Oppositie op de reservebank

In de meeste democratieën geldt een duidelijke rolverdeling. Waar de regering concreet beleid maakt, levert de oppositie stevige kritiek, vaak ideologisch gemotiveerd. Als de gelegenheid zich voordoet, brengt zij het kabinet ten val. Zo niet in Nederland.

Het minderheidskabinet-Rutte is tevreden aan zijn eerste vakantie begonnen. Zonder serieus in de problemen te komen, hebben de ministers een begin gemaakt met zowel de achttien miljard aan bezuinigingen als het uitvoeren van het PVV-gedoogakkoord. Minstens zo belangrijk: er waait een nationalistische, neoliberale wind door het land, door de gezondheidszorg, de rechtsstaat, door cultuur en media. Zwitserland aan de Noordzee nadert zijn voltooiing.

En de oppositie? Die toont zich pragmatischer dan ooit tevoren. In plaats van Malieveld en Museumplein vol te laten lopen met woede worden politici van D66, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie niet moe te benadrukken dat ze de kabinetsplannen ‘op de inhoud’ beoordelen. Zelfs SP-leider Roemer gaf eerder dit jaar aan vooral géén behoefte te hebben aan ‘politieke spelletjes’. Dus wordt ieder regeringsplan afzonderlijk behandeld, bekritiseerd of gesteund. In de ogen van de oppositiepartijen hebben de bezuinigingen op de AWBZ niets te maken met het pensioenakkoord. Het snijden in het speciaal onderwijs staat los van de kaalslag in de culturele sector.

Over die werkwijze heerst zelfs voorzichtig enthousiasme. Natuurlijk wordt zo de gedoogconstructie met rechtspopulisten (en christenfundamentalisten) in stand gehouden. Maar de Tweede Kamer geeft ook aan meer voor elkaar te krijgen dan vroeger. Toen kookte een meerderheidskabinet alle beslissingen voor, nu is er ruimte om te onderhandelen.

Gezegend is het land met zo'n redelijke oppositie. Ware het niet dat de regering een heel ander spel speelt. Dat bleek onlangs nog toen op de valreep, tegen alle bezuinigingsretoriek in, de overdrachtsbelasting werd verlaagd. Een verstandige maatregel? Misschien, maar in combinatie met een beleid dat de hypotheekrenteaftrek ongemoeid laat en tegelijkertijd de huren verhoogt, wordt het iets anders: het zoveelste cadeautje voor makelaars, bouwbedrijven en huizenkopers. Betaald door dezelfde Nederlandse burger wiens koopkracht vorig jaar de grootste smak heeft gemaakt sinds 1985.

Terwijl de oppositie ieder voorstel afzonderlijk op zijn merites beoordeelt, hangt voor Rutte en de zijnen wél alles met alles samen. Het minderheidskabinet handelt vanuit een ideologische blauwdruk. In zo'n situatie pakt het pragmatisme van de oppositie desastreus uit. De door de regering gewenste privatisering van het gevangeniswezen laat zich niet wegstrepen tegen, zeg, de aanpassingen in de politiemissie in Afghanistan die D66 en GroenLinks bewerkstelligden. Dat is zelfs geen compromis. Want ondertussen ontstaat een samenleving die de miljoenen Nederlanders die op een van de oppositiepartijen stemden nooit hebben gewild.

Te lang heeft de oppositie de reservebank van het team Rutte gevormd. Te lang heeft zij genoegen genomen met de rol van wisselspeler, die het veld in mag als Wilders even geen zin meer heeft, zoals in de eurocrisis of de pensioenen. Laat ze het volgend seizoen lekker zelf uitzoeken. Dan kan de oppositie eindelijk doen wat ze moet doen: voorop gaan in de aanval.