Het nieuwe realisme van Girls

Oppervlakkige, maar kwetsbare meiden

De bedenkster, schrijfster en hoofdrolspeelster van de nieuwe hitserie Girls komt uit 1986. Misschien begrijpt Lena Dunham wel beter dan wie dan ook hoe haar generatie in elkaar steekt.

Jonge schrijvers wordt wel verweten dat ze hun inspiratie te dicht bij huis zoeken. Ambitieuze, hoogopgeleide twintigers zijn geneigd hun eigen, met besloten feestjes, mooie mensen en grensoverschrijdende projecten gevulde stadslevens niet alleen interessant genoeg te vinden voor hun Facebook maar ook voor hun literatuur. Dat is vast geen nieuw soort ijdelheid, maar het leidt momenteel tot een overvloed aan romans waarin spiegelbeelden van auteurs op zoek gaan naar het zelf achter de gelukzalige, sepia-gewassen instagramkiekjes op hun profiel.

Het zijn pogingen om de tijdgeest te vatten, om een ongekend gemedieerde generatie te portretteren, om uiting te geven aan nieuw geluk en nieuw verdriet. Begrijpelijke pogingen kortom, om tijdgenoten een stem te geven. Maar je moet zuiver zingen wil je in dit koor van gekwetter een onderscheidend geluid laten horen.

Lena Dunham (1986) lukt dat. De hbo-serie Girls, die zij schreef, regisseerde en waarin ze zelf de hoofdrol vertolkt (en daar dit weekend een Golden Globe voor won) is het antwoord op een hele hoop gemankeerde generatieportretten. Met het eerste seizoen kreeg ze heel ­essayerend Amerika verhit aan het discus­siëren over de mores van hedendaagse twintigers. Terecht, want Girls begrijpt het.

De uitzonderlijke sensitiviteit waarvan Dunham blijkgeeft is al langer in ontwikkeling. Eerder maakte zij twee semi-autobiografische films, Creative Nonfiction en Tiny Furniture, over het leven van beginnende creatievelingen, en de internetsoap Delusional Downtown Divas, over de hysterische New Yorkse kunstscene. In alle drie die producties overdreef en bespotte ze haar eigen afkomst (Dunham is zelf een kunsttelg) maar toonde ook een diepgaand begrip van de serieuze en pijnlijke kanten ervan.

Hetzelfde doet Girls, en beter. Dunham neemt iets meer afstand van haar eigen leven, waardoor ze een minder particulier verhaal vertelt dat ook non-incrowd moet aanspreken. Ze speelt de 24-jarige, pas afgestudeerde Hannah Horvath. We ontmoeten haar in de eerste scène, waarin haar ouders tijdens een etentje het nieuws brengen dat ze haar toelage per direct zullen stopzetten. Hannah, duidelijk slim en geestig maar ook lui en verwend, protesteert heftig. Al snel blijkt waarom: ze woont in een armetierig gedeeld appartement in Brooklyn en loopt al tijden onbetaald stage bij een uitgeverij waarvan ze hoopt dat die haar nog-te-schrijven essaybundel zal oppikken. Dat haar ouders deze ‘kans’ bekostigen lijkt ze compleet vanzelf­sprekend te vinden.

Hannah’s keurige huisgenote Marnie heeft het beter voor elkaar. Zij werkt als assistent in een chique galerie, betaalt altijd haar huur op tijd en waar Hannah een hippe zij het wat slonzige indruk maakt – ‘it’s expensive to look this cheap!’ – zijn Marnie’s outfits altijd feilloos, net als haar huid, haar en wenkbrauwen. Daar staat wel weer tegenover dat ze een even feilloos vriendje heeft die haar met zijn braafheid enorm de keel begint uit te hangen. ‘His touch now feels like a weird old uncle to me’, vertrouwt ze Hannah toe. Op dat gebied heeft Hannah het spannender met de nog net charmant gestoorde ‘kunstenaar’ en naturist Adam, die haar verleidt tot creatieve seksexperimenten.

Tot de club behoren ook nog Jessa, kosmopolitische fille fatale, die met een vet Brits accent verwaand verslag doet van haar onconventionele avonturen en overtuigingen, en haar onervaren nichtje Shoshanna (geweldig gespeeld door Zosia Mamet, dochter van David Mamet). Plot is er nauwelijks. Girls volgt de vier van Brooklynse koffiehuizen naar loodsfeesten, van abortusklinieken naar bedompte appartementjes. De nadruk ligt op werk en liefde, of liever: werk en seks. Op beide vlakken hebben ze soms moeite het hoofd boven water te houden.

Hoewel op de set van het eerste seizoen schijnbaar vaak geïrriteerd is geroepen dat Girls géén tweede Sex and the City is, zoals op voorhand veel gespeculeerd werd, dringt de vergelijking zich op. Ook in die hbo-hit (bijna vijftien jaar geleden!) draaide het om vier totaal verschillende vrouwen in New York en hun vriendschap, en ook daarin lag de nadruk op relaties. De makers mogen zich er bovendien dan wel aan storen, maar er is onmiskenbaar bewust omgesprongen met en gebruik gemaakt van de vergelijking. En juist in de manier waarop Girls zich verhoudt tot Sex and the City manifesteert zich de kracht van de serie.

Het grote verschil is natuurlijk dat Girls twintigers portretteert – meisjes – terwijl SATC toch echt over vrouwen ging, allemaal de dertig gepasseerd. (In dat opzicht zou je eerder spreken van de nieuwe Friends, een veel minder gemaakte vergelijking.) Toch, en misschien juist daarom, refereert Dunham aan haar erfenis. Meest expliciet door van het personage Shoshanna een fervent _SATC-_fan te maken. Net als het centrale personage Carrie in die serie is Hannah bovendien schrijver; net als Carrie woont ze in een markante brownstonestraat en net als Carrie raakt ze verslaafd aan een eigenzinnige man die haar met ‘kid’ aanspreekt (een niet te missen verwijzing naar Carrie’s liefdesobject, Mister Big). Hannah’s omstandigheden zijn echter heel nadrukkelijk minder glamoureus dan die van Carrie. Ze woont dan wel in net zo’n charmante brownstone, maar waar Carrie’s straat romantisch goudgeel verlicht is en vol staat met lommerrijke bomen is de straat van Hannah grauw en staat vol met vuilnisbakken.

Die rauwheid is nog opmerkelijker in de seksscènes. Carrie zagen we in bed nooit zonder dure lingerie in perfecte maten, altijd in flatteuze posities, soms zelfs softporn-achtig geschoten. Hannah daarentegen is naakt en onflatteus. Haar figuur – een soort miniatuur-Rubens, zacht en klein – past in geen van de romantische komedie-formats, ze is geen prom queen, geen girl next door en ook geen lelijk eendje. Haar motoriek verraadt nog een restje van de onzeker­heid van een mollig schoolmeisje, maar ze heeft ook al iets onbeschaamds, iets overtuigds van dat zachte, grenzeloze lijf. De aandacht leidt ze er in elk geval niet van af: haar halve rug is ondergekalkt met tatoeages.

Al in de eerste aflevering zien we haar face-down op de bank, benen in de lucht, panty halverwege haar kuiten, klaar om Adam gedienstig te zijn. Daarbij moet gezegd dat die op het eerste gezicht vernederende positie Hannah ook plezier brengt; niet uit onderdanigheid, maar op een ingewikkeldere, onderzoekende manier. Uit haar gezichtsuitdrukkingen en haar commentaar blijkt dat ze de tegenstrijdige ervaring probeert te plaatsen. Ze lijkt er niet zo mee te zitten dat ze door die observerende houding niet, zoals Adam, helemaal kan opgaan in de onalledaagse seks die ze hebben.

Hoewel Girls het register van de romantische komedie opentrekt, onthult de serie dus ook kanten van het leven waarvoor doorgaans geen plaats is in dat genre. In het rauwe realisme, de complexheid van de personages en de onvoorspelbaarheid verhoudt ze zich kritisch tot SATC, zonder haar schatplichtigheid eraan te ontkennen.

Iets vergelijkbaars kun je zeggen van de wijze waarop Dunham omspringt met de hipster­wereld die ze verbeeldt. Aan de ene kant maakt ze die belachelijk. Het personage Adam bijvoorbeeld is een karikatuur die hoort bij een doorgeslagen authenticiteitscultus: hij is gestopt met drinken, loopt steevast halfnaakt rond, bewerkt hout, veracht Hannah’s tatoeages – hij lijkt ze onpuur te vinden – en hij is allergisch voor alles wat naar onechtheid ruikt, zodanig dat het hem beperkt in wat hij doet. In de manier waarop hij met Hannah communiceert, compleet recht door zee, toont hij zich surrealistisch, clownesk zuiver.

Zo wordt ook Jessa zo nu en dan te kijk gezet als een cliché, compulsief bijna in haar neiging om tegendraads te zijn, zowel met haar belachelijke vintagegarderobe als in haar seksuele escapades. En natuurlijk bevat de lijn van Hannah commentaar op het door bemiddelde ouders gesponsorde bohémienbestaan van ultrahippe, kunst producerende Brooklynites.

Maar Girls zou zo goed niet zijn als het datzelfde hipsterdom niet ook door en door zou kennen en zou omarmen. Televisie is een makkelijker medium dan literatuur voor die dubbele modus van kritiek en verdediging. Een mooi voorbeeld is de ijzersterke leader: in knipperende felle kleuren verschijnt schermgroot, amper vijf seconden lang, de titel in kapitalen, steeds begeleid door een andere indiehit. De soundtrack, bol van hipstermuziek, is dragend.

Belangrijker: zoals critica Elaine Blair het mooi formuleerde in The New York Review of Books: ‘Dunham has Hannah’s back.’ Ze is genadig ten aanzien van haar personage, maakt haar niet alleen belachelijk maar verdedigt haar en haar generatie. Hannah krijgt genoeg zelfspot mee om haar hebbelijkheden te relativeren; Adam is behalve een karikatuur ook ronduit sympathiek en Shoshanna, op het oog een boegbeeld van oppervlakkigheid, toont ook de meest kwetsbare kanten.

Hun generational vices worden herkend en bespot, maar begrepen en vergeven.

Daarin zit misschien de geprezen eigentijdsheid van Girls. Ironie, zelfbewustheid, is zoals bekend intrinsiek aan de ‘millenials’ (om er maar een naam aan te geven). Daar kun je over klagen; je kunt het verguizen; je kunt de onmogelijkheid van authenticiteit bewenen. Maar je kunt het ook als een gegeven beschouwen en er je voordeel mee doen. De ironie van Girls is niet vernietigend of verlammend, het is een fact of life. En een werktuig.

Een kernaspect van Hannah, niet voor niets schrijfster van persoonlijke essays, is dat ze zichzelf en haar leven becommentarieert. Dat resulteert van tijd tot tijd in zelfhaat – in een ruzie met Marnie roept ze: ‘Niemand zal me ooit kunnen haten zoals ik mezelf haat. Alles wat iemand zou kunnen bedenken om over mij te zeggen, heb ik waarschijnlijk al over mijzelf, tegen mijzelf gezegd in het afgelopen half uur!’ Maar in de beste gevallen, en ook die laat Girls zien, helpt het haar een realistische kijk op zichzelf te ontwikkelen, haar tegenstrijdigheden onder ogen te zien.

Het is geen gewonnen strijd natuurlijk, maar wat is drama als dit zonder Bildung. Veelbetekenend is het dat de serie van start gaat op het moment dat Hannah gedwongen wordt om voor zichzelf te zorgen. Immers, zoals een andere New Yorkse essayist, Joan Didion, schreef: ‘Character – the willingness to accept responsibility for one’s own life – is the source from which self-respect springs.’ Dat lijkt de inzet te zijn van het nieuwe realisme van Girls.

Seizoen 2 van Girls is vanaf deze week te zien op HBO, seizoen 1 is nu verkrijgbaar op dvd