Ik denk dode muizen

Opheffer

Sloom en moe.


En ik moet zo veel. Het meest maak ik me zorgen over het feit dat ik niets doe. Ik zit.


Ik verstrijk de tijd.


Soms vrees ik de toekomst: ik word overal ontslagen, alles eindigt in een mislukking, alles gaat kapot, niemand wil mij meer.


Maar hoe wanhopig ik dan ook ben, ik blijf doodstil op mijn stoel zitten.


Ik wacht en ik luister naar een pendule die er niet is.


U heeft bijvoorbeeld geen idee hoeveel moeite het mij kost om dit stukje te schrijven.


Ik weet ook nu al dat ik het te laat inlever. Ik verwacht elk moment een telefoontje. Dat telefoontje ga ik niet opnemen. Mijn antwoordapparaat handelt het wel af.


Het enige wat ik vandaag heb gedaan is het voederen van mijn poes.


Ik vind dat zij niet onder mijn geestelijke invaliditeit mag lijden, maar waarom mogen anderen dat wel?


Ik denk aan die vraag, maar ik kan geen helder antwoord formuleren.


Ik ga nu opstaan om de radio aan te zetten, want ik wil het nieuws horen.


Nu denkt u dat dit makkelijk is - dat is niet zo. Mijn radio is namelijk kapot. Niet erg, maar wel irritant. Je moet het aan-en-uit-knopje een beetje heen en weer bewegen tot je het geluid hoort. Uiteraard hoor ik geen geluid, en dus wil ik alles weer opgeven. Doe ik niet. Ik blijf wrikken. En ziet, er komt een stem.


Wist u dat er mensen zijn die het veel slechter hebben dan ik?


En hoor je die mensen zo klagen? Nee, nooit.


Wist u dat ik een heel verwende jongen ben? Daar had u zeker al een vermoeden van. Ik heb altijd veel aandacht gehad, maar de laatste tijd heb ik helemaal geen aandacht meer. Van niemand.


‘Helemaal van niemand?’


‘Dat is ook niet waar. Mijn dochter komt af en toe.’


‘Nou, wie kan dat zeggen?’


Maar verder zie ik niemand en ik durf ook nergens naartoe. Ik ben bang dat ik de mensen tot last ben, en wel om de eenvoudige reden dat ik mezelf tot last ben. Als ik bezoek was, zou ik mezelf onmiddellijk buiten de deur zetten.


‘Waarom kom je hier de boel verpesten met je chagrijnige kop?’


Heb ik u trouwens wel eens verteld dat ik altijd lach als ik bang ben? Ik denk dat ik daarom zo goedlachs ben.


Ik zou het liefst mijn ex opbellen met de vraag of ik ook wel eens lief ben geweest, maar tegelijkertijd weet ik dat dit de stomste vraag is die je kunt stellen.


En wat ik u ook nog moet vertellen, is dat ik vannacht gedroomd heb dat ik van heel hoog viel. (Freud is altijd dichtbij.) Die droom houdt me ook bezig. Als ik van hoog val, betekent dat dan dat ik nu hoog sta of ben?


Nou, als dit hoog is…


Ik ben al gevallen, vermoedelijk.


Straks moet ik boodschappen doen. Alleen. Ik moet dan door een berg van schaamte. Mensen kunnen bijvoorbeeld zien wat voor lullige dingen ik koop.


Ik schaam me er niet voor om mijn blote pik voor de televisie te laten zien, maar dat ik zielig met een karretje door Albert Heijn loop, vervult me met meer dan grote schaamte. Ook door de mensen die daar komen: gelukkige mensen die verliefd en gezond zijn.


En iedereen is tegenwoordig mooi - en dat moet ook maar eens afgelopen zijn.


Waarom wil godverdomme iedereen dat ik volwassen word?


Laatst dacht ik dat mijn brillenkoker van mijn schoorsteen was gevallen. Toen ik ging kijken, was het een dode muis.


Sindsdien zijn mijn gedachten dode muizen.