Het culturele dilemma

Opheffer

Alvast een recensie.

Het boekenweekgeschenk is dit jaar niet alleen het dikste dat ooit is geschreven (300 pagina’s), maar ook het uitzonderlijkste – en wel omdat Salman Rushdie de auteur is. Dit boek heeft ´het culturele dilemmaª als thema. Het culturele dilemma: waar ben je thuis, wat gebeurt er als twee culturen met elkaar fuseren, wat is de waarde van een gemengd huwelijk? In een spel met metaforen en realiteiten weet Rushdie een spannend verhaal te maken dat zich hoofdzakelijk afspeelt in Nederland. Abdel Jansen (de bekendste voornaam van Mohammed en de bekendste Nederlandse achternaam) heeft een Marokkaanse moeder en een Nederlandse vader. Maar die vader sterft als Abdel drie jaar is. Zijn moeder kiest vervolgens voor een Marokkaanse Nederlander, een tweede-generatiegeval dat, ondanks zijn dertigjarige leeftijd, nog op zoek is naar zijn identiteit. Is Abdel zijn eigen zoon? Ja en nee. Hij houdt oprecht van het kind, maar haat het evenzeer. Abdel verdiept zich in de islam, maar neemt daar afstand van, want hij ontdekt dat hij homoseksueel is. Hij ontmoet een man – een combinatie van Adriaan van Dis en Stephan Sanders – die hem in contact brengt met niet alleen de wortels van de westerse cultuur. ´Ik ben the twainª, zegt Abdel precies op pagina 150. ´De Twain… ben jij de nieuwe Mark Twain?ª vraagt Samuel (Sam) Clemens zijn vriend. ´Neeª, zegt Abdel, ´ik ben the twain van East is east en west is west en never the twain shall meet.ª

Sam laat Abdel zien dat een cultuur wordt gevormd door de drama’s in die cultuur, en daarom ondernemen zij een tocht naar Auschwitz. Sam ontdekt dan ook hoe joods hij eigenlijk is en hoe sterk de Tweede Wereldoorlog op hem heeft ingewerkt (zijn grootouders zijn beiden in Polen omgekomen), maar ook Abdel begrijpt op dat moment meer van zijn eigen vader. In een aandoenlijke brief probeert hij zijn stiefvader duidelijk te maken wat hij in het leven wil. ´Een nuttig mens te worden; laat de algemene noemer van elke beschaving beheersing, tolerantie en nederigheid zijn.ª

Maar eerst moet Abdel dan nog strijd leveren met Sam die alleen nog maar de thora en de Tenach wil bestuderen. En dan is Abdel op een bepaald moment in een klooster bij Tichelen dat hij louter en alleen bezoekt omdat ze daar Abdijbier brouwen. In een schitterende scène, waarin hij in de glas-in-loodramen waar de kruisweg van Jezus wordt verbeeld een samensmelting ziet van de islam en de bijbel, wordt duidelijk voelbaar gemaakt waarom Abdel een tijd monnik wil worden: de enige manier om niet deel te nemen aan de samenleving maar om toch een nuttig mens te zijn, is als bierbrouwer.

Dan komt de plot, wat voor de hand liggend: Abdel besluit joods te worden. Van Abdel naar Abraham.

Rusdie heeft een vaardige, wat uitgebreide manier van schrijven. Het boek is geconstrueerd rond tegenstellingen. De gereformeerde jongen van een Marokkaanse moeder wordt een jood na in het klooster te zijn geweest. Zijn stiefvader gaat terug naar Marokko maar kan daar ook niet aarden. Abdels moeder Latifa sterft in het Begijnhof in Amsterdam. Het is duidelijk wat Rushdie met dit boek wil zeggen: het zijn niet zozeer de eigen waarden en normen die een cultuur bepalen, het is veeleer de al of niet aanwezige innerlijke beschaving van de mens. Abdel is een mengsel van alles. Biseksueel, half islam, half gereformeerd, half joods eigenlijk, half katholiek, half Nederlander, half Marokkaan, half Amsterdammer, half wereldburger, maar toch een geheel. Hij staat voor ´de nieuwe mensª.