Ik ben van de tv

Opheffer

Het gaat slecht met de televisie. Als instrument om het volk te beschaven, heeft het afgedaan. Eindelijk Shakespeare voor iedereen, moeten de bedenkers van televisie hebben gedacht, maar nu blijkt niemand Shakespeare te willen zien. En de weinigen die Shakespeare wel willen zien, zien hem liever in het theater. De televisie heeft ook afgedaan als onderwijsmiddel. Waarom weet ik eigenlijk niet. Het enige wat vijftig jaar televisie heeft opgeleverd, is Sesamstraat, absoluut een goed programma, maar toch weinig. Er is geen onderwijskanaal, geen kanaal waarop je lezingen kunt zien en horen, colleges kunt volgen, experimenten kunt volgen, kortom: iets kunt opsteken. De televisie is ook als kunstvorm mislukt. Een enkele Japanner heeft nog wel succes geboekt door televisies op rare manieren neer te zetten en een enkele regisseur maakt nog wel eens een opmerkelijk product, maar wie zijn de grote televisiekunstenaars? Ze bestaan niet. Het gaat goed met de televisie. Je blijkt er uitstekend mee te kunnen controleren. Niet alleen wie te hard rijdt of ongeoorloofd het erf betreedt, wordt door de camera’s gezien; ook politici die worden verhoord in parlementaire enquêtes kun je bekijken. Hun zenuwtrekken, hun «overspronggedrag», hun gekrab aan hun kruis. Als politiek wapen is televisie sterk. Sterker dan men denkt. Is de radio er voor de luisteraar, de televisie is er voor de ontluisteraar. In slowmotion een reputatie door de goot zien gaan - dat is televisie! De televisie is ook de beste imagoverschaffer. Vroeger moest je iets uitzonderlijks doen om een bijzonder imago te krijgen. Die uitzonderlijkheid was gekoppeld aan cultuur. Wie mooi dirigeerde, een schitterend boek schreef, een eigenzinnige gedachte had, eloquent de wereld uitlegde of mensen genas door zijn medische kennis, kreeg op grond daarvan autoriteit en dus een imago. Uitzonderlijkheid is niet meer nodig. Alleen al het verschijnen op het medium geeft je een persoonlijkheid en bekleedt je met charisma. Gebrek aan kennis kan worden verhuld in een mooi shot. Integriteit wordt beter aanvaard door een langzame inzoom dan door een juiste redenering; elke Leugenaar die op het juiste moment zijn tranen weet te plengen, zal eerder worden geloofd dan de koele uitlegger van de waarheid. Het bestaat niet, voor de televisie, dat er geen emoties bestaan. Ach ja, de televisie. Er komen nieuwe helden. Maar voor wie zijn die helden er? Ik ken die helden niet. Ze hebben ook nooit iets voor mij gedaan. Ze zijn er voor mijn dochter. Ik heb ook wel helden. Die kent mijn dochter weer niet. Laatst wandelde ik in het Vondelpark - ik ben in Amsterdam een beetje bekend door een televisieprogramma bij de lokale Amsterdamse zender - komt er een aardige jongen op mij af. (Achteraf bleek hij ergens in de twintig te zijn.) Hij stapt van zijn fiets en geeft mij een hand. «Leuk om kennis te maken», zegt hij. Hij stelt zich voor. Hij noemt een naam. «Volgens mij ken ik je vader», zeg ik als een oude lul. Dat blijkt inderdaad het geval. Zijn vader is een oude man. Het gesprek stokt. «En wat doe jij?» vraag ik. Hij kijkt mij verbaasd aan. «Ik doe nog steeds…», volgt de naam van, ik meen, een heel goed bekeken soap. «Ken je die niet?» «Nee», zeg ik. Op dat moment komen er twee meisjes op de jongen af. Ze willen zijn handtekening. Hij geeft ze die en zegt: «Deze mijnheer is ook beroemd, hoor.» «Waarom?» vragen ze. «Omdat hij op televisie is.» Ik geef een handtekening. Ik wil niet eens met ze naar bed.