Opiniepeilingen

‘Opiniepeilingen creëren een schijnwerkelijkheid’

Geven opiniepeilingen meningen weer of beïnvloeden ze die juist? Het NOS Journaal laat bij volgende verkiezingen geen peilingen meer zien die aangeven op hoeveel zetels politieke partijen staan.

Eerst maar eens een greep uit een aantal recente opiniepeilingen die de politiek raken. De grote regeringspartijen cda en pvda staan beide op zetelverlies; het cda verliest twee of zeven zetels, de pvda zeven of elf, naar gelang het bureau dat de peiling uitvoert. Slechts een kwart van de Nederlanders heeft nog vertrouwen in het huidige kabinet. De eenpersoonsfractie in de Tweede Kamer, de Groep Verdonk, staat op vier of achttien zetels, wederom afhankelijk van het bureau. Zeven op de tien Nederlanders vinden dat er een referendum had moeten komen over het nieuwe EU-verdrag. Ruim vijftig procent van de Nederlanders vindt dat de samenleving seksualiseert en is het met minister Plasterk van Volksgezondheid, Welzijn en Sport eens dat dit een negatieve ontwikkeling is.

Slechts 27 procent van de Utrechters zou naar de stembus gaan bij het burgemeestersreferendum. Stop. Slechts 27 procent? Dan zat die peiling er goed naast. De al droevig geachte 27 procent werd in Utrecht vorige week woensdag bij lange na niet gehaald. De opkomst was 9,4 procent. Is deze foute inschatting de opiniepeiler aan te rekenen? Ja, nee, misschien. Want wat kan er zijn gebeurd? Mogelijk hebben veel nog twijfelende Utrechters gedacht: als er te weinig mensen gaan stemmen om de geldigheidsdrempel van dertig procent te halen, waarom zou ik dan de moeite nemen naar de stembus te gaan. Oftewel: de peiling peilt niet alleen meningen, ze beïnvloedt ook de werkelijkheid.

Bij het NOS Journaal zijn ze zich dat bewust. Na de landelijke parlementsverkiezingen van vorig jaar november is besloten bij volgende verkiezingen tijdens de daaraan voorafgaande campagne geen cijfers meer te laten zien van peilingen die de trend van de kiezersgunst meten. Volgens hoofdredacteur Hans Laroes grijpen dat soort peilingen te veel in de campagne zelf in: ‘Opiniepeilingen creëren een schijnwerkelijkheid. Alsof het mooi weer is, ómdat 85 procent van het volk dat vindt. Als er ’s ochtends cijfers van een opiniepeiling naar buiten komen, hebben die ’s avonds een eigen werkelijkheid gecreëerd. Als het NOS Journaal daaraan meedoet, wordt dat nog eens versterkt. Wij willen niet met onze uitzendingen de gang van zaken tijdens een campagne beïnvloeden.’

Want niet alleen de kijker/kiezer reageert op in het Journaal of elders naar buiten gebrachte peilingen, door bijvoorbeeld daadwerkelijk op de tot dan toe fictieve winnaar te stemmen, omdat bij de winnaar horen nu eenmaal goed voelt. Politici zelf reageren ook op peilingen. En niet alleen als journalisten hun komen vragen wat ze van die fictieve zetelaantallen vinden.

Politici weten die cijfers uit hun hoofd. De cijfers zijn het eerste wat ze in de campagnetijd ’s morgens tot zich nemen. Politici en hun campagnemedewerkers kennen precies het verloop van de zetelaantallen van hun eigen partij, maar ook die van hun tegenstanders. Ze houden er rekening mee in hun optreden. Zeggen iets juist wel, of juist niet, alles om de kiezer te behagen. Of, zoals Laroes het verwoordt: ‘Ze raken door die peilingen in een kramp en daardoor verliezen ze hun authenticiteit.’ Niet dat Laroes zich daar verantwoordelijk voor voelt. ‘Ik ben niet degene die bepaalt wat een politicus met een peiling gaat doen.’

Politieke partijen hebben de openbare peilingen van Maurice de Hond of de Politieke Barometer van het televisieprogramma Nova echter niet nodig om hun schijnwerkelijkheid te creëren. Zelf peilen ze ook, al houden ze die cijfers liefst geheim. Daarnaast hebben ze focusgroepen op wie ze hun ideeën toetsen, dan wel naar wier oor ze hun mening laten hangen, het is maar hoe je ernaar kijkt. In campagnetijd sijpelt daarvan alleen iets naar buiten als de focusgroep positief over hen denkt.

Laroes snapt dat gebruik van peilingen en focusgroepen ook wel weer. Zelf vindt hij het ook handig als op zijn redactie niet alleen met wat nattevingerwerk wordt bedacht wat er leeft op straat: ‘Met nattevingerwerk kom je wel een eind, maar je kunt wetenschappelijker methodes gebruiken om straat en staat met elkaar te verbinden.’

Daarom wil zijn redactie gaan bestuderen hoe bij de komende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten op een objectieve manier wordt nagegaan welke onderwerpen er onder de kiezers leven. Laroes zegt vooral te willen leren hoe je kunt peilen wat de motivatie van kiezers is als ze beslissen op bijvoorbeeld kandidate Hillary Clinton te stemmen. ‘Ik ben meer geïnteresseerd in het waarom van een keuze dan in percentages.’

Op zijn redactie wordt nog nagedacht over de vraag of ze de uitkomsten van dat soort onderzoek naar buiten gaan brengen dan wel voor eigen gebruik moeten houden. Laroes: ‘Ikzelf voel meer voor dat laatste. Als wij op die manier te weten komen wat er speelt, kunnen wij daar met onze _Journaal-_items op inspelen.’ Dat vindt hij journalistieker dan over de motivatie van kiezers toch weer percentages naar buiten te brengen. Misschien dat het politici uitdaagt ook weer politieker te reageren.