Ik heb goede plannen

Opheffer


Goede plannen voor onderwijs in het Nederlands voor allochtonen kunnen op één A4’tje, en dat zal ik nu bewijzen.


1. Geef iedere buitenlander die hier wil blijven voor elk nieuw Nederlands woord dat hij kent een gulden, tot een maximum van drieduizend piek. (Dan kent hij dus drieduizend woorden, dat is het dubbele van wat je nodig hebt.)


Kent hij woorden niet die hij moet kennen, dan moet hij een gulden betalen.


Dit geldt ook voor kinderen. (Die kunnen zo een extraatje voor de ouders verdienen. Dat stimuleert.)


2. Dwing kinderen om Nederlands te spreken, maar verbiedt de zogeheten smurfentaal op het schoolplein niet al te zeer. Integendeel. Smurfentaal (combinatie van Nederlands, Marokkaans, Surinaams en Turks) bevordert meer de integratie dan het Nederlands. (Over een generatie is dat een eigen taal.)


3. Geef zo min mogelijk Nederlandse les in de klas en veel op straat. Ga met kleine groepjes boodschappen doen. Ga met ze naar de dokter. Ga voetballen. Dwing ze in situaties waarin ze Nederlands moeten leren. Geef voor alles wat ze goed doen geld. En wees daar niet lullig in.


4. Stuur wie geen Nederlands wil leren onmiddellijk weg. Zet er ook druk achter: wie zich binnen drie maanden niet enigszins begrijpelijk kan uitdrukken, moet ook weg.


5. Een vreemdeling moet elke dag een mooie zin leren. Eerst één, dan twee, uiteindelijk moet hij hele gedichten uit zijn hoofd kennen. Ook al begrijpt hij niet wat hij leest. Hij moet zeker twintig gedichten kennen en ongeveer tweehonderd mooie zinnen. Ook dit moet financieel gewaardeerd worden. (Bij hoogconjunctuur kun je aan bedrijven vragen om te sponsoren met mooie producten. Ken je bijvoorbeeld driehonderd gedichten uit je hoofd, dan schenkt Philips je een mooi televisietoestel, of een fijne computer.)


6. Nederlands staat niet op zichzelf. Dus je moet tegelijkertijd lessen in seksuele voorlichting geven, in democratie en in discussietechniek. Ook hier weer examens laten afleggen en onmiddellijk omzetten in klinkende munt.


7. Leraren moeten (sowieso) meer macht krijgen. Wie niet wil meedoen, wordt onmiddellijk de klas uitgezet en dat betekent eveneens dat hij dit mooie land kan verlaten. Bij kinderen ligt dit uiteraard anders. Die mogen absoluut niet geslagen worden, maar hun wangedrag mag wel worden verhaald op hun ouders. (Kind klas uitgestuurd, vader krijgt twintig gulden minder.) Laten we wel eerlijk blijven: als je kinderen zou mogen slaan, dan zou je een deel zeker sneller Nederlands kunnen leren.


8. Er komen jaarlijks zo’n veertigduizend asielzoekers in Nederland. Deze moeten allemaal een krant lezen. Metro en Spits zijn gratis — kun je mooi gebruiken in het onderwijs. Elke dag moet — ook al begrijpen de nieuwe Nederlanders er niets van — gewoon over de opening van de krant gesproken worden, als een soort gebedsdienst voor iedereen.


9. Schrijvers moeten van het rijk opdracht krijgen leuke boeken te maken voor allochtonen. Dus niet: een Turkse schrijver moet een Nederlands boek maken over en voor Turken in Nederland, nee: Hans Dorrestijn schrijft gewoon een leuk boek voor kinderen en volwassenen. Als het maar gewoon is en om te lachen. Eenvoudig. Doelgroepgericht, want er zijn nauwelijks boeken voor allochtone meisjes en jongens die niet lullig zijn.


En als dat allemaal lukt, pas dan mag je huilen in de Tweede Kamer.