Zomerserie: It Can’t Happen Here

Opmars van de antidemocratie

In 1935 schreef Nobelprijswinnaar Sinclair Lewis een voorspellende roman die laat zien hoe kwetsbaar de liberale democratie is.

  1. ‘Mijn enige ambitie is om alle Amerikanen ervan te doordringen dat ze het geweldigste ras op aarde zijn en dat moeten blijven.’

  2. ‘Ik zal pas tevreden zijn als ons land alles kan produceren wat we nodig hebben, zelfs koffie, cacao en rubber, zodat al onze dollars in eigen land kunnen blijven.’

  3. ‘Ik ken de pers maar al te goed. Vrijwel alle hoofdredacteuren zijn er op gezind hun leugens uit te venten.’

Lees deze drie uitspraken voor aan een willekeurig persoon en vraag uit wiens mond ze afkomstig zijn. Ik durf er een exemplaar van It Can’t Happen Here van de Amerikaanse schrijver Sinclair Lewis om te verwedden dat het antwoord luidt: Donald Trump. Het is in alles karakteristieke Trump-taal: doordrenkt van nationaal chauvinisme, haat jegens de media en irreële fantasie (al zal de niet-bestaande klimaatverandering het telen van koffie in Amerika op den duur wellicht mogelijk maken).

In werkelijkheid komen bovenstaande citaten van Berzelius Windrip, de fictieve Amerikaanse senator uit het boek dat Sinclair Lewis in 1935 schreef. ‘Buzz’ (zoals zijn volkse aanspreektitel luidt) is de politicus die de Amerikaanse democratie in dictatuur stort. In It Can’t Happen Here wint Windrip eerst de voorverkiezingen bij de Democraten om vervolgens Franklin Delano Roosevelt te verslaan bij de Amerikaanse verkiezingen van 1936. Zijn achterban bestaat uit een ‘liga der vergeten mensen’ en hij wordt omringd door een klein clubje machtige influisteraars dat het wel ziet zitten, een windbuil in het Witte Huis die belooft de glorie van Amerika boven alles te stellen en het opneemt voor de gewone man. De mainstream politieke oppositie, ondertussen, is vertwijfeld en verdeeld en hoopt dat het allemaal wel zal meevallen.

Het gaat hier om fictie, geschreven in de jaren dertig door een auteur die wilde laten zien dat de duistere politieke krachten ook aan zijn kant van de oceaan zomaar de macht kunnen grijpen. En dus valt het niet mee. Windrip besteedt recht en orde uit aan de MM, een paramilitaire organisatie die met geweld regeert. Hij reduceert het parlement tot een tandeloos adviesorgaan. Tegenstanders verdwijnen in concentratiekampen waar ze zich dood moeten werken. Deze fascistische nieuwe orde wordt gerund door gekrenkte mannen die nu hun kans schoon zien. Hun wrok is de brandstof die de Windrip-dictatuur draaiende houdt.

Het zegt genoeg dat It Can’t Happen Here na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 naar verluidt uitverkocht was bij online warenhuis Amazon. Er verschenen onmiddellijk heruitgaven en nieuwe vertalingen, in Nederland als Dat gebeurt hier niet. Het werd aangeprezen als een visionair boek dat de opkomst van Trump voorspelde. ‘De senator was vulgair, een halve analfabeet, viel eenvoudig te betrappen op openlijke leugens en huldigde bijna idiote “ideeën”’, schrijft Lewis. Het is een van de vele passages in zijn roman die doet vermoeden dat Trump als jonge man een exemplaar las om vervolgens te besluiten om zijn publieke persoonlijkheid naar die van Buzz Windrip te modelleren.

Er zit natuurlijk iets van cognitieve dissonantie in dit soort ‘teruglezen’. Met de huidige Amerikaanse president onvermijdelijk in het hoofd, is het niet moeilijk om Donald J. terug te zien in het tachtig jaar oude portret van een populist dat Lewis schetste. Windrip heeft een boek op zijn naam staan, Zero Hour, dat als manifest voor zijn presidentschap wordt gebruikt. Hij heeft het niet zelf geschreven. Die eer komt toe aan Lee Sarason, Windrips secretaris en het brein achter zijn campagne. Kortom: ook Steve Bannon en The Art of the Deal kunnen op het lijstje van vergelijking worden aangevinkt. Terwijl Windrip belooft de zittende elite een lesje te zullen leren, gaan boze – witte – mannen de straat op om tegenstanders – zwarten, joden, intellectuelen – te intimideren. Er ontstaan knokpartijen. Charlottesville, check.

‘De senator was vulgair, een halve analfabeet, viel eenvoudig te betrappen op openlijke leugens...’

Bijna geestig – als het niet tragisch was – zijn de kleine details die Trump en Windrip als verzinsels van eenzelfde geest doen voorkomen. Windrip wil zich het liefst terugtrekken op een privé-resort in Florida. Hij is ook niet wezenlijk geïnteresseerd in de wereld buiten Amerika. Hij richt zich op een socialistisch programma, een basisinkomen van drieduizend tot vijfduizend dollar voor ieder Amerikaans gezin. ‘Zo’n hooggestemd visioen is wat we willen, niet al die onzinnige tijdverspilling in Genève en kletskoek in Lugano, waar dat ook mag liggen.’ Trumps ‘Belgium is a beautiful city’ bewijst Lewis’ inzicht dat populisten niet op basis van hun geografische kennis worden gekozen.

Lewis, die in 1930 als eerste Amerikaan de Nobelprijs voor literatuur had gekregen voor zijn zedenschetsen van de Amerikaanse kleinburgerij, schreef It Can’t Happen Here in twee maanden. Hij kon putten uit de directe actualiteit. In de zomer van 1935 liep de flamboyante Huey Long zich warm voor de landelijke politiek van de Verenigde Staten. Long, gouverneur van Louisiana, vormde een serieuze uitdaging voor zittend president Roosevelt. ‘Share Our Wealth’ was Longs programma, dat veel verder ging dan fdr’s New Deal: honderd procent belasting op vermogens boven de drie miljoen en gratis geld voor iedereen om een auto en een huis te kopen. Bovendien beloofde hij een nationaal minimumloon en kosteloos onderwijs voor wie dat wenste. Buzz Windrip is gemodelleerd naar Long, die in september 1935 werd doodgeschoten buiten het regeringsgebouw van Louisiana. It Can’t Happen Here lag een maand later in de winkel en werd direct een bestseller. Niet zozeer vanwege de literaire kwaliteiten (critici zijn het erover eens dat Lewis stilistisch meer in zijn mars had), maar omdat de waarschuwing van Lewis terecht leek in een tijd waarin ook duizenden Amerikanen zich tot het fascisme bekeerden. Als theaterstuk maakte It Can’t Happen Here verder furore.

Small gettyimages 2696503
© Hulton Archive / Getty images

Een tweede belangrijke inspiratiebron voor Lewis waren de verhalen van Dorothy Thompson, de journalist met wie hij destijds getrouwd was. Thompson zat als correspondent met haar neus boven op de gebeurtenissen in Duitsland. In 1931 nam ze in Berlijn een interview af met Adolf Hitler. ‘Toen ik Hitlers salon in het Kaiserhof Hotel binnenliep, was ik ervan overtuigd dat ik de toekomstige dictator van Duitsland zou ontmoeten’, schreef ze in een portret dat werd gepubliceerd in Cosmopolitan. Die overtuiging raakte Thompson in minder dan een minuut kwijt. ‘It took just about that time to measure the startling insignificance of this man who has set the world agog’, was haar oordeel. Kort daarna werd ze Duitsland uitgezet.

Toen Lewis aan zijn boek begon was dit ‘prototype van een kleine man’ (in de woorden van Thompson) Reichskanzler en stond op het punt de Neurenberger wetten uit te vaardigen. Thompsons onderschatting van Hitler keert terug als onderliggend thema in It Can’t Happen Here. Als tweede protagonist voert Lewis Doremus Jessup op. Ook een prototype: van de brave Amerikaanse liberale middenklasse. Jessup is hoofdredacteur van The Daily Informer, een lokale krant in Fort Beulah, Vermont. Hij is lid van de rotary, bezoekt trouw de reünies van zijn universiteit en gaat op zondag picknicken met de familie. Hij geniet enige faam als schrijver van scherpe hoofdredactionele commentaren, voornamelijk over lokale misstanden. Meest op zijn gemak is hij in zijn studeerkamer, een intellectuele man cave met boeken en een asbak binnen handbereik.

Door de ogen van deze small town-journalist schetst Lewis de opkomst van Windrip en vooral ook de reactie van de liberale goegemeente. Die laveert tussen milde ongerustheid en goedpraterij. Jessup maakt zich zorgen dat Windrip een dictator zal blijken. Een deel van zijn omgeving probeert zo lang als dat gaat vol te houden dat de soep wel niet zo heet gegeten zal worden. Anderen maken zich vrolijk om de clown Windrip. En zo laat Jessup zich tot geestelijke volgzaamheid verleiden. ‘Maar laten we vooral niet vergeten dat Windrip de lichtste kurk in deze draaikolk is’, overpeinst de journalist. ‘Hij heeft dit niet in z’n eentje bekokstoofd. Gezien alle bestaande, gerechtvaardigde onvrede over gisse politici en de pluchen paardjes van de plutocratie… Als hij er niet was geweest, was er wel een andere Windrip opgestaan.’

Het is blijkbaar een klassieke respons op kwaadaardige volksmennerij: het zijn niet de mensen die ertoe doen, maar de omstandigheden. En bovendien heeft de elite het er zelf naar gemaakt. Hoe ineffectief die houding is wanneer je op een glijdende schaal zit, merkt Jessup als hij na de uitverkiezing van Windrip een van zijn vlammende commentaren schrijft waarin hij het nieuwe regime aanklaagt als het moordzuchtig tuig dat het is. In opdracht van de lokale fascist – Jessups eigen klusjesman die het nieuwe regime gebruikt om hogerop te komen – wordt hij gearresteerd.

Achter het prikkeldraad wordt hij gereduceerd tot toiletschrobber, een taak waar Jessup zich niettemin scrupuleus aan wijdt omdat hij zo misschien nog iets kan doen voor anderen in gevangenschap. Daar doet hij een inzicht op dat voor de lezer van nu een bittere geschiedenisles is maar destijds een accurate en sinistere vooruitwijzing was: ‘Doremus vermoedde dat die kampen niet alleen werden gebouwd vanwege de extra ruimte voor slachtoffers, maar vooral om de enthousiaste jonge MM’s de gelegenheid te geven zich te amuseren zonder bemoeienis van ouderwetse beroepspolitieagenten en gevangenbewaarders van wie de meesten de gevangenen niet beschouwden als vijanden die gemarteld moesten worden, maar gewoon als vee waar je op moest passen.’

Lewis rondt zijn verhaal gehaast af. Jessup ontsnapt, sluit zich aan bij een verzetsgroep, wordt herenigd met een liefde. Voor literatuur is dat niet al te verfijnd, maar als onderstreping van Sinclair Lewis’ boodschap volstaat het. Als het er echt op aankomt en de aanval op de democratie begint, dan is constructief tegenhangen en proberen te begrijpen wat de ander toch drijft een respons die de kwaal verergert. Zo bezien bevat de titel van de roman die laat zien dat populisme ongeacht tijd en plaats altijd dezelfde vormen aanneemt een fraaie dubbelzinnigheid. Want waar verwijst ‘it’ precies naar? De opmars van de antidemocratie of de liberale kalmte en onderschatting die te veel ruimte daarvoor laten? Beide, is misschien het beste antwoord, en reden waarom It Can’t Happen Here ook mee kan in deze tijd.