Ik moet me aanstellen

Opheffer

Weer een lijstje met weerzinwekkende raadgevingen.
«Je moet niet bij de pakken neerzitten.»
O nee? Maar wie helpt mij de pakken uitpakken? Wie helpt mee mijn rotzooi op te ruimen? Wie pakt mij eens op? Zal ik het zeggen: helemaal niemand! Ik kan niet anders dan bij de pakken neerzitten. Ik ben namelijk doodmoe. Doodmoe van verlaten, doodmoe van dood, doodmoe van niet kunnen.
«Je moet vooral aan leuke dingen denken.»
En wat zijn dan die leuke dingen, godverdomme? Als ik denk aan de leuke dingen van vroeger word ik treurig, want die leuke dingen ben ik kwijt. Denk ik aan leuke dingen in de toekomst, dan word ik nog treuriger, want ik heb die leuke dingen nu niet en ben bang dat ik ze ook nooit zal krijgen. Aan leuke dingen denken. Ik denk aan seks die ik niet heb, ik denk aan een vrouw die ik niet heb, ik denk aan geld dat ik niet heb, aan een mooie opdracht die ik niet krijg.
«Als je treurig bent, straal je ook treurigheid uit.»
O ja? Lopen we tegenwoordig allemaal met röntgenogen rond? En wat heb ik hier aan? Moet ik dan maar opeens niet meer treurig zijn? Ik heb reden om treurig te zijn. Ik ben zo beleefd om niet huilend over straat te lopen, wie mij ziet krijgt een glimlach. Ik straal geen treurigheid uit, eerder staat er «pluk mij, pluk mij» op mijn voorhoofd geschreven.
«Je moet wat aan sport doen.»

Hier wil ik niet eens op ingaan! Ik ben al uitgeput, hoor je. Ik kan al niks. Ik kan niet eens in bed blijven liggen. Ik kan niks. Moe, moe, moe. En dan moet ik aan sport doen! Sodemieter op.“
«En je moet gezond eten.»

O ja? Hoe dan? Wanneer dan? En met wie? En weet je wat dat kost? Mag ik dan helemaal geen plezier meer? Het enige plezier dat ik nog heb, is die pizza quattro stagioni met extra kaas. En dat willen jullie me afpakken. Kijk, zo werkt het. Ik heb al niks en mij wordt al niks gegund en dan ook nog eens alles van me afpakken.
«Je moet je niet aanstellen.»

Ik moet me wel aanstellen! Ik moet me wel aanstellen want anders bekommert niemand zich om me. Als ik me niet aanstel, denkt iedereen dat het goed met me gaat, denkt iedereen dat ik alles wel aankan. Nou, ik kan helemaal niks aan. Horen jullie dat? Ik kan helemaal niks aan!
«Weet je wat je zou moeten doen… Je zou een paar dagen met vakantie moeten. »
Ja, dat is leuk… Nou, daar kan ik me nu al op verheugen… in mijn eentje met vakantie gaan. In je eentje naar een ordinair strand, tussen allemaal gelukkige mensen. In je eentje een museum bezoeken, terwijl je met niemand kunt praten. Alleen een kopje koffie drinken. Alleen rondlopen in een stad vol herinneringen aan toen je gelukkig was. Alleen, alleen, alleen.
Vakantie! En wie let er dan op mijn katten? Wie helpt mij? Wie verdient er dan voor mij geld?
«Het belangrijkste wat je moet doen, is ophouden met zeuren!»
Nou, daar hou ik helemaal niet mee op! Weet je wie moet ophouden met zeuren? Jullie moeten ophouden met zeuren.
«Hou je bezig met de kwaliteit van je werk!»
O! Is die niet goed dan? Met mijn kwaliteit is niks mis! En hoe kan ik me bezighouden met de kwaliteit van mijn werk, als ik door alles en iedereen word gestoord! Hoe kan ik aan de kwaliteit van mijn werk denken als ik me volkomen rot voel? Hoe kan ik dat doen als ik niet bij de pakken mag neerzitten, op vakantie moet, aan sport moet doen, me niet mag aanstellen en niet mag zeuren en ik geen treurige uitstraling mag hebben?