De nieuwe Reve

Opheffer

Iemand schrijft in de krant dat hij de nieuwe Reve heeft ontdekt. Hij bedoelt Arnon Grunberg. Diens Fantoompijn zal best goed zijn – ik lees op het ogenblik de verzen van Poesjkin en heb nog helemaal geen zin in Grunberg. Komt wel.

Hoe vaak heb ik niet gehoord: ´Dat is de nieuwe Reve.ª Het begon in 1970, toen ik deze vraag stelde aan Johan Polak. Hij zei dat hij Hans Plomp de nieuwe Reve vond.

Ik kocht alles van Hans Plomp; goede schrijver.

Een paar jaar later ontmoette ik de uitgevers Theo Sontrop en Martin Ros. Ik vroeg de heren wie de nieuwe Reve was.

´Zoals de Belg zegt, jongeman, il y a des grenzenª, zei Sontrop, die deze vraag ontweek. Ros niet. ´Die jma Biesheuvel… geweldig. Wat een schrijver. Dat is echt de nieuwe Reve. En Karel van het Reve vindt hem ook geweldig.ª

Die laatste zin was een sterk argument.

Ik had alles al van Biesheuvel.

´Maar wie vind jij de nieuwe Reve?ª vroeg Ros.

´Heere Heeresmaª, antwoordde ik. Daar had ik ook een argument voor. Het boek Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp van Heeresma vond ik aanwijsbaar de opvolger van De avonden. Han de Wit zou het broertje kunnen zijn van Frits van Egters. Uiteraard had ik ook alles van Heeresma.

De jaren schreden voort.

Ik las een recensie waarin Oek de Jong werd vergeleken met Reve. Maarten ’t Hart werd vergeleken met Reve.

Vervolgens werd Van der Heijden de nieuwe Reve genoemd.

Vic van de Reijt, uitgever, kwam een keer met Herman Brusselmans aanzetten.

´De man die werk vond, moet je lezen. De nieuwe Reve.ª

In België las ik een recensie over Tom Lanoye die vergeleken werd met Reve.

En wie vond ik in die tijd de nieuwe Reve? Gerrit Komrij. Dezelfde stilistische schoonheden, dezelfde drang tot polemiek, dezelfde smaak, min of meer en… schreef Reve niet over Komrij in Lieve Jongens? Er viel een lijn te trekken.

Ondertussen verschenen er boeken van Jeroen Brouwers. Iemand zei: ´Groetjes uit Brussel, helemaal Reve, maar dan beter.ª

Ik kocht alles van Brouwers. Brouwers schreef over Reve en Komrij – ach ja, het was één grote familie.

Er kwamen weer nieuwe Reves voorbij: Bas Heijne was even Reve, Mensje van Keulen is met Reve vergeleken. Er was elk seizoen wel een nieuwe Reve.

Ik schreef destijds het stuk Wie is de echte opvolger van Reve? Mijn antwoord luidde toen: Bob den Uyl. Ik werd uitgelachen. De enige echte nieuwe Reve was natuurlijk Connie Palmen. Ik las een recensie waarin dat stond.

Het viel me op dat steeds als je hoorde dat iemand ´een nieuwe Reveª was, diegene vervolgens in het niets verdween.

En nu dan weer Grunberg.

Is Grunberg de nieuwe Reve? Ik hoop het niet voor hem. Degene die hem zo noemde had bij het lezen van Grunberg hetzelfde fantastische gevoel als de eerste keer dat hij Reve las. Dat had hij verder nooit gehad.

Houdt zo iemand wel van literatuur, vroeg ik me af. Ik denk het niet. Kijk, ik hou me al een jaar of dertig met Reve bezig; ik meen dat ik er veel van weet, maar dat ´dit is de nieuwe Reve-gevoelª kreeg ik wel bij zo’n honderd schrijvers.