Ik eis van een recensent

Opheffer

Wat heb ik aan recensenten die niet kunnen schrijven? Wat heb ik aan recensenten die niet kunnen oordelen? Wat heb ik aan recensenten die een gebrek aan gezag hebben? Wat heb ik aan recensenten wier mening ik al ken voordat ze een pen op papier hebben gezet?
Ik eis van een recensent dat hij bij mij gezag verwerft. Want het gaat alleen maar om gezag. Een recensent moet kunnen uitleggen waarom hij iets mooi of lelijk vindt, dat hoeft een lezer niet. Een recensent moet literatuur belangrijk of onbelangrijk maken; hij moet ontdekkingen doen, hij moet iets verwoorden wat nog niemand heeft opgemerkt; en daarmee oefent hij macht uit en die macht geeft hem gezag.
Op het ogenblik leven we in een gezagsloze tijd: niemand oefent gezag uit, niemand heeft gezag - het geeft aan hoe onbelangrijk we onze eigen cultuur vinden. (En die willen we dan opleggen aan allochtonen…) Het enige gezag wordt uitgeoefend door de verkoopcijfers.
Maar verkoopcijfers zijn geen gesprekspartners. Een recensent is een vriend wiens mening je op prijs stelt. Een recensent is niet zomaar iemand die leuk schrijft; hij wil iets met de wereld, hij wil iets met de literatuur. Een recensent zoekt, scheldt, analyseert, bouwt op, interpreteert, ontwikkelt smaak. Aan een recensent mag je eisen stellen; hij moet bewijzen dat hij er wat van weet, hij moet geregeld essays schrijven of verhalen of romans. Hij moet een filosoof zijn. Dat betekent niet dat hij in elk stuk moet laten zien wie en wat hij niet allemaal kent, integendeel, hij moet een filosofische instelling hebben; hij dient zélf originele opvattingen en gedachten te hebben.
Het belangrijkste blijft dat hij niet alleen zijn eigen, maar ook onze smaak dient te ontwikkelen. Hij behoort dus te weten waartoe de kunst dient. Dat hoeft niet juist te zijn, als hij het maar weet. Hij moet ook twijfelen. Hij moet kunnen liefhebben en haten in gelijke mate. Hij behoort vriend en vijand van de schrijvers te zijn; hij moet schuw zijn, maar de openbaarheid niet schuwen. Een recensent toetst zichzelf voortdurend aan de artiest en de artiest toetst zichzelf aan de recensent. Een artiest die neerkijkt op een recensent heeft altijd gelijk. Een recensent met wie een artiest geen rekening houdt, is een slechte recensent. De beste recensent geeft kritiek op de kritiek.
Wie geen mening heeft, kan niet schrijven. Wie zijn mening niet weet te overdrijven is geen recensent; wie geen soberheid en maat weet te suggereren zal nooit invloed hebben.
Af en toe mag de recensent spelen met de argumenten en zijn eigen kritiek. Hij mag drogredenen aanvoeren, maar slechts in een terzijde. Een recensent moet niet te lang recenseren.
De beste recensenten behoren literaire Don Juans te zijn: ze verleiden alles en iedereen, maar echt neuken kunnen ze niet. Ze houden van alles, maar eigenlijk ook weer niet. Ze hebben een geheime agenda. Ze spelen vals, maar je kunt ze nimmer betrappen. Maar nogmaals (en misschien nu ten overvloede): ze weten wat goede smaak is!
Ze weten dat goede smaak niet is: eten bij Braakhekke met de Heerenclub, of: pakken kopen van Hugo Boss, of: je laten zien met buitenlandse auteurs, of: zeggen dat je met Salman Rushdie hebt getelefoneerd.
Een recensent heeft de verkeerde vrienden.

In Nederland wonen ze niet.