Opiniekitsch

Ik heb moeite met kinderen die uit ons land gezet dreigen te worden.
Of eigenlijk: mijn probleem is dat ik er niet echt moeite mee heb.
Mijn leven zou in sociaal opzicht eenvoudiger zijn wanneer ik kon zeggen: ‘Schande, dat we zo'n kind ons land uitzetten.’ Dat heb ik wel ondervonden.
Ben ik onmenselijk als ik vind dat zo'n uitgeprocedeerde jongen best het land uit kan? Ik sta me juist altijd voor op mijn menselijkheid.

Medium opheffer 48 11 wetten

Waar heb ik dan moeite mee als het gaat om uitzettingen?
Dat is hetzelfde probleem als rijden door rood licht. Iedere keer wanneer ik door rood licht rijd, voel ik me enigszins schuldig, want het mag niet. Niet alleen is het gevaarlijk om door rood te rijden, maar het mag ook niet van de wet. Doorrijden doe ik op eigen risico, en daarmee breng ik ook een ander in gevaar. Stoppen is in ieders voordeel.
Ik mag bijvoorbeeld ook niet helen. Maar ik heb wel eens een gestolen fiets gekocht van een junk. Fout. Ik voelde me dan ook schuldig. Helen mag niet, dat zijn we overeengekomen.
Het slachtoffer is iemand die zijn fiets kwijt is, en er zijn twee winnaars: die junk en ik. Moreel verwerpelijk. Maar ik deed het wel in het besef van mijn zonde. Tussen wet en gedrag is het vaak schipperen.
Voor de behandeling van asielzoekers zijn ook wetten gemaakt. Ik meen zelfs door de PvdA. Nu kunnen we die wetten wel overtreden maar als we dat doen, horen we ons schuldig te voelen. Bij uitzettingen van kinderen is het nu zo dat je je schuldig hoort te voelen als je je aan de wet wil houden. Minister Leers bijvoorbeeld wordt onmenselijkheid verweten omdat hij nauwgezet de wet volgt.
Daar heb ik moeite mee, hoewel ik die Leers niet kan pruimen.
Overtreed de wet, maar sla je vervolgens niet op de borst. Mauro en Jossef en weet ik hoe ze allemaal heten mogen wat mij betreft blijven, maar als dat niet kan door de wet, dan moet die wet veranderd worden, of je moet ze laten onderduiken of iets verzinnen waardoor ze toch in dit land kunnen wonen. Of ze moeten weg. Dat laatste is stilstaan voor rood licht, dat is afzien van heling. Dat is niet schipperen.
Je kunt het een minister die wij hebben gevraagd om zich aan de wet te houden niet kwalijk nemen dat hij zich aan de wet houdt. Als columnisten, politici en opinieleiders zich vervolgens afvragen: in wat voor land wonen we tegenwoordig dat ze jongens als Mauro en Jossef zomaar oppakken en naar hun land van herkomst laten brengen, dan is het antwoord: een democratie! Dat is misschien wel een formeel fantasieloos antwoord, maar wel het juiste. We willen omgekeerd ook niet dat er zomaar journalisten worden opgepakt. (‘Kan de minister niet gebruik maken van zijn discretionaire bevoegdheid om Youp van ’t Hek op te pakken?’) Het is een vorm van opiniekitsch om opeens op te komen voor die huilende kinderen. Het mag wel, maar verwijt mij niet dat ik me aan de wet wil houden. Het is niet immoreel van een minister als hij van die discretionaire bevoegdheid geen gebruik wenst te maken. Hij is dan een agent die diefstal toestaat. Dat kan in sommige gevallen nuttig zijn, maar als hij dat niet doet, dan doet hij op z'n minst waarvoor wij hem hebben aangesteld.
En die kinderen dan die hier al tien, achttien jaar wonen? Ja, zielig. Maar als ze uitgeprocedeerd zijn en de rechter heeft geoordeeld, dan moeten ze weg. Dat is niet onmenselijk, want wij hebben niet zo'n onmenselijk systeem. Is dat wél onmenselijk, dan moeten we dat in de Tweede Kamer snel veranderen.