De grote leegte

Opland, ik weet niet beter

Het ergste vind ik nog die grote leegte. De Groene Amsterdammer, nu nog met dat dodelijke regeltje: «Opland is ziek». De Volkskrant op zaterdag, een dik pak oud papier, zonder kraak of smaak. Nu nog met een in memoriam, waaruit maar één conclusie is te trekken: woorden schieten te kort. Nu pas realiseer je je dat dit altijd al het geval is geweest.

De prenten van Opland waren, in al hun eenvoud, zo veelzeggend en tref zeker dat de rest van de krant eigenlijk een beetje overbodig was. Zoals in de toekomst de geschiedenisboeken overbodig zullen zijn. Een overzicht van Opland-prenten van de laatste vijftig jaar zegt genoeg.

In die laatste vijftig jaar heb ik nooit beter geweten. Als abonnee op De Groene Amsterdammer en de Volkskrant heb ik weinig Oplands gemist. Hij was er gewoon, bijna elke dag. Hij hoorde bij je, zoals vroeger de paplepel en later de sigarendoos. Een basisbehoefte, waarvan je je de dwingende kracht pas bewust wordt als je ophoudt met roken. Dat moeten we nu wel.

Bijna ongemerkt heeft Opland een grote invloed gehad op mijn politieke bewustwording en later op mijn politieke bedrijvigheid. Feilloos legde hij de zwakke kanten bloot van (linkse) machtspolitiek: de dubieuze compromissen, de dubbele agenda’s, de leegheid van dikke woorden, de vervlogen idealen. En de schaamteloze ijdelheid.

Die ijdelheid had trouwens een onbedoeld neveneffect: politici vonden het, hoe negatief ook, prachtig om door Opland geportretteerd te worden. Bijna iedereen (niet alleen Wiegel) legde een verzameling aan. Ook ik heb mijn Oplands altijd bewaard.

Ik was dan ook buitengewoon vereerd toen ik bij mijn afscheid als burgemeester van Amsterdam van b. en w. een echte, speciaal vervaardigde Opland ten geschenke kreeg. Wegspurtend naar Den Haag om «het land te redden», van boven gekleed in een ambtskostuum, van onderen in een rood-wit-blauw sportbroekje, de ambts keten weghangend aan een lantaarnpaal. Opgejaagd door een woest blaffende hond. «Wij Amsterdamse straathonden zullen je missen als kop van Jut», stond eronder. Een mooier eerbetoon had ik niet kunnen krijgen.

Bij het afscheid van Opland kan ik daar weinig tegenover stellen. Want woorden schieten bij deze beeldvirtuoos per definitie te kort. Bovendien heb ik nooit beter geweten.