou, dat lijkt me nogal mee te vallen bij jou, dat ligt er maar aan vanuit welk perspectief je dat bekijkt.’


Ik heb geen geld.


‘Jij niet? Nou, dat lijkt me te liggen aan hoe je je eigen situatie bekijkt.’


Andere zin waar ik ook een hekel aan heb gekregen:


Als je hard werkt, komt het op een ogenblik vanzelf.


O ja? Hoe komt het dan dat het vooral ‘komt’ bij mensen die het niet waard zijn en er met de pet naar gooien? En hoe komt het dat ik — die keihard werk — nog steeds moet sappelen?


‘Nou, dat ligt er maar helemaal aan vanuit welk perspectief je dat bekijkt.’


Nee, dat ligt daar niet aan! Het ligt aan de fundamentele onrechtvaardigheid die leven heet. Wie heeft de leukste vrouw? Nou, ieder ander — ik heb helemaal geen vrouw!


‘Ligt dat ook niet aan dat perspectief?’


‘Nee!!!’


‘Nou, dan moet je maar hard doorzoeken, op een dag komt het vanzelf.’


Wat ook zo’n stomvervelende zin is:


Je moet je niet door je rancune laten leiden.


O nee? En waarom dan wel niet? Moet ik er soms boven staan? Nou, dat heeft helemaal geen zin, want ik kan er niet boven staan. En toen ik boven stond, werd ik keihard naar beneden getrapt. Ik ben gewoon rancuneus! Ik gun niemand wat, eigenlijk. Ik ben ook jaloers. En ik begrijp niet waarom ik die prachteigenschappen maar moet onderdrukken! Het is een vorm van beschaving om het object van mijn rancune en jaloezie niet aan de grote klok te hangen, maar verder wordt een beschaving juist geschraagd door rancune en jaloezie. Zonder rancune en jaloezie geen socialisme, en zeker ook geen kapitalisme.


Het leven is geen wedstrijd.


Zo ben ik inderdaad opgevoed, ja. Wat een misverstand! Het is wel degelijk een wedstrijd. Het gaat voortdurend om winnen.


Kan ik domweg mooie stukjes maken? Niet als de krant niet verkoopt.


Kan ik gewoon mijn boeken schrijven? Niet als ze niet verkopen!


Kan ik redelijk smaakvolle televisieprogramma’s maken?


Niet als ik geen kijkcijfers heb.


Kunst en prijzen (voor de beste, de mooiste) bijten elkaar. Maar niet hier in Nederland. Dingetje schreef het beste boek van het jaar, maar Dongetje schreef het best verkochte boek van het jaar, en Grietje was dit jaar de beste schilderes, maar Hansje krijgt de prijs voor het leukste werkje…


Altijd doe je mee in een wedstrijd en meestal win je niks. Alleen de allerslimsten onder ons brengen het tot bal of doel. De allerslechtsten onder ons tot scheidsrechter.


Mooie meisjes hebben altijd domme mannen.


Aan die zin erger ik me ook — want hij is zo waar! De leukste vrouwen zijn altijd bezet of willen je niet. En ze zijn bezet door hele domme mannen!


‘Nou, dat hangt af vanuit welk perspectief je het bekijkt!’


‘Nee, het is zo!’


‘Nou, als je flink je best doet, krijg jij ook vanzelf zo’n mooie vrouw. Heus.’


‘Nee!’


‘Je moet je niet zo door je rancune laten leiden.’


‘Dat doe ik wel, dat doe ik wel!’


‘Het leven is geen wedstrijd, hoor.’


‘Wel! Het is wel een wedstrijd!’


‘Nou, dan moet je er maar mee leren leven dat mooie meisjes altijd domme mannen hebben.’


‘Zo is het!’


‘Dan moet jij maar dom worden.’