Ik eet niet met de keizer

Opheffer

Het klinkt een beetje als een liedje: de keizer van Japan/ is in Amsterdam. Het is alleen geen leuk liedje. Ik hoor de hele tijd beweren dat we nu moeten vergeven want we kunnen niet altijd blijven haten et cetera, et cetera. Het bontst maakte Adriaan van Dis het. Adriaan is een snob die zijn ouders verraadt voor een plek aan tafel naast Hare Majesteit en de keizer van Japan. Voor het NOS-Journaal zei hij: «We moeten vergeven en niet haten - en dat zegt een jongen wiens moeder drie ëneenhalf jaar in het kamp heeft gezeten.» Nadat ik was uitgekotst, probeerde ik te bedenken wat me nu zo ergerde aan Van Dis. Is het de opeenhoping van walgelijkheden? (Diner, koningin, keizer van Japan, uitspraak moeder.) Ach, ik doe ook wel walgelijke dingen, dat kan me niet zoveel schelen. Wat mij ergerde was het volgende: je schrijft eerst een boek over dat kamp en vervolgens trek je daar de consequenties niet uit. De koningin stuurt je een uitnodiging en je gaat nota bene meteen naast de keizer van Japan zitten terwijl je in je boek die jappen namens je ouders nog van alles kwalijk neemt. Kijk, als Hare Majesteit nou lang had moeten soebatten, maar nee… hup, ik mag lekker naast de koningin en de keizer van Japan zitten - de ballenlikker van de keizer van Japan. Het is een mentaliteit die me tegenstaat. Van Dis die de goedheid speelt en namens ons, tweede generatie, de keizer vergeeft. Ja ja, Van Dis kan weten wat lijden is, want is hij niet de man die ongelooflijk gepest en getreiterd werd (ook een soort kampervaring) toen bleek dat hij in drie boeken per ongeluk stukken van anderen had overgeschreven? Nou, dan krijg je compassie hoor, met slachtoffers. «Dank u voor de uitnodiging, Majesteit, leuk u weer te zien. En fijn dat ik u een hand mag geven, keizer van Japan.» Nu ben ik ook voor vergeven en dergelijke sentimentele onzin, maar dat betekent niet dat je je meteen moet overgeven en als een hond op je rug moet gaan liggen. Toen Hare Majesteit mij een uitnodiging stuurde, heb ik beleefd geweigerd - ik ga niet extra luxe eten met de man die mijn beide ouders eten heeft onthouden! Waardoor mijn ouders een kampsyndroom hadden, een kamphart en kampogen. Mijn ouders, die dertig jaar na de oorlog nog bedorven melk dronken en groen uitgeslagen vlees opaten omdat ze door het kamp niets konden weggooien. «Heerlijk, Majesteit, mag ik nog wat van die zalige biefstuk!» Smakelijk eten, Van Dis! Van Dis maakt alles leugenachtig, hij maakt van alles een pose. «We moeten vergeven, aan haat heb je niets - en dat zegt de jongen wiens moeder drieëneenhalf jaar in Japanse krijgsgevangenschap heeft gezeten…» Getver! Deze jongen heeft de beschaving om, al zijn ze beiden dood, zijn ouders te eren door niet mee te huilen in het koor van vergeving. Deze jongen heeft als kunstenaar zijn ouders een stem gegeven in zijn boeken en films - en dat is het dan. Ik mag dan overal en bij iedereen slecht liggen, geen miljoenen oplages hebben gehaald zoals Van Dis (al heb ik mijn boeken in elk geval zelf geschreven), ik heb altijd respect gehad voor mijn ouders. En hoewel ik hun diepe leed nooit heb doorgrond, begreep ik van jongs af aan dat het niet passend is, onder welke omstandigheden dan ook, te heulen met hun vijand.