Wie maakt ons?

Opheffer


Iedereen wordt erg boos als ik ‘content’ zeg in plaats van ‘inhoud’.


Maar het heeft een reden.


Content heeft namelijk niets te maken met inhoud. Inhoud betekent dat iets een zekere waarde bezit. ‘Die jongen heeft inhoud’ wil zeggen dat hij iets kan, iets te zeggen heeft, gevuld zit met waardevolle zaken die er ook uit kunnen. Content heeft die betekenis niet. Content is niets anders dan vulling. Als bedrijven content zoeken, dan willen ze niets liever dan die vulling en als die vulling inhoud heeft, dan is dat mooi meegenomen, maar meer niet.


Content is dan ook een mooi woord. Ons content (tevreden) zit erin — en dat is meestal ook inhoudloos. Iemand zegt: ‘Ik ben content met m’n werk.’


Dan heb je je werk goed gedaan. Meer niet.


World Online, het beursdebacle, is een krant met een paar miljoen abonnees, maar zonder inhoud. Het tragische is dat ze niet weten wat ze met die krant moeten doen, voor wie hij is. Binnenkort zullen meer bedrijven als World Online naar de beurs gaan. Het gaat er dan om wie de beste content heeft. Er zullen omroepen gekocht gaan worden.


SBS is al met Joop van den Ende en Planet Internet aan de slag gegaan. Dat is slim en het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de omroepen zo rustig blijven zitten. Ik zie met de dag de breedband beter gebruikt worden. Iemand als Max Pam heeft al zijn televisiecolumns op het net gezet. Theo van Gogh gaat zijn films erop zetten. Het beeld is nog niet goed, maar ook dat is eerder een kwestie van maanden geworden.


En dan?


De film trekt weer aan, het toneel trekt weer meer kijkers, de kroegen zitten voller dan tien, vijftien jaar geleden, het nachtleven bruist weer, er gaan zelfs meer mensen naar het voetbal.


Waarom? Omdat er slechte televisie is, de computer biedt al meer vermaak.


Heeft de televisie dan geen kans meer?


Jawel, maar ze laten zich leiden door de kijkcijfers. En kijkcijfers zijn content. Je schijnt content nodig te hebben om jezelf te bedruipen via advertenties. Maar je zal inhoud nodig hebben om gezag te veroveren.


Let op mijn woorden: de strijd van de komende jaren zal een strijd om gezag zijn. Wie kan ons wijzen op iets moois, iets aardigs, iets leuks? Wiens gezag erken ik en door wie laat ik me leiden?


De televisiecultuur is pas de laatste jaren op gang gekomen. We kunnen nu beter bestuderen wat we vroeger maakten. We zien meer de lijnen, de verschillen; hoe we verder ontwikkelen, of juist niet.


Je ziet dat televisie zich maar moeilijk verder ontwikkelt. Het lijkt op een fiets die al honderd jaar hetzelfde is. Ze worden kleiner, handiger, goedkoper, maar het principe blijft hetzelfde.


Je ziet ook dat televisie als vormend medium heeft afgedaan. Het is alleen maar vermaak en snelle informatie, omdat men er niet mee durft te onderwijzen. (Trekt geen kijkers.)


Je zou bijvoorbeeld heel mooie twee uur durende portretten kunnen maken van schrijvers — zoals in de jaren zestig nog wel werd gedaan over Reve, Nijhoff, Campert, noem maar op. Nu zal niemand dat doen, want men weet dat niemand twee uur op zijn kont voor de buis blijft hangen.


Maar waarom eigenlijk niet?


Omdat we liever content willen hebben.


De televisie verkeert in een crisis, maar slechts weinigen zien het. Het is of niemand beseft dat je er ook cultuur mee kunt verspreiden of cultuur mee kunt maken. Neil Postman schreef tien jaar geleden: ‘We amuseren ons kapot.’


Op dit moment zijn we kapot.


Wie maakt ons?