ophokplicht voor veelplegers  Het failliet van de ISD-maatregel

Ophokplicht voor veelplegers

Door de isd-maatregel kunnen veelplegers voor relatief lichte vergrijpen twee jaar lang worden opgesloten. De bedoeling is wel dat de criminelen in die twee jaar verplicht behandeld worden om te resocialiseren. Van die behandelprogramma’s komt in de praktijk niets terecht. Een kort geding, deze week, zet de maatregel nu voor het blok.

De Groningse advocaat Mathieu van Linde behartigt de belangen van verschillende veelplegers die vallen onder de isd-maatregel – isd staat voor Inrichting Stelselmatige Daders, ook wel draaideurcriminelen. Nederland kent volgens Justitie zo’n zesduizend veelplegers, veelal verslaafd. Ze bezorgen de maatschappij veel overlast en ergernis. De isd-maatregel houdt in dat veelplegers voor relatief lichte vergrijpen twee jaar lang worden opgesloten en in die twee jaar verplicht behandeld worden om te resocialiseren. Maar van die behandelprogramma’s komt in de praktijk niets terecht. «Dus is het zinloos ze nog langer vast te houden», aldus Van Linde. Hij daagde deze week in Assen in kort geding de Staat der Nederlanden. Als zijn cliënt niet in het programma kan worden opgenomen, moet hij vrijkomen. «De invulling van de isd moet meer van de grond komen. Niemand heeft er in dit land wat aan dat de maatregel wordt opgelegd, als er geen inhoud aan wordt gegeven. Ik vind dat wij ervan uit mochten gaan dat er een goed systeem kwam.» Sybrand van Haersma Buma, justitiewoordvoeder van de cda-fractie in de Tweede Kamer, reageerde onlangs verbolgen over de bevindingen dat veelplegers weliswaar voor twee jaar achter de tralies verdwijnen, maar dat er van verplichte behandeling in die periode niets terechtkomt. Het veranderen van het gedrag en de behandeling van veelplegers is namelijk een onlosmakelijk onderdeel van detentie, om te voorkomen dat zij na hun gevangenisstraf terugvallen in hun oude fouten.

De isd-maatregel is sinds oktober 2004 van kracht. Rechters in vooral de Randstad en in de vier grote steden maken er dankbaar gebruik van om lastpakken – veelal junks – achter slot en grendel te krijgen. De isd kwam voort uit de zogenaamde Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (sov), die begin 2001 als experiment was gestart. De twee jaar durende opvang was onderverdeeld in een aantal fasen: afkicken en het verbeteren van de gezondheid, opleiden, trainen en resocialiseren van de drugsverslaafden. Het Trimbos Instituut leverde in een rapport over de sov harde kritiek op de werkwijze. «Een centraal probleem waar de sov-inrichtingen gedurende de periode 2002-2003 mee kampten, was het nog niet uitgekristalliseerde programma, de meervoudige problemen van de sov-deelnemers, personeelswisselingen en visieverschillen tussen medewerkers», valt te lezen in het rapport, Opgevangen onder Dwang. Een herhaling dreigt met de isd-maatregel.

Mathieu van Linde signaleert al langer een tendens dat rechters in het noorden en het oosten van Nederland de isd-maatregel afwijzen, omdat er in de zes detentiecentra in Nederland waar veelplegers worden ondergebracht geen adequate behandeling gegeven wordt. Op 31 maart besliste de rechtbank in Zutphen in de zaak van een isd-gedetineerde die vastzat in De Grittenborgh in Hoogeveen dat de man in kwestie op vrije voeten moest worden gesteld, «omdat er niet of nauwelijks inhoudelijke uitvoering gegeven wordt aan de isd-maatregel. Een concreet verblijfsplan en programma is negen maanden na dato niet voorhanden.» De rechtbank stelde vast dat de beoogde strekking van de maatregel, de beveiliging van de maatschappij, nog steeds van betekenis is, maar «dat de met de maatregel eveneens beoogde behandeling van de verslavingsproblematiek van betrokkene niet tot stand is gekomen».

Voor de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden werden sinds augustus 2005 22 isd-zaken behandeld. Daarvan werd in acht gevallen geen isd opgelegd. Die acht zaken werden in hoger beroep voorgelegd aan het gerechtshof in Leeuwarden. In zes gevallen bevestigde het hof het oordeel van de rechtbank dat er geen isd-maatregel moest komen «in verband met ontbreken behandelprogramma en lange duur voorlopige hechtenis».

Die kritische houding van rechters beperkt zich niet meer tot het noorden en oosten van het land. Eind vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat de isd-maatregel niet kon worden opgelegd, omdat «inzicht ontbreekt in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en bij gebreke van enig concreet behandelplan, ook in de mogelijkheden van behandeling, wat nog veel zwaarder weegt».

Advocaat Van Linde krijgt bijval van gedragsdeskundige mr. D. Hoekstra uit Rekken, die voor het openbaar ministerie in Almelo regelmatig rapporteert over de plaatsing van veelplegers in gevangenissen. Tussen die delinquenten zitten veel psychiatrische patiënten die meer baat hebben bij forensische opvang dan bij gevangenisstraf van twee jaar. Hoekstra: «Persoonlijk heb ik de indruk dat de isd-maatregel overhaast is ingevoerd. De tenuitvoerlegging van deze maatregel ziet er op dit moment bij wijze van spreken uit als een huis zonder dak, verwarming en andere elementaire voorzieningen. Bij deze stand van zaken lijkt de isd-maatregel mij vanuit gedragsdeskundige optiek alleen geschikt voor justitiabelen die voorlopig alleen maar uit zijn op het vinden van rust en verder niks.»

Directeur Rob Kievits Bos van de penitentiaire inrichting De Grittenborgh in Hoogeveen , waar zo’n veertig isd-gedetineerden zitten, spreekt van «een landelijk probleem». Niet alleen in zijn gevangenis ontbreken adequate behandelprogramma’s, ook de vijf andere detentiecentra hebben te kampen met een gebrek aan goede cursussen om veelplegers in hun gedrag te beïnvloeden: «Wij bieden weliswaar trainingen aan, zoals leefstijl, agressiebeheersing en budgetteringscursussen, maar die zijn nog niet officieel erkend.»

Ook de reclassering ondervindt de kinderziekten van de (snelle) invoering van deze maatregel voor veelplegers. «Het behandelprogramma is in ontwikkeling. De isd-maatregel is nieuw, dus wij moeten nog allerlei zaken ontwikkelen», zegt Joep de Bree, hoofd van het reclasseringsteam Drenthe van de verslavingszorg Noord-Nederland. Hij werkt met veelplegers die vastzitten in De Grittenborgh. Voor de noordelijke rechtbanken maakt hij rapportages van en over veelplegers. Volgens de isd-beschikking moet de reclassering samen met andere hulpverleninginstellingen, voorafgaande aan de rechtszitting een plan van aanpak, een reïntegratieplan en een verblijfsplan opstellen. En deze plannen moeten weer leiden tot een concreet behandelplan voor de veelpleger tijdens zijn detentie. De rechter beoordeelt op basis van deze gegevens of een isd-maatregel kan worden opgelegd. Volgens De Bree wijzen rechters in toenemende mate op «de ondeugdelijke plannen die zij onder ogen krijgen. En vervolgens leggen zij geen isd op.»

Mr. Constantijn Kelk, hoogleraar strafrecht aan het Willem Pompe Instituut in Utrecht, noemt de isd-maatregel een gedrocht: «Als je mensen voor maximaal twee jaar in detentie plaatst terwijl het rechtvaardigende doel, namelijk bescherming van de samenleving door middel van hun specifieke behandeling, ontbreekt, dan zit de overheid er toch eigenlijk naast. Dan wordt het een soort ophokken van veelplegers. De rechterlijke macht beschikt bovendien over een maatregel om mensen zonder vorm van verdere bejegening voor een veel langere tijd vast te zetten dan de ernst van de delicten rechtvaardigt.»

Minister Donner van Justitie vindt opsluiten van veelplegers belangrijker dan behandelen, maar in de isd-maatregel staat wel degelijk dat behandelen tijdens detentie een essentieel onderdeel is van het resocialisatieprogramma. Over de invoering van de isd-maatregel verklaarde de minister op 2 juni 2004 tegenover de Eerste Kamer dat Justitie op dat moment druk bezig was met het opzetten van resocialisatieprogramma’s. Er werd volgens hem een overzicht gemaakt van de beschikbare cursussen waarmee gedetineerden geholpen konden worden, toegesneden op verschillende criminogene factoren, zoals verslaving. Dit hele stelsel bevond zich in een «afrondingsfase», aldus Donner in juni 2004. Justitie verklaart nu dat deze zogeheten «behandelmatrix» nog in ontwikkeling is, laat staan dat die zich in een afrondingsfase bevindt.

Hoewel de isd-maatregel sinds najaar 2004 van kracht is, heeft de minister pas in augustus 2005 de onafhankelijke Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie geïnstalleerd, die de cursussen voor veelplegers in de gevangenissen moet ontwikkelen. Hoe leer je afkicken? Hoe ga je om met geld? Wat maakt iemand weerbaarder? In een reactie zegt een Justitie-woordvoerder «dat het de verwachting is dat de commissie een aantal jaren nodig zal hebben om alle interventies te beoordelen. Dat komt vooral omdat het een commissie is van deskundigen die niet fulltime aan de beoordelingen werken. In 2005 is de ‹training voor cognitieve vaardigheden› voorgelegd aan de Erkenningscommissie en voorlopig erkend. Deze wordt in 2006 landelijk geïmplementeerd.»

Advocaat Van Linde wil daar niet op wachten. Voor de rechtbank in Assen spande hij een kort geding aan tegen de staat. Hij wil dat zijn cliënt, die al vanaf januari 2005 in isd-detentie in De Grittenborgh in Hoogeveen zit, met onmiddellijke ingang in vrijheid wordt gesteld en eist een schadevergoeding, omdat de man in kwestie niet behandeld wordt: «De meeste van de isd-gedetineerden willen graag meewerken aan een programma. Er wordt geen dagprogramma geboden, zoals wettelijk gezien zou moeten. Dat wekt irritatie en onrust. Al die irritatie hoopt zich op en wordt een tikkende tijdbom.» Uitspraak op 3 mei.

Na 16 van de 24 maanden detentie moet de veelpleger worden voorbereid op zijn terugkeer in de maatschappij. Ook voor die nazorg moeten cursussen worden aangeboden. En ook dat ontbreekt, stellen betrokkenen. Als de rechter Van Linde in het gelijk stelt, drijft hij een wig in de isd-maatregel en komen meer veelplegers vervroegd op straat te staan. Met alle gevolgen van dien voor de samenleving. Dan keert de isd-maatregel zich als een boemerang tegen de maatschappij. «Bij ons was de gedachte dat men sneller op stoom zou zijn dan dit. Ik vind het heel teleurstellend, omdat het trager gaat dan verondersteld», zegt Sybrand van Haersma Buma. Hij spreekt minister Donner binnenkort aan over het uitblijven van de juiste behandelmethodes voor veelplegers.

=