Opluchting in de zwitserse alpen

Stel, je bent een Zwitsers burger en je parlement keurt een wetsvoorstel goed waarin uitlatingen over ras strafbaar worden gesteld. En stel dat je ontevreden bent over dit voorstel. In Nederland zou je de schouders ophalen en worden opgenomen in de zoveelste statistiek waaruit moet blijken dat je vertrouwen in de politiek is afgenomen. Maar in Zwitserland behoor je tot de 45,4 procent van de kiezers die zich afgelopen zondag uitspraken tegen een dergelijk wetsvoorstel. Je hebt niet je zin, want de overige 54,6 procent van de kiezers zorgde ervoor dat de anti-racismewet er toch kwam. In het buitenland word je beschouwd als racist die angstvallig de rechtvaardige wereld buiten de deur houdt. Nota bene met behulp van het speeltje van Van Mierlo: het referendum. Een eng instrument dat we in Nederland toch maar niet moeten invoeren, want voor je het weet heeft rechts de doodstraf ingevoerd.

Maar als Zwitsers burger gaat het je misschien niet om racisme. Misschien meen je oprecht dat de wet zwaar ingrijpt in de vrijheid van meningsuiting, terwijl racistische uitlatingen er nauwelijks mee kunnen worden bestreden. De volksvertegenwoordigers hebben, in jouw ogen, broddelwerk afgeleverd. Jij wilt dat ze hun huiswerk overdoen. Waarop die parlementsleden je om de oren slaan met allerlei afspraken van de Verenigde Naties, die deze voorstellen nodig zouden maken. Maar jij zat als burger niet bij de VN-vergadering.
Je kunt jezelf troosten met de gedachte dat de buitenlandse commentaren een heel andere teneur hebben wanneer jij gehakt maakt van een voorstel waarin jouw verzorgingsstaat wordt ‘afgeslankt’. Dan zijn de Nederlandse WAO'ers die drie jaar geleden door hun eigen vertegenwoordigers werden genept, jaloers.
Het correctieve referendum werkt vaak in het voordeel van degenen die iets willen behouden, is de ervaring in Zwitserland. In het verleden hadden rechtse krachten baat bij dit middel, maar ze zijn niet meer de enigen. De belangrijkste vraag is bovendien niet welke zijde van het politieke spectrum het meeste baat heeft bij een referendum. De kouwe drukte die daar om wordt gemaakt is niet vrij van opportunisme.
Het gaat bij een referendum niet om een strategisch maar om een democratisch instrument. Met het referendum blijft de invloed van burgers niet langer beperkt tot het aankruisen van de naam bovenaan een verder anonieme kandidatenlijst. En natuurlijk wordt de doodstraf niet ingevoerd. Met het correctieve referendum kan immers alleen worden getornd aan beslissingen die al zijn genomen door het parlement. Onduidelijkheid over 'variant A of B’, waaraan het Amsterdamse experiment ten onder ging, blijft achterwege.
De paarse regering pleit voor een referendum, maar vooral ook voor 'nader onderzoek’. En gemeenten zoals Amsterdam durven een echt beslissend referendum nog niet aan. Het referendum, zo luidt het argument, tast het grondwettelijke primaat van de gemeenteraad aan, zodat we moeten wachten op een grondwetswijziging. Maar is het juist niet volledig in overeenstemming met dit primaat dat een raad besluit om haar eigen burgers ook een zegje te geven?