Omwille van de jurisprudentie

Opheffer


Waarom wordt de burgemeester in het debuut van Pieter Waterdrinker ‘zo’n joodje’ genoemd?


Daar heeft de auteur een overtuigend antwoord op. Zandvoort, de plaats waar Waterdrinker geboren en getogen is, had een kwart antisemieten onder zijn inwoners en na de oorlog werd daar hevig gemokt over het feit dat Hitler de oorlog had verloren. Dus was die aanval op de joodse burgemeester tekenend voor de sfeer, die ook na de oorlog in de badplaats heerste.


Maar de roman speelt omstreeks 1970, toen je nog voor een dubbeltje naar het toilet mocht en de burgemeester de goed-protestantse naam Nawijn droeg. Waarom wordt hij dan tóch als Van der Heijden, de naam van de huidige burgemeester, ten tonele gevoerd?


Op deze vraag bleef de auteur het antwoord schuldig.


Voor de rest had Pieter Waterdrinker alle reden om kwaad te zijn. En wij, wars van de klerekunstjes die de overheid over de rug van de burgers tracht uit te halen, kunnen ons in zijn boosheid verplaatsen.


Het Openbaar Ministerie wil weten hoe ver een schrijver kan gaan. Hebben ze daar geen andere zorgen?


Hebben wij het sovjetrijk, waar het vrije woord driekwart eeuw lang achter slot en grendel zat, gesloopt om in het vrije Westen Pieter Waterdrinker voor de Hoge Raad te dagen omdat hij een anonieme pijproker iets snerends over ‘zo’n joodje’ laat beweren?


Er moet bij dat Openbaar Ministerie iemand zitten die nauwelijks goed bij zijn hoofd is.


Het is een vakidioot die jurisprudentie wil. Ten koste van een ideologisch brandschone schrijver, die zich inmiddels in stad en land moet verweren tegen de giftige beschuldiging iets tegen de joden te hebben.


Heeft deze Waterdrinker wellicht ook iets tegen negers? Het Openbaar Ministerie is behalve een slechte ook een luie lezer. Het Openbaar Ministerie is blijkbaar niet aan bladzijde 138 van het geïncrimineerde boek gekomen. Daar staat: ‘Ze hebben ons goddome behandeld als misdadigers, als zwarten, als het eerste het beste canaille.’


Het multiculturele Bijlmerberaad zal er niet blij mee zijn. Niettemin, het zijn niet de woorden van de schrijver Waterdrinker, maar de woorden van de dansmeester Lulovski.


Daarmee is elk probleem uit de wereld. Een schrijver is strafrechtelijk noch civielrechtelijk verantwoordelijk voor de woorden en daden van door hem in het leven geroepen figuren.


Er zijn in Nederland geen mensen meer die antisemitische of antisemitisch ogende boeken schrijven. Zij zijn er, in minder beladen tijden, ongetwijfeld geweest. Maar Menno ter Braak (Dr.Dumay verliest), A.M.H. Roothaert (Camera loopt), Nico van Suchtelen (De tuin der lusten) en Willem Paap (Jeanne Colette) zijn dood. Daarom mag Pieter Waterdrinker straks in hun plaats voor de Hoge Raad komen uitleggen waarom hij in een vijf regels omvattende alinea een anonieme pijproker de woorden ‘zo’n joodje’ liet mompelen.


Allemaal omwille van de jurisprudentie! Het is een flutaffaire, die ondertussen Pieter Waterdrinker zijn reputatie kost. Als hij verstandig is daagt hij de verantwoordelijke magistraat voor diens eigen rechtbank wegens aantasting van eer en goede naam.



EIGENHEIMER